Psychotherapeutische stromingen
Hoorcollege 1 – 5 juni 2023
Gedragstherapie
Centrale vraag: Waarom vertoont iemand bepaald gedrag?
KLASSIEK CONDITIONEREN (WATSON) - 1
- Je leert doordat je associaties legt
- Je legt een verband tussen geconditioneerde en
ongeconditioneerde stimulus die beide dezelfde respons gaan
oproepen
Generalisatie: je wordt bang voor vergelijkbare dingen
Discriminatie: je maakt onderscheid in waar je wel/niet bang voor ben
R = response = gedrag
Sd = discriminative stimulus = aanleiding
CR = conditioned response = aangeleerde reactie
UR = unconditional response = oorspronkelijke reactie
US = unconditional stimulus = oorspronkelijke prikkel
Interventie: exposure nieuwe associatie aanleren
OPERANT CONDITIONEREN (SKINNER) - 2
- Gedrag wordt aangeleerd via consequenties
- Op lange termijn werkt belonen beter dan straffen
- Moet je straffen dan is negatieve straf het best
- Als alleen wordt gestraft en niet beloond, zal meer wantrouwen en weerstand
ontstaan
Mogelijke consequenties:
- Positief: iets komt erbij
- Negatief: iets gaat weg
Beloning: zorgen dat het vaker voorkomt
- Positieve beloning: voeg een gewenste stimulans toe (knuffel krijgen)
- Negatieve beloning: haal een aversieve stimulus weg (gordel omdoen zodat piepen stopt)
Straffen: zorgen dat het minder vaak voorkomt
- Positieve straf: voeg een aversieve stimulus toe (slaan, boete geven)
- Negatieve straf: haal een gewenste stimulus weg (rijbewijs afpakken)
R = response = gedrag
Sr = reinforcing stimulus = consequentie (beloning, straf)
Interventie: gewenst gedrag belonen, huidige ‘beloningen’ weg
In het twee-factoren model van Mowrer werken klassiek en operant
conditioneren samen.
MODEL LEREN (BANDURA) - 3
- Gedrag is aangeleerd via observatie
1
,Interventie: gewenst gedrag voordoen
Samenvatting van de modellen:
Mensbeeld behaviorist
- Nature vs. nurture
- Mens is gedetermineerd vs. mens heeft vrije wil
- Mens is maakbaar vs. mens staat vast
Interventies, anti-pestprogramma’s en coaching van leerkrachten zijn gebaseerd op
gedragstherapeutische elementen.
Voorbeeld interventie: YourSkills
- Lastige situaties identificeren
- Nieuwe skill: pauze nemen
- Nieuwe skill: voordoen
- Kind laten herhalen
- Beloning!
- Oefenen in VR
- Beloning!
- Oefenen in VR (moeilijker gemaakt)
- Beloning!
oefenen met vaardigheden
Gedragstherapie:
- Voordelen
o Heel inzichtelijk
o Biedt concrete handvatten
o Laagdrempelig voor cliënten
o Effectief voor veel klachten
- Nadelen
o Negeert gedachten (gaat alleen over gedrag)
o Negeert subjectieve beleving
o Symptoombestrijding?
Aanvullingen literatuur
HOOFDSTUK 1 PSYCHOTHERAPIE
Definitie psychotherapie: vorm van hulpverlening die, via het methodisch toepassen van
psychologische middelen door gekwalificeerde personen, beoogt mensen te helpen hun gezondheid
te verbeteren.
Kenmerken therapeutisch contact:
- Asymmetrische relatie. De therapeut is er voor de client, er is verschil in deskundigheid
- De relatie is een middel, met oog op oplossen of verbeteren van problematiek
- Tijdelijke aard
Functionele relatie
Samenstellende factoren voor alle psychotherapievormen:
2
, - Relatie
- Context
- Verklaring
- Procedure
Therapievormen worden ingedeeld volgens twee hoofdkenmerken:
- Cliëntsysteem: individu/groep
- Werkwijze van de therapeut:
o Psychodynamisch
o Clientgericht
o Gedragstherapeutisch
o Cognitief
o Systeemtheoretisch
Therapeutische behandelingen kunnen worden onderscheiden op basis van:
- Therapeutisch doel:
o Klachtgerichte (genezing) vs. persoonsgerichte (levenskwaliteit) benadering
o Focus van de therapie
- Therapeutische werkwijze:
o Geactiveerde veranderingsprocessen
Affectief: ervaren
Cognitief: begrijpen
Gedragsregulatie: oefenen
o Therapeutische stijl: meegaand vs. sturend
- Therapeutische context:
o Aard therapeutische relatie
3
Hoorcollege 1 – 5 juni 2023
Gedragstherapie
Centrale vraag: Waarom vertoont iemand bepaald gedrag?
KLASSIEK CONDITIONEREN (WATSON) - 1
- Je leert doordat je associaties legt
- Je legt een verband tussen geconditioneerde en
ongeconditioneerde stimulus die beide dezelfde respons gaan
oproepen
Generalisatie: je wordt bang voor vergelijkbare dingen
Discriminatie: je maakt onderscheid in waar je wel/niet bang voor ben
R = response = gedrag
Sd = discriminative stimulus = aanleiding
CR = conditioned response = aangeleerde reactie
UR = unconditional response = oorspronkelijke reactie
US = unconditional stimulus = oorspronkelijke prikkel
Interventie: exposure nieuwe associatie aanleren
OPERANT CONDITIONEREN (SKINNER) - 2
- Gedrag wordt aangeleerd via consequenties
- Op lange termijn werkt belonen beter dan straffen
- Moet je straffen dan is negatieve straf het best
- Als alleen wordt gestraft en niet beloond, zal meer wantrouwen en weerstand
ontstaan
Mogelijke consequenties:
- Positief: iets komt erbij
- Negatief: iets gaat weg
Beloning: zorgen dat het vaker voorkomt
- Positieve beloning: voeg een gewenste stimulans toe (knuffel krijgen)
- Negatieve beloning: haal een aversieve stimulus weg (gordel omdoen zodat piepen stopt)
Straffen: zorgen dat het minder vaak voorkomt
- Positieve straf: voeg een aversieve stimulus toe (slaan, boete geven)
- Negatieve straf: haal een gewenste stimulus weg (rijbewijs afpakken)
R = response = gedrag
Sr = reinforcing stimulus = consequentie (beloning, straf)
Interventie: gewenst gedrag belonen, huidige ‘beloningen’ weg
In het twee-factoren model van Mowrer werken klassiek en operant
conditioneren samen.
MODEL LEREN (BANDURA) - 3
- Gedrag is aangeleerd via observatie
1
,Interventie: gewenst gedrag voordoen
Samenvatting van de modellen:
Mensbeeld behaviorist
- Nature vs. nurture
- Mens is gedetermineerd vs. mens heeft vrije wil
- Mens is maakbaar vs. mens staat vast
Interventies, anti-pestprogramma’s en coaching van leerkrachten zijn gebaseerd op
gedragstherapeutische elementen.
Voorbeeld interventie: YourSkills
- Lastige situaties identificeren
- Nieuwe skill: pauze nemen
- Nieuwe skill: voordoen
- Kind laten herhalen
- Beloning!
- Oefenen in VR
- Beloning!
- Oefenen in VR (moeilijker gemaakt)
- Beloning!
oefenen met vaardigheden
Gedragstherapie:
- Voordelen
o Heel inzichtelijk
o Biedt concrete handvatten
o Laagdrempelig voor cliënten
o Effectief voor veel klachten
- Nadelen
o Negeert gedachten (gaat alleen over gedrag)
o Negeert subjectieve beleving
o Symptoombestrijding?
Aanvullingen literatuur
HOOFDSTUK 1 PSYCHOTHERAPIE
Definitie psychotherapie: vorm van hulpverlening die, via het methodisch toepassen van
psychologische middelen door gekwalificeerde personen, beoogt mensen te helpen hun gezondheid
te verbeteren.
Kenmerken therapeutisch contact:
- Asymmetrische relatie. De therapeut is er voor de client, er is verschil in deskundigheid
- De relatie is een middel, met oog op oplossen of verbeteren van problematiek
- Tijdelijke aard
Functionele relatie
Samenstellende factoren voor alle psychotherapievormen:
2
, - Relatie
- Context
- Verklaring
- Procedure
Therapievormen worden ingedeeld volgens twee hoofdkenmerken:
- Cliëntsysteem: individu/groep
- Werkwijze van de therapeut:
o Psychodynamisch
o Clientgericht
o Gedragstherapeutisch
o Cognitief
o Systeemtheoretisch
Therapeutische behandelingen kunnen worden onderscheiden op basis van:
- Therapeutisch doel:
o Klachtgerichte (genezing) vs. persoonsgerichte (levenskwaliteit) benadering
o Focus van de therapie
- Therapeutische werkwijze:
o Geactiveerde veranderingsprocessen
Affectief: ervaren
Cognitief: begrijpen
Gedragsregulatie: oefenen
o Therapeutische stijl: meegaand vs. sturend
- Therapeutische context:
o Aard therapeutische relatie
3