1 Inleiding
1.1 Economie als wetenschap
Economie is de wetenschap van behoeften en schaarste, en daarmee van het eeuwige tekort. Het
gaat hierbij om relatieve schaarste: de middelen (waaronder geld en tijd) zijn beperkt vergeleken met
de behoefte. Als er geen relatieve schaarste zou zijn, hoefde men geen keuzes te maken, en waren er
ook geen economische vraagstukken. Bijna alle goederen zijn schaars, maar er zijn uitzonderingen:
de zogenaamde ‘vrije’ goederen, zoals water, lucht, wind, zonlicht en ongerepte natuur. Door
menselijke invloeden wordt een deel van deze vrije goederen bedreigd.
Binnen de economie draait het erom hoe we met de schaarse middelen omgaan. Geld speelt hierin
een belangrijke rol, omdat het een ruilmiddel is én een meeteenheid is voor waarde van goederen;
deze geldelijke waarde is een belangrijke factor bij het maken van keuzes.
Economie gaat vaak over kwantiteiten (met vragen als: Hoeveel?). Op basis van kwantitatieve
metingen kun je makkelijk keuzes maken en vergelijken; je kan succes of falen ermee ‘hard maken’.
Economie gaat niet alleen over financiën, de cijfertjes, maar richt zich op mensen en hun doelen en
de waarde die ze daaraan geven: de kwalitatieve beleving. Kwaliteit en kwantiteit gaan hand in hand
in de economie, terwijl de financiële benadering alleen over kwantiteit gaat.
Omdat economie een waardevrije wetenschap zou moeten zijn, horen economen niet te vertellen
hoe mensen zich moeten gedragen; toch geven economen vaak adviezen. Vroeger werd economie
dan ook vaak gecombineerd met sociale wetenschappen zoals politiek, filosofie of ethiek. In de loop
van de jaren begon economie meer richting wiskunde te neigen. Economen gebruiken formules en
modellen om de werkelijkheid te vereenvoudigen, maar de ethiek en politieke veronderstellingen
raken hierdoor ondergesneeuwd. Tegenwoordig gaat men weer terug naar de vroegere economie,
en heeft men steeds meer aandacht voor ethische normen en waarden.
In 2014 waarschuwde de Franse econoom Thomas Piketty voor de groeiende kloof tussen arm en
rijk. Dit zou kunnen leiden tot grote sociaal-politieke veranderingen. Piketty vindt dat economie
zonder ethiek niet kan; hij verkiest dan ook ethiek boven economische groei.
Economen die van mening zijn dat economie gebaseerd moet zijn op feiten, zonder morele
overwegingen, beschouwen economie als een positieve wetenschap, gebaseerd op empirische
studies. Tegenover positieve wetenschap staat normatieve economie. Zij houden zich niet alleen
bezig met het vergaren van kennis, ze even ook aan hoe de economie (en de behoeftebevrediging
van een land) kan worden verbeterd; ze geven waardeoordelen over economische verschijnselen.
Natuur in Nederland wordt gebruikt, beheerd en gecreëerd door mensen; daarom kan men niet over
natuur praten zonder het over economie te hebben. Binnen de economie zijn er vele stromingen of
scholen, die allemaal een product van hun tijd zijn. Hieronder wordt een aantal stromingen
besproken.
Milieueconomie
Milieueconomie heeft zich vanaf de jaren 60 ontwikkeld tot een afzonderlijk terrein binnen de
economie. Het ontstond in een tijd toen uitputbare brandstofvoorraden de volle aandacht kregen en
er veel onrust was op de oliemarkt. Na de wederopbouw zag men in dat de schaduwzijde van de
materiële welvaart, milieuverontreiniging en verlies en natuur was. De Amerikaanse biologe Rachel
Carson schreef in 1962 een boek, ‘Silent spring’, over deze problemen. Een aantal jaren later werd de