De stikstofkringloop
1. De producenten assimileren anorganische stoffen (NO3- & NH4+)
2. De consumenten + producenten sterven en het dood organisch materiaal (eiwitten,
DNA) worden door rottingsbacteriën in reducenten omgezet in NH3
3. o.a. ureum en urinezuur wordt door urobacteriën omgezet in NH3
4. NH3 wordt omgezet tot NH4+
5. NH4+ wordt door nitirietbacteriën omgezet in NO2-
6. NO2- wordt door nitraatbacteriën omgezet in NO3- (aëroob)
7. Knolletjesbacteriën kunnen binden aan N2 en zij produceren NO3- (mutualisme)
a. bij vlinderbloemige planten (klaver)
8. N2 + O3 (ozon) wordt gefixeerd tot NO3-
9. Denitrificerende bacteriën zetten NO3- om in N2 (anaëroob)
Telen van groenbemesting → nemen N 2 op → omploegen → komt NO3- vrij
Eutrofiëring
1. Er lekt NH3 weg en er ontstaat een overschot
2. Dit NH3 stroomt naar water
3. NH3 erg voedingsrijk → de producenten (algen) groeien enorm
4. De producenten concurreren andere producenten weg (geen licht)
5. ‘s Nachts zorgt de dissimilatie van NH3 & de rottingsbacterïen voor een tekort aan O2
6. Sterfte van vissen
7. Afname biodiversiteit
De koolstofkringloop
1. Producenten leggen koolstof vast door fotosynthese/ chemosynthese
2. Assimilatie van koolstof (tot glucose) wordt geconsumeerd door consumenten
3. Dood organisch afval wordt afgebroken door reducenten
4. De reducenten breken het afval anaëroob af tot CO2 / CH4
5. CH4 kan door methaanoxiderende bacteriën worden omgezet in CO2
6. Aërobe dissimilatie tot CO2
CO2 wordt opgeslagen in de oceaan. Indien het reageert met water verzuurt de oceaan
+ ¿¿
−¿+ H ¿
C O2 + H 2 O → H 2 C O3 ↔ HC O3
Vervolgens reageert het H+ ion met CO32-
−¿ ¿
2−¿→ HCO 3 ¿
+¿+C O3 ¿
H
Dit gaat ten koste van de CO32- dat gebruikt wordt voor het skelet van schaaldieren
2+ ¿→CaCO 3 ¿
2−¿+C a❑ ¿
C O3
1. De producenten assimileren anorganische stoffen (NO3- & NH4+)
2. De consumenten + producenten sterven en het dood organisch materiaal (eiwitten,
DNA) worden door rottingsbacteriën in reducenten omgezet in NH3
3. o.a. ureum en urinezuur wordt door urobacteriën omgezet in NH3
4. NH3 wordt omgezet tot NH4+
5. NH4+ wordt door nitirietbacteriën omgezet in NO2-
6. NO2- wordt door nitraatbacteriën omgezet in NO3- (aëroob)
7. Knolletjesbacteriën kunnen binden aan N2 en zij produceren NO3- (mutualisme)
a. bij vlinderbloemige planten (klaver)
8. N2 + O3 (ozon) wordt gefixeerd tot NO3-
9. Denitrificerende bacteriën zetten NO3- om in N2 (anaëroob)
Telen van groenbemesting → nemen N 2 op → omploegen → komt NO3- vrij
Eutrofiëring
1. Er lekt NH3 weg en er ontstaat een overschot
2. Dit NH3 stroomt naar water
3. NH3 erg voedingsrijk → de producenten (algen) groeien enorm
4. De producenten concurreren andere producenten weg (geen licht)
5. ‘s Nachts zorgt de dissimilatie van NH3 & de rottingsbacterïen voor een tekort aan O2
6. Sterfte van vissen
7. Afname biodiversiteit
De koolstofkringloop
1. Producenten leggen koolstof vast door fotosynthese/ chemosynthese
2. Assimilatie van koolstof (tot glucose) wordt geconsumeerd door consumenten
3. Dood organisch afval wordt afgebroken door reducenten
4. De reducenten breken het afval anaëroob af tot CO2 / CH4
5. CH4 kan door methaanoxiderende bacteriën worden omgezet in CO2
6. Aërobe dissimilatie tot CO2
CO2 wordt opgeslagen in de oceaan. Indien het reageert met water verzuurt de oceaan
+ ¿¿
−¿+ H ¿
C O2 + H 2 O → H 2 C O3 ↔ HC O3
Vervolgens reageert het H+ ion met CO32-
−¿ ¿
2−¿→ HCO 3 ¿
+¿+C O3 ¿
H
Dit gaat ten koste van de CO32- dat gebruikt wordt voor het skelet van schaaldieren
2+ ¿→CaCO 3 ¿
2−¿+C a❑ ¿
C O3