je een voldoende voor het tentamen.
1. Wat bevat artikel 6:111 BW?
a) aanvullend recht
b) dwingend recht
c) subjectief recht
d) formeel recht
2. In welk van onderstaande voorbeelden is er sprake van een objectief recht?
a) Jan koopt een auto van Piet ex artikel 7:1 BW
b) Chantal betaalt de koopsom van de scooter aan Kelly ex artikel 7:26 BW
c) De eigenaar mag met uitsluiting van een ander in principe vrij zijn eigendom gebruik maken ex
artikel 5:1 BW
d) Jolanda schenkt haar enige dochter een bedrag van €2.000,- ex artikel 7:175 BW
3. Welk van onderstaande artikelen bevat formeel recht?
a) art. 1:3 Awb
b) art. 5:2 BW
c) art. 158 Sr
d) art. 53 Sv
4. In welk boek is het (Nederlands) verbintenissenrecht geregeld?
a) BW 1
b) BW 2
c) BW 10
d) BW 6
5. Welke stelling is onjuist?
a) Het vermogensrecht gaat over rechten en plichten die op geld waardeerbaar zijn
b) Het personenrecht gaat over de persoon zelf
c) Het verbintenissenrecht gaat over de relatie tussen een persoon en een goed