Module 9, Bloed en bloedsomloop
5 liter bloed
● 2 liter cellen (rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes)
○ al deze cellen geproduceerd in rode beenmerg
● 3 liter plasma: bloed zonder bloedcellen (doorzichtig/geel)
○ bevat: zouten, voedingsstoffen, gassen, hormonen, plasma-eiwitten,
afvalstoffen
○ serum: bloed zonder bloedcellen & stollingsfactoren (doorzichtig/helder)
Homeostase: het handhaven van inwendig constant milieu (door organen)
● calciumconcentratie gereguleerd door 2 hormonen:
1. parathormoon → verhoogt [Ca2+] dmv chief cells in bijschildklieren
a. verminderde uitscheiding Ca2+ in nieren
b. verhoogde aanmaak vit-D-hormoon in nieren
i. meer resorptie Ca2+ in darmen
c. bevordert botafbraak door activatie osteoclasten (botafbrekende
cellen)
2. calcitonine → verlaagt [Ca2+] dmv C-cellen in schildklier
a. verminderde opname Ca2+ in darmen
b. bevordert botopbouw door activatie osteoblasten (botopbouwende
cellen)
Chief-cells & c-cellen zijn endocriene klieren: geven af aan cellen ‘binnen
lichaam’ → bloedbaan
Osteoporose: botontkalking (bij ouderen)
- afbraak bot > opbouw → gevolg van lagere [testosteron] & [B-oestradiol]
- rachits: vergroting kalkloos weefsel, zwakke botten & vervormde
ledematen → door tekort aan vitamine D en calcium-ionen
Functie rode bloedcel = transport O2 & CO2
- binding O2 & CO2 aan ijzerionen in hemoglobine
- 4 heemgroepen met ijzerionen → 4 O2 moleculen per hemoglobinemolecuul
Bohr-effect: verminderde affiniteit van hemoglobine voor zuurstof door hoge [CO2] en/of
melkzuur → zuurstof wordt uit weefsels in bloed ingedreven
, In rode bloedcellen
● opgelost CO2 diffundeert de bloedcellen in
+ ¿¿
−¿+H ¿
H 2 O+C O2 ⇔ H 2 C O3 ⇔ HC O3
+ ¿+ O2 ¿
● Vrijkomt H+ verdrijft O2 uit Hb HbO2 + H +¿ ↔ Hb H ¿
● Zuurstof komt vrij → gaat uit het bloed de
weefsels in
In longhaarvaten
● opgelost O2 diffundeert de rode bloedcellen in en
verdrijft H+ ionen uit hemoglobine
+¿¿
○ Hb H + ¿+O → HbO +H ¿ 2 2❑
● Vrijkoment H+ bindt zich aan opgelost koolzuur
+ ¿→ H2 CO 3 → H2 O+ CO 2 ¿
−¿+H ¿
HC O3
● CO2 komt vrij en gaat het bloed uit de longblaasjes in
Bufferende werking: constant houden van de pH van het bloed
+ ¿↔ H2 CO 3 ↔ H2 O+ CO 2 ¿
● koolzuur in bloedplasma HC O−¿+H
3
¿
+ ¿+ O2 ¿
● Hemoglobine in rode bloedcellen HbO 2 ❑ + H +¿↔ Hb H ¿
● Amino- zuren en eiwitten
○ aminogroepn nemen in een zuur milieu H+-ionen op
○ zuurgroepen geven in een basisch milieu H+-ionen af
Zuurstofdissociatiecurve
● zuurstof bepaalt verzadiging (saturatie) hemoglobine
● hemoglobine van foetus bindt sterker met O2
● na geboorte wordt foetaal hemoglobine vervangen
○ weinig afgifte O2 aan weefsels
○ afbraak rode bloedcellen in milt
○ afbraak hemoglobine in lever → ontstaan bilirubine → geelzucht
(baby geel)
Foetus moeite voldoende O2 te krijgen
● geen energie nodig voor verwarming
● roken tijdens zwangerschap → 20% minder O 2 in maternaal bloed →
vasoconstrictie (vernauwen bloedvat) navelstreng
Conditie neemt toe bij verhoging hematocrietwaarde (hoeveelheid rode bloedcellen)
● meer aërobe dissimilatie
● minder anaërobe dissimilatie → (minder melkzuur)
Lage pO2 → aanmaak hormoon EPO in nieren
● aanmaak rode bloedcellen in rode beenmerg → hogere hematocrietwaarde
recombinant DNA-techniek → organismen menselijk EPO aanmaken /
doping
5 liter bloed
● 2 liter cellen (rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes)
○ al deze cellen geproduceerd in rode beenmerg
● 3 liter plasma: bloed zonder bloedcellen (doorzichtig/geel)
○ bevat: zouten, voedingsstoffen, gassen, hormonen, plasma-eiwitten,
afvalstoffen
○ serum: bloed zonder bloedcellen & stollingsfactoren (doorzichtig/helder)
Homeostase: het handhaven van inwendig constant milieu (door organen)
● calciumconcentratie gereguleerd door 2 hormonen:
1. parathormoon → verhoogt [Ca2+] dmv chief cells in bijschildklieren
a. verminderde uitscheiding Ca2+ in nieren
b. verhoogde aanmaak vit-D-hormoon in nieren
i. meer resorptie Ca2+ in darmen
c. bevordert botafbraak door activatie osteoclasten (botafbrekende
cellen)
2. calcitonine → verlaagt [Ca2+] dmv C-cellen in schildklier
a. verminderde opname Ca2+ in darmen
b. bevordert botopbouw door activatie osteoblasten (botopbouwende
cellen)
Chief-cells & c-cellen zijn endocriene klieren: geven af aan cellen ‘binnen
lichaam’ → bloedbaan
Osteoporose: botontkalking (bij ouderen)
- afbraak bot > opbouw → gevolg van lagere [testosteron] & [B-oestradiol]
- rachits: vergroting kalkloos weefsel, zwakke botten & vervormde
ledematen → door tekort aan vitamine D en calcium-ionen
Functie rode bloedcel = transport O2 & CO2
- binding O2 & CO2 aan ijzerionen in hemoglobine
- 4 heemgroepen met ijzerionen → 4 O2 moleculen per hemoglobinemolecuul
Bohr-effect: verminderde affiniteit van hemoglobine voor zuurstof door hoge [CO2] en/of
melkzuur → zuurstof wordt uit weefsels in bloed ingedreven
, In rode bloedcellen
● opgelost CO2 diffundeert de bloedcellen in
+ ¿¿
−¿+H ¿
H 2 O+C O2 ⇔ H 2 C O3 ⇔ HC O3
+ ¿+ O2 ¿
● Vrijkomt H+ verdrijft O2 uit Hb HbO2 + H +¿ ↔ Hb H ¿
● Zuurstof komt vrij → gaat uit het bloed de
weefsels in
In longhaarvaten
● opgelost O2 diffundeert de rode bloedcellen in en
verdrijft H+ ionen uit hemoglobine
+¿¿
○ Hb H + ¿+O → HbO +H ¿ 2 2❑
● Vrijkoment H+ bindt zich aan opgelost koolzuur
+ ¿→ H2 CO 3 → H2 O+ CO 2 ¿
−¿+H ¿
HC O3
● CO2 komt vrij en gaat het bloed uit de longblaasjes in
Bufferende werking: constant houden van de pH van het bloed
+ ¿↔ H2 CO 3 ↔ H2 O+ CO 2 ¿
● koolzuur in bloedplasma HC O−¿+H
3
¿
+ ¿+ O2 ¿
● Hemoglobine in rode bloedcellen HbO 2 ❑ + H +¿↔ Hb H ¿
● Amino- zuren en eiwitten
○ aminogroepn nemen in een zuur milieu H+-ionen op
○ zuurgroepen geven in een basisch milieu H+-ionen af
Zuurstofdissociatiecurve
● zuurstof bepaalt verzadiging (saturatie) hemoglobine
● hemoglobine van foetus bindt sterker met O2
● na geboorte wordt foetaal hemoglobine vervangen
○ weinig afgifte O2 aan weefsels
○ afbraak rode bloedcellen in milt
○ afbraak hemoglobine in lever → ontstaan bilirubine → geelzucht
(baby geel)
Foetus moeite voldoende O2 te krijgen
● geen energie nodig voor verwarming
● roken tijdens zwangerschap → 20% minder O 2 in maternaal bloed →
vasoconstrictie (vernauwen bloedvat) navelstreng
Conditie neemt toe bij verhoging hematocrietwaarde (hoeveelheid rode bloedcellen)
● meer aërobe dissimilatie
● minder anaërobe dissimilatie → (minder melkzuur)
Lage pO2 → aanmaak hormoon EPO in nieren
● aanmaak rode bloedcellen in rode beenmerg → hogere hematocrietwaarde
recombinant DNA-techniek → organismen menselijk EPO aanmaken /
doping