Samenvatting H30 Elektrische installaties
Voordeel van elektriciteit is dat het milieu door de gebruiker niet extra verontreinigd wordt.
Het omzetten van primaire energie (steenkool, aardgas, aardolie) naar secundaire energie
(elektriciteit) gebeurt in centrales.
Bij het opwekken van elektriciteit treden echter aanzienlijke verliezen op.
Voor de verbruiker is ongeveer 32% van de oorspronkelijke fossiele energie beschikbaar.
In een woning of woongebouw moet een voorziening aanwezig zijn om elektriciteit op
verschillende plaatsen te kunnen gebruiken.
In het Bouwbesluit wordt doorverwezen naar de NEN 1010. Deze norm geldt voor alle
installaties met een effectieve bedrijfsspanning tot 1000 volt.
De installatie moet aan diverse veiligheidseisen voldoen, voordat hij wordt aangesloten op het
openbare elektriciteitsnet. De verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de NEN 1010 ligt bij
de installateur. Ook de omvang van de installatie is in de norm omschreven. De manier van
bedraden en van beveiligen staat eveneens in de norm beschreven.
KEMA-keur: geeft aan dat het materiaal aan de gestelde eisen voldoet. Om materialen en
toestellen te weren die niet aan de voorschriften voldoen is er een keuringsinstantie ingesteld.
CE-markering: wanneer een CE-logo op een product staat, betekent dit dat het product
voldoet aan relevante Europese richtlijnen.
De afwasmachine, het fornuis en de keukenboiler worden elk op een aparte groep aangesloten
vanwege het te grote vermogen aan Watt. Wasmachine en wasdroger moeten ook op een
aparte groep zitten. Men mag dan de apparaten tegelijk gebruiken, hetgeen in de praktijk ook
voor zal komen.
Gelijktijdigheidsfactor: de hoeveelheid vermogen die gelijktijdig wordt afgenomen.
Woning 60%
Productiebedrijf 80%
Ampere (A) - Stroom (I)
Volt (V) - Spanning (U)
Ohm - Weerstand (R)
P - Vermogen
Formule: P=UxI
Watt (W)
Seconde (s)
1 Wc = 1 Joule (J)
Joule = het afgenomen of opgenomen vermogen
W = watt = 1 W
kW = kilowatt = 1000 W
MW = megawatt = 1000 x 1000 W
Voordeel van elektriciteit is dat het milieu door de gebruiker niet extra verontreinigd wordt.
Het omzetten van primaire energie (steenkool, aardgas, aardolie) naar secundaire energie
(elektriciteit) gebeurt in centrales.
Bij het opwekken van elektriciteit treden echter aanzienlijke verliezen op.
Voor de verbruiker is ongeveer 32% van de oorspronkelijke fossiele energie beschikbaar.
In een woning of woongebouw moet een voorziening aanwezig zijn om elektriciteit op
verschillende plaatsen te kunnen gebruiken.
In het Bouwbesluit wordt doorverwezen naar de NEN 1010. Deze norm geldt voor alle
installaties met een effectieve bedrijfsspanning tot 1000 volt.
De installatie moet aan diverse veiligheidseisen voldoen, voordat hij wordt aangesloten op het
openbare elektriciteitsnet. De verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de NEN 1010 ligt bij
de installateur. Ook de omvang van de installatie is in de norm omschreven. De manier van
bedraden en van beveiligen staat eveneens in de norm beschreven.
KEMA-keur: geeft aan dat het materiaal aan de gestelde eisen voldoet. Om materialen en
toestellen te weren die niet aan de voorschriften voldoen is er een keuringsinstantie ingesteld.
CE-markering: wanneer een CE-logo op een product staat, betekent dit dat het product
voldoet aan relevante Europese richtlijnen.
De afwasmachine, het fornuis en de keukenboiler worden elk op een aparte groep aangesloten
vanwege het te grote vermogen aan Watt. Wasmachine en wasdroger moeten ook op een
aparte groep zitten. Men mag dan de apparaten tegelijk gebruiken, hetgeen in de praktijk ook
voor zal komen.
Gelijktijdigheidsfactor: de hoeveelheid vermogen die gelijktijdig wordt afgenomen.
Woning 60%
Productiebedrijf 80%
Ampere (A) - Stroom (I)
Volt (V) - Spanning (U)
Ohm - Weerstand (R)
P - Vermogen
Formule: P=UxI
Watt (W)
Seconde (s)
1 Wc = 1 Joule (J)
Joule = het afgenomen of opgenomen vermogen
W = watt = 1 W
kW = kilowatt = 1000 W
MW = megawatt = 1000 x 1000 W