Blok 2.5. Psychometrie
Online college hoofdstuk 4
Dit hoofdstuk gaat over de dimensionaliteit van testen. Er zijn ten minste drie fundamentele
vragen te stellen over de dimensionaliteit van een test. Deze drie vragen leiden elk tot een
ander soort test. Zo bestaat er uiteindelijk drie soorten testen, namelijk (1) uni dimensionale
tests, (2) multidimensionale testen met gecorreleerde dimensies en (3) multidimensionale
testen met niet-gecorreleerde dimensies. Het is belangrijk om et weten van welk soort test je
gebruik maakt omdat de testen belangrijke psychometrische verschillen van elkaar vertonen.
Met dimensies wordt er gekeken naar hoeveel psychologische constructen er in een test
worden gemeten. Bijv. als er enkel intelligentie wordt gemeten, kun je zeggen dat een test één
dimensie heeft. Meet een test verschillende persoonlijke eigenschappen, kun je zeggen dat de
test meerdere dimensies heeft.
Hoeveel dimensies een test heeft, kunnen we onderzoeken door middel van
exploratieve factor analyse (EFA). Bij EFA kijken we naar de eigenwaarden, screenplots en
factorladingen van een test. Om te onderzoeken of dimensies gecorreleerd zijn, kunnen we
ook gebruik maken van EFA. Dit wordt gedaan door het gebruiken van een rotatiemethode
om vervolgens te kijken naar de correlaties tussen de factoren, ook wel interfactor
correlations. Om te kijken wat de betekenis is van de dimensie(s) in een test, gebruiken we
ook EFA; we kijken naar de factorladingen van de EFA.
Online college hoofdstuk 4
Dit hoofdstuk gaat over de dimensionaliteit van testen. Er zijn ten minste drie fundamentele
vragen te stellen over de dimensionaliteit van een test. Deze drie vragen leiden elk tot een
ander soort test. Zo bestaat er uiteindelijk drie soorten testen, namelijk (1) uni dimensionale
tests, (2) multidimensionale testen met gecorreleerde dimensies en (3) multidimensionale
testen met niet-gecorreleerde dimensies. Het is belangrijk om et weten van welk soort test je
gebruik maakt omdat de testen belangrijke psychometrische verschillen van elkaar vertonen.
Met dimensies wordt er gekeken naar hoeveel psychologische constructen er in een test
worden gemeten. Bijv. als er enkel intelligentie wordt gemeten, kun je zeggen dat een test één
dimensie heeft. Meet een test verschillende persoonlijke eigenschappen, kun je zeggen dat de
test meerdere dimensies heeft.
Hoeveel dimensies een test heeft, kunnen we onderzoeken door middel van
exploratieve factor analyse (EFA). Bij EFA kijken we naar de eigenwaarden, screenplots en
factorladingen van een test. Om te onderzoeken of dimensies gecorreleerd zijn, kunnen we
ook gebruik maken van EFA. Dit wordt gedaan door het gebruiken van een rotatiemethode
om vervolgens te kijken naar de correlaties tussen de factoren, ook wel interfactor
correlations. Om te kijken wat de betekenis is van de dimensie(s) in een test, gebruiken we
ook EFA; we kijken naar de factorladingen van de EFA.