Samenvatting Stofuitleg H1
Bedrijfseconomie
Inleiding
Ondernemingsplan: Hier staat in:
- Het idee achter de onderneming
- Zaken rondom strategie, marketing en organisatorische kwesties
Maar ook het bedrijfseconomische deel:
- Investeringsplan (H1.2)
- Financieel plan (H1.3)
- Beginbalans (H1.4)
- Begrote resultatenrekening (H2)
- Begroot liquiditeitsoverzicht (H3)
- Eindbalans (H4)
Eenmanszaak of v.o.f. is hoofdelijk aansprakelijk (Ook met hun privévermogen)
Paragraaf 1.2
Investeringsplan: Lijst met bezittingen en de aankoopwaarde daarvan.
Vaste activa: Alle bezittingen die langer dan 1 productieproces meegaan.
Geld in kas of op de betaalrekening zijn vlottende activa.
Als een pand gehuurd wordt, is het geen bezitting, dus ook geen activa. Als er huur vooruit is betaald
is dit wel een vlottende activa. Dit wordt vaak aangegeven als ‘vooruitbetaalde bedragen’ of
‘Vooruitbetaalde huur’.
Paragraaf 1.3
Financieel plan: Hoe de financiering van het investeringsplan plaatsvind.
Financieringsbehoefte: Hoeveel geld heb je nodig volgens je financieringsplan.
Financieringsgat: Het verschil in de financieringsbehoefte tussen de eigen inbreng en het gedeelte
dat de ondernemer moet lenen (op lange termijn).
Eigen vermogen: Financiele middelen die door de eigenaar zelf in het bedrijf zijn gestoken en voor
onbepaalde tijd ter beschikking zijn voor het bedrijf. (ook wel permanent vermogen genoemd). Dit
kunnen ook middelen zijn die ingebracht worden, zoals een auto.
Vreemd vermogen: Schulden aan derden.
Bedrijfseconomie
Inleiding
Ondernemingsplan: Hier staat in:
- Het idee achter de onderneming
- Zaken rondom strategie, marketing en organisatorische kwesties
Maar ook het bedrijfseconomische deel:
- Investeringsplan (H1.2)
- Financieel plan (H1.3)
- Beginbalans (H1.4)
- Begrote resultatenrekening (H2)
- Begroot liquiditeitsoverzicht (H3)
- Eindbalans (H4)
Eenmanszaak of v.o.f. is hoofdelijk aansprakelijk (Ook met hun privévermogen)
Paragraaf 1.2
Investeringsplan: Lijst met bezittingen en de aankoopwaarde daarvan.
Vaste activa: Alle bezittingen die langer dan 1 productieproces meegaan.
Geld in kas of op de betaalrekening zijn vlottende activa.
Als een pand gehuurd wordt, is het geen bezitting, dus ook geen activa. Als er huur vooruit is betaald
is dit wel een vlottende activa. Dit wordt vaak aangegeven als ‘vooruitbetaalde bedragen’ of
‘Vooruitbetaalde huur’.
Paragraaf 1.3
Financieel plan: Hoe de financiering van het investeringsplan plaatsvind.
Financieringsbehoefte: Hoeveel geld heb je nodig volgens je financieringsplan.
Financieringsgat: Het verschil in de financieringsbehoefte tussen de eigen inbreng en het gedeelte
dat de ondernemer moet lenen (op lange termijn).
Eigen vermogen: Financiele middelen die door de eigenaar zelf in het bedrijf zijn gestoken en voor
onbepaalde tijd ter beschikking zijn voor het bedrijf. (ook wel permanent vermogen genoemd). Dit
kunnen ook middelen zijn die ingebracht worden, zoals een auto.
Vreemd vermogen: Schulden aan derden.