aandachtspunten bij oefenen
- veiligheid
- aansluitend bij niveau / mogelijkheden
- doelgericht > parameters
- effectief en efficiënt
Ziekte van parkinson
- moeite met automatische patronen dus expliciet leren is beter, anders zijn de
dubbeltaken te moeilijk
1. Activiteit trainen of eerst functie beïnvloeden
- als de activiteit niet uitvoerbaar of niet veilig uitvoerbaar is eerst functie
- bij sensibiliteit: door extra input oefenen (stampen bij lopen)
- bij kracht bepalen welke kracht je wil (opstaan uit stoel is maximaal kracht)
- coordinatie: tot het beter gaat
- tonus: tot het beter gaat of de tijd op is
2. Als functie beïnvloed is: daarna altijd activiteit aandacht geven
3. Actief, geleid actief of ‘passief oefenen
- passief = om doel te laten ervaren, bv bij cognitieve stoornissen om beweging te
laten in sluipen. Je kan zo goede sensorische input geven
- geleid actief = om gap te overbruggen tussen niet lukken en net wel lukken
4. Impliciet of expliciet
- bij parkinson vooral expliciet
- impliciet ook heel goed bij dubbeltaken etc
5. Focus of attention
- extern lijkt tot een natuurlijker bewegen
- in de beginfase soms beter interne focus
6. Huiswerk
7. Denk aan 0-meting en effecten controle
Oefeningen hand arm motoriek:
knijpbal
schrijven
typen
tandenpoetsen
aardappelschillen
,Opstaan en gaan zitten:
- laat het bovenlichaam naar voren leunen door met je hand op de knie naar voren te duwen
- ga door tot de billen loskomen en met boven zijn of haar zwaarte punt hangt
- fixeer door je voet voor zijn voet te zetten
- bij gaan zitten laat je de patient tegen de zitting aanstaan
- je geeft lichte knik in de knieholte
- laat zakken tot ze de zitting voelen en dan volledig
- bij moeilijkere patient:
- ga ervoor staan met de knie aan de niet stoel zijde gefixeerd in jouw knieën
- laat de polsen vasthouden en het lichaam aan de niet stoel zijde langs jouw lichaam hangen
- houd vast bij de heupen
- ga in stapjes ‘tillen’ richting de stoel
Traplopen
- eerst gewicht verplaatsen naar stand been
- ontlaste been bij de enkel naar tree erboven bewegen
- gewicht verplaatsen naar bovenste been
- beweging naar voren begeleiden
- andere been bij plaatsen
Actieve rompstrekking faciliteren
- het bekken kantelen
- duwtje in de onderrug
- schouders naar achteren brengen
- armen omhoog strekken
- aan hoofd omhoog brengen
Oefeningen voor het oefenen van actief stabiele romphouding in zit
- let op wat het probleem is:
- balans/evenwicht
- spierkracht
- of iets anders
oefeningen evenwicht
- bepaalde tijd rechtop zitten
- op wiebelkussen
- dubbel taak toevoegen
- met ogendicht
, - met ellenboog naar de bank
- bal gooien
- bal bewegen voor hem, hem laten volgen met twee handen
- met ellenboog je bekken aanraken
Steunen op hemiplegische arm (te weinig kracht in de triceps)
- triceps aanspannen tegen zwaartekracht
- triceps aan spannen tegen weerstand
- uit het slot steunen om de arm in zit
- bank omhoog, kuiltje in de bank duwen met de ellenboog, de bank steeds platter, bij
helemaal plat met de arm de hand in de bank drukken, ellenboog niet op slot
- duur trainen, niet piek
- in zit met je hand op de tafel rand, jezelf door je arm te strekken van de bank afduwen =
gesloten keten oefening
Spasme wegkrijgen
- duim eruit krijgen
- vingers openen
- schommelend de arm strekken
Tonus beinvloeden:
* altijd kortdurend effect, dus blijven evalueren tijdens de activiteit
bij hypotonie: (niet van toepassing bij volledige paralyse)
- algemene activatie (aanmoedigen, gebruik van andere spiergroepen, staan)
- taps
- gebruik houdingsreflexen (asymmetrische tonische nek reflex(=hoofd naar links bij buigen rechter
biceps), symmetrische tonische nek reflex(= flexie cwk bij flexie biceps), gekruiste strekreflex,
positieve steunreflex)
- korte stretches
- korte koude prikkel
Bij hypertonie: alleen functioneel inzetten tijdens activiteiten
- ontspanningstechnieken (centraal): rust, wachten
- uitgangshouding (functioneel) (hou rekening met atnr en stnr)
- uit het pathologische patroon bewegen
- rustig ROM vergroten (passief – geleid actief – actief)
- schudden, schommelen, reciproke(aanspannen antagonist) en post-facilitaire inhibitie (ontspannen
na aanspannen)
- axiale bewegingen, rotaties (centraal beginnen, dan extremiteiten)
- steunname extremiteiten (lichaam zoekt goede tonus dan)
- alternerend bewegen (fiets beweging in lig)