Mobiliteitsbeperking glenohumeraal
- abductie
- arm klemmen
- arcomion fixeren, en met die hand richting bekken trekken
- scapula meebewegen met je andere hand
- anteflexie
- arm klemmen
- acromion fixeren, en richting andere bekken trekken
- scapula meebewegen met andere hand
- endo-exo rotatie
- arm exo en endo roteren in ruglig
- deltoiddeus is tegengestelde richting bewegen
- dorsale aspect glenohumeraal
- arm klemmen in zijlig
- laterale rand van scapula tegenbewegen om rek te creeren
mobiliteitsbeperking schoudergordel
- protractie en retractie
- in zij lig de arm klemmen
- aan scapula meebewegen
- scapulalift
- in zijlig
- duimmuis onder angulus inferior zetten
- en een beetje bewegen richting retractie
- ribspreiding
- in zijlig
- arm langs oor omhoog vast klemmen
- duimmuis richting caudaal drukken op de ribben bij inademing
- cto extensie en rotatie
- handen in de nek, niet in elkaar
- pincetgreep en extenderen
- rotatie: snuitgreep, arm om hoofd heen
Training van neuromusculaire aansturing
1. basic rehab
- de fundering
- aanzetten tot sensoriek
- je gebruikt facilitatie technieken je geeft sensorische prikkels
- je maakt de mobilisatie beweging van het scapula, je beweegt met de andere hand
, de huid richting de andere kant, dus tegengesteld. Om te prikkelen door
spierspoeltjes enzo aan te spreken
2. Proprioception awareness
- er moet gevoel zijn voor de stand van het gewricht (voor de spiegel)
- wat kan je voelen zien ervaren?
- laat je proefpersoon zien hoe de regio beweegt (filmen, spiegel)
- andere uitgangshouding
- hulpmiddelen en meetmiddelen?
3. Joint position sense
- de vaardigheid om verschillende standen van de regio in te nemen
- met ogen dicht de ft de goede schouder positioneren en dan de pt de aangedane
schouder laten kopieren
- eerst een gewricht, dan twee dan drie
- dan een sportbeweging laten houden (begin werpbeweging)
4. Kinesthesia
- kan je patient bewegingsgevoel bijgebracht worden?
- kan de patient passieve bewegingen voelen en beschrijven en hier steeds beter in
worden
- vanaf welk moment ervaar je een beweging, en in welke richting
(passieve apparaten)
5. Conscious neuromuscular rehabilitation
- bepaalde spieren trainen om de stabiliteit van de regio te verbeteren
, - opbouw:
- isometrisch
- concentrisch
- excentrisch
- plyometrisch (concentrisch versnellend vooraf gegaan door excentrisch
remmen)
- isotonisch (gelijke spierspanning) biceps curl = overal 3 kg leveren
(zwaartekracht)
- isokinetisch (gelijke snelheid)
6. Unconscious neuromuscular rehabilitation
- reactive muscle activation
- plyometrisch
- cue’s
- blindering
- dubbel taak
- controle taak na vermoeiing
- de beweging moet onbewust goed gaan
algemene beweegadviezen:
- bewegen mag mits er geen pijn provocatie of instabiliteits provocatie geprovoceerd worden
(wanneer het neuromusculaire getraind wordt)
behandeling:
- hulpvraag en fysiotherapeutische diagnose staan centraal
- je behandeld alleen de effectvariabelen die uit je onderzoek komen
- behandel plan wordt samen met de patient geformuleerd
smart: specifiek, meetbaar(evaluatieplan), acceptabel, resultaat/realistisch, tijdslijn
opbouw:
- maak behandeldoel
- opbouw van klein naar groot
- kies motorisch leerplan
- hands on hands off
- proprioceptieve opbouw
- lokaal, regionaal, totaal
- evaluatie
Polsbehandeling / instabiliteits klachten
Behandeling
Mn. polsklachten op basis van midcarpale instabiliteit worden conservatief behandeld. Bij andere
vormen van instabiliteit dient, om verdere destructie van polsgewricht te voorkomen (SLAC-