Een mens heeft van nature allerlei behoeften en iedereen is ook van nature gemotiveerd om aan
deze behoeften te voldoen. Voor het grootste gedeelte bestaat ons leven uit het voorkomen van pijn
en opzoeken van plezier. Ook voelt ieder mens op aarde dezelfde emoties (bang, boos, blij,
bedroefd). Het vreemde is alleen dat niet iedereen dezelfde emotie voelt in een bepaalde situatie, dit
verschilt per persoon.
Motivational states
De evolutietheorie verklaard voor een groot deel waarom we bepaald gedrag vertonen, maar dit is
meer gericht op de grote schaal en niet op individueel niveau. Op individueel niveau heeft iemands
jeugd bijvoorbeeld weer veel invloed, de gebeurtenissen in iemands verleden vormen diegene tot
wie hij nu is. Maar hier zit nog iets tussen, want een bepaalde gebeurtenis leidt niet automatisch tot
bepaald gedrag. Hiertussen zit motivatie. We kunnen gemotiveerd raken van allerlei verschillende
dingen en ook dit verschilt per persoon en per situatie. Een aantal motivaties worden ook wel
instincten genoemd omdat deze zijn aangeboren en met evolutie te maken hebben. Voorbeelden
hiervan zijn kinderen opvoeden, eten zoeken, nieuwsgierigheid, enzovoorts. Maar deze theorie geeft
ons geen nieuwe informatie omdat uiteindelijk van alles een instinct kwestie kan worden gemaakt.
(ik ga shoppen omdat mijn shop-instinct dat zegt).
Een andere theorie is dat alle interne processen in het lichaam en alle hoeveelheden van een stof
binnen een bepaalde marge moeten liggen. Dit wordt homeostase genoemd, de optimale
hoeveelheid van een stof in het bloed bijvoorbeeld. Wanneer iets buiten zijn marge komt gaat het
lichaam aan de slag om datgene weer in homeostase te brengen (eten wanneer je honger hebt).
Wanneer het lichaam niet in homeostase is ontstaat er automatisch een ‘drive’/motivatie om het
lichaam weer in balans te brengen en het tekort aan te vullen of het te veel weg te werken.
Thermoregulation
Bij thermoregulatie gaat het om het reguleren van de lichaamstemperatuur. Zoogdieren hebben een
vaste temperatuur die ze vast proberen te houden, bij reptielen werkt dit anders. Om deze constante
temperatuur vast te houden gebruiken ze verschillende technieken. Zo kan een dier vacht laten
groeien, aankomen in gewicht, een warme schuilplaats zoeken of juist verkoeling zoeken in het
water. Ook het sympathisch en parasympathisch zenuwstelsel is van belang voor de temperatuur
regulatie. Wanneer het lichaam te warm wordt, wordt het parasympathisch zenuwstelsel
geactiveerd, dat zorgt ervoor dat het lichaam in een rusttoestand komt (poriën verwijden zweten)
en hierdoor daalt de temperatuur. Wanneer het lichaam te koud wordt, werkt het sympathisch
zenuwstelsel (bibberen beweging warmte) en dit zorgt voor een stijging van de temperatuur.
Dit stopt automatisch wanneer het lichaam weer op de juiste temperatuur komt. De hypothalamus is
het deel van de hersenen dat de temperatuur in het lichaam meet en deze zenuwstelsels aan het
werk zet of juist stopt. Opvallend is dat veel gedrag van zoogdieren erop gericht is om veranderingen
in temperatuur te voorkomen. De wintervacht gaat lang voor het winter is groeien en een
woestijnvos jaagt op de koelste momenten van de dag om zich tijdens de heetste momenten te
kunnen verschuilen.
Hunger, eating and obesity
De thermostaat van eten zit iets ingewikkelder in elkaar dan die van temperatuur maar hij bestaat
wel. Eten is namelijk nodig om het lichaam energie te geven en dit moet goed verdeeld worden en op
peil gehouden worden.
Physiological aspects of hunger and eating