1. Welke van onderstaande uitspraken is juist?
a) Delegatie aan een ondergeschikte is niet mogelijk.
b) Subdelegatie betreft het overdragen van een gemandateerde bevoegdheid.
c) Bij attributie wordt een bestaande bevoegdheid door een bestuursorgaan toegekend aan
een ander orgaan.
d) Bij delegatie blijft de delegans bevoegd en verantwoordelijk.
2 Welke van onderstaande rechtsnormen behoren tot het bestuursrecht?
a. normen die de burger beschermen tegen het optreden van het openbaar bestuur
b. rechtsnormen waaraan het openbaar bestuur zich moet houden
c. normen die de organisatie van het openbaar bestuur regelen
d. de normen in antwoord a, b en c behoren allemaal tot het bestuursrecht
3. Welk antwoord bevat geen besluit in de zin van de Awb?
a. Algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels
b. Overige besluiten van algemene strekking
c. Beschikkingen
d. Feitelijke handelingen.
4. De burgemeester van Tilburg verleent een terrasvergunning aan café-eigenaar Jos Arets.
Meerdere personen maken bezwaar tegen deze vergunningverlening bij de burgemeester,
o.a.:
- Gerrit Brokx, die naast het café woont en overlast vreest.
- Joop Brokx, de broer van Gerrit, die voor hem op wil komen.
- Hans de Wit, die elders in de gemeente woont en vreest dat, nu Jos Arets een
vergunning heeft gekregen, er wel meer zullen volgen en zijn straat binnenkort
ook vol terrassen zal staan.
- Hanan ork, die een algehele campagne tegen alcoholmisbruik voert en daarom
ook tegen terrassen in het geweer komt.
Wie van deze personen zal als belanghebbende bij dit besluit worden aangemerkt?
, a. Gerrit Brokx, Joop Brokx en Hanan Tork.
b. Hans de Wit en Hanan Tork.
c. alleen Gerrit Brokx.
d. Gerrit Brokx en Hans de Wit.
5. Welke van de volgende algemene beginselen van behoorlijk bestuur is niet als zodanig
vastgelegd in de wet?
a. Het formele rechtszekerheidsbeginsel: besluiten dienen duidelijk en ondubbelzinnig te zijn.
b. Het vereiste dat een besluit op een deugdelijke motivering dient te berusten.
c. Het vereiste dat een bestuursorgaan alle bij een besluit betrokken belangen dient af te
wegen.
d. Het vertrouwensbeginsel: bij de toepassing van het recht door het bestuursorgaan
moeten burgers kunnen vertrouwen op het recht
6. Attributie is een vorm van bevoegdheidsverkrijging waarbij:
a. een al bestaande bestuursbevoegdheid wordt overgedragen aan een bestuursorgaan.
b. een nog niet bestaande bestuursbevoegdheid in het leven wordt geroepen en toegekend
wordt aan een bestuursorgaan.
c. een bestaande bestuursbevoegdheid wordt uitgeoefend namens een bestuursorgaan.
d. Geen van de bovenstaande antwoorden is juist.
7. Stelling I: Een besluit van de burgemeester om iemand op grond van art. 2 Wet
tijdelijk huisverbod een huisverbod op te leggen is een besluit in de zin
van art. 1:3 lid 2 Awb.
Stelling II: Een aanvraag om een verblijfsvergunning wordt afgewezen door de
Immigratie- en Naturalisatiedienst.
a Alleen stelling I is juist.
b Alleen stelling II is juist.
c Stelling I en II zijn beide juist.
d Stelling I en II zijn beide onjuist.
.