Samenvatting methodisch
handelen 1.4
Hoofdstuk 5 methodisch handelen
Doel van een doelstelling
Een doelstelling geeft richting aan wat je wilt bereiken. Een doelstelling is een resultaat van
de voorgaande fasen: initiatief, analyse & probleemstelling.
Doelstelling formuleren
- Gewenste situatie zo kort en bondig mogelijk opschrijven
- Formuleren alsof je je voorgenomen resultaten hebt bereikt, zonder twijfel
- Kort en bondig houden; daardoor helder, leesbaar en bruikbaar richtpunt (SMART)
Doelstellingen
Kunnen gericht zijn op:
- Continueren, je benadrukt binnen een hulpverleningstraject wat goed gaat en zet dit
op een bewuste wijze voort.
- Verbeteren of richting geven, je probeert hiaten in het huidige functioneren van een
cliënt op te vullen. Of je kijkt naar de sterkte-zwakteanalyse die je hebt gemaakt om
de zwakke momenten in zijn functioneren te kunnen opvangen.
- Innoveren, je probeert nieuwe ontwikkelingen te realiseren door geheel nieuwe
elementen in te brengen in het functioneren van een cliënt en deze op de rails zetten.
- Selecteren, je probeert niet haalbare of niet ter zake doende elementen in de
doelstelling van je cliënt te elimineren.
Doelstelling bepalen
Doelstelling bepalen uit:
- Praktische noodzaak
- Organisatorische mogelijkheden
- Theoretische haalbaarheid
, Valkuilen bij doelstellingen
- Ontbreekt
- Is onvolledig
- Is te vaag geformuleerd
- Is te ruim geformuleerd
- Heeft te weinig raakvlakken met probleemstelling
- Persoonlijke doelstellingen krijgen voorrang
- Geen duidelijke opdrachtgever
- Organisatiedoelstellingen krijgen voorrang
- Geen balans tussen denken en doen
Hoofdstuk 6 methodisch handelen
Strategie
Je kiest een manier van werken die het best bij jou past, het best bij de cliënt past en het
best bij de gegeven omstandigheden past.
Je gaat keuzes maken, prioriteiten stellen en selecteren. De gekozen strategie is een brug
tussen probleemstelling en doelstelling. Oplossingen worden omgezet in werkbare modellen.
Globale strategieën
Tot formuleren doelstelling(en) spreken we van globale strategieën. Globale strategieën
worden gekozen op grond van:
- Voorgaande ervaringen met soortgelijke casus, je gebruikt dan eerdere
succeservaringen uit een voorgaande casus en koppelt die aan een verondersteld
resultaat voor je huidige casus.
- Indrukken die je opdoet, je vormt globale strategieën (meestal) op grond van je
eerste indrukken.
- Jouw waarden en normen, je eerste globale strategieën worden gevormd door wat jij
vindt dat hoort en wat jij vindt dat moet. Vaak sta jij centraal in deze strategie, en niet
de cliënt. Dat is geen probleem in deze fase van globale strategie.
- Eerste informatie
- Intuïtief
Plan van aanpak
In plan van aanpak (specifieke strategie) expliciteer je de voornemens en goede bedoelingen
(globale strategie):
- Aanleiding hulpverleningscontact
- Hulpverleningsdoel(en) en -subdoelen
- Inzetplanning
- Contact met de cliënt
- Voortgangsrapportage
handelen 1.4
Hoofdstuk 5 methodisch handelen
Doel van een doelstelling
Een doelstelling geeft richting aan wat je wilt bereiken. Een doelstelling is een resultaat van
de voorgaande fasen: initiatief, analyse & probleemstelling.
Doelstelling formuleren
- Gewenste situatie zo kort en bondig mogelijk opschrijven
- Formuleren alsof je je voorgenomen resultaten hebt bereikt, zonder twijfel
- Kort en bondig houden; daardoor helder, leesbaar en bruikbaar richtpunt (SMART)
Doelstellingen
Kunnen gericht zijn op:
- Continueren, je benadrukt binnen een hulpverleningstraject wat goed gaat en zet dit
op een bewuste wijze voort.
- Verbeteren of richting geven, je probeert hiaten in het huidige functioneren van een
cliënt op te vullen. Of je kijkt naar de sterkte-zwakteanalyse die je hebt gemaakt om
de zwakke momenten in zijn functioneren te kunnen opvangen.
- Innoveren, je probeert nieuwe ontwikkelingen te realiseren door geheel nieuwe
elementen in te brengen in het functioneren van een cliënt en deze op de rails zetten.
- Selecteren, je probeert niet haalbare of niet ter zake doende elementen in de
doelstelling van je cliënt te elimineren.
Doelstelling bepalen
Doelstelling bepalen uit:
- Praktische noodzaak
- Organisatorische mogelijkheden
- Theoretische haalbaarheid
, Valkuilen bij doelstellingen
- Ontbreekt
- Is onvolledig
- Is te vaag geformuleerd
- Is te ruim geformuleerd
- Heeft te weinig raakvlakken met probleemstelling
- Persoonlijke doelstellingen krijgen voorrang
- Geen duidelijke opdrachtgever
- Organisatiedoelstellingen krijgen voorrang
- Geen balans tussen denken en doen
Hoofdstuk 6 methodisch handelen
Strategie
Je kiest een manier van werken die het best bij jou past, het best bij de cliënt past en het
best bij de gegeven omstandigheden past.
Je gaat keuzes maken, prioriteiten stellen en selecteren. De gekozen strategie is een brug
tussen probleemstelling en doelstelling. Oplossingen worden omgezet in werkbare modellen.
Globale strategieën
Tot formuleren doelstelling(en) spreken we van globale strategieën. Globale strategieën
worden gekozen op grond van:
- Voorgaande ervaringen met soortgelijke casus, je gebruikt dan eerdere
succeservaringen uit een voorgaande casus en koppelt die aan een verondersteld
resultaat voor je huidige casus.
- Indrukken die je opdoet, je vormt globale strategieën (meestal) op grond van je
eerste indrukken.
- Jouw waarden en normen, je eerste globale strategieën worden gevormd door wat jij
vindt dat hoort en wat jij vindt dat moet. Vaak sta jij centraal in deze strategie, en niet
de cliënt. Dat is geen probleem in deze fase van globale strategie.
- Eerste informatie
- Intuïtief
Plan van aanpak
In plan van aanpak (specifieke strategie) expliciteer je de voornemens en goede bedoelingen
(globale strategie):
- Aanleiding hulpverleningscontact
- Hulpverleningsdoel(en) en -subdoelen
- Inzetplanning
- Contact met de cliënt
- Voortgangsrapportage