samenvatting hebt
gekocht. Ik raad je aan
deze samenvatting 3 keer
per dag goed door te
Biologie samenvatting lezen. Herhaal dit 2 t/m 5
Par. 6.1 Organismen en hun omgeving keer. Succes met het
leren.
Factoren die invloed hebben op een organisme zijn in te delen
in biotische factoren (invloeden van de levende natuur) en abiotische
factoren (invloeden van de levenloze natuur).
De ecologie bestudeert de wisselwerking tussen organismen en binnen
populaties en leefgemeenschappen. Daarnaast worden de relaties tussen
de biologische en abiotische factoren onderzocht.
Een populatie is een groep individuen van dezelfde soort die in een
bepaald gebied leven. Alle populaties in één gebied vormen samen
een levensgemeenschap.
Alle abiotische factoren binnen één gebied noemen we een biotoop.
Een biotoop en een levensgemeenschap van een bepaald gebied vormen
samen een eenheid: een ecosysteem.
De biosfeer is het gedeelte van de aarde waarop leven mogelijk is.
Met behulp van een voedselketen kan de voedselrelatie tussen
verschillende diersoorten worden weergegeven. Een voedselweb is een
overzicht van het geheel van voedselrelaties binnen een ecosysteem.
Koolhydraten, eiwitten en vetten zijn voorbeelden van energierijke
stoffen. Alle energierijke stoffen in een organisme noemen we
de biomassa van dat organisme.
Accumulatie is de ophoping van (giftige) stoffen binnen een
voedselketen.
Par. 6.2 Voedselrelaties en kringlopen
Tijdens fotosynthese zet een plant water, koolstofdioxide en licht om in
glucose en zuurstof. (Water, koolstofdioxide, licht glucose en
zuurstof)
Producenten (bv. planten) produceren voedsel voor andere organismen.
Producenten zijn altijd de eerste schakel in een voedselketen.
Consumenten in een voedselketen zijn onder te verdelen in
planteneters, alleseters en vleeseters.
Afvaleters eten dode resten van planten en dieren. De resten die
achtergelaten worden door afvaleters worden afgebroken
door reducenten (bacteriën en schimmels).
Dode resten en uitwerpselen van planten en dieren zijn biologisch
afbreekbaar.
Sommige door de mens gemaakte producten (bijvoorbeeld van glas,
metaal, plastic en kunststof) zijn niet-biologisch afbreekbaar.