Blok 2.5. Psychometrie: een inleiding.
Online college hoofdstuk 8: validiteit.
Definitie
Validiteit is de mate waarin er bewijs en ondersteuning van theorieën is die de interpretaties
van testscores ondersteunen. Je kunt dus niet spreken over de validiteit van een test, enkel
over de validiteit van de interpretaties van testscores. Verder wordt validiteit uitgedrukt in een
continuüm en dus niet in extremen. Je kunt niet zeggen “de interpretatie van testscores is niet
valide”, maar wel “de interpretatie van testscores is minder valide”. Een test zijn interpretatie
is gebaseerd op (theoretisch) bewijs. Wanneer dit niet het geval is, spreken we over
operationalisme. Dit betekend dat de test een construct meent te meten waarvan niet 100%
duidelijk is wat dat construct dan inhoudt. De precieze betekenis van het construct wordt
bepaald door hetgeen de test meet. Een voorbeeld is wanneer een test intelligentie meet
waarbij “intelligentie wordt bepaald door wat de intelligentietest meet”. Tot slot is het zo dat
een test die betrouwbaar is niet perse valide hoeft te zijn. Een test die valide is, is echter altijd
betrouwbaar!
De belangrijkheid van validiteit.
Als er psychologische metingen plaatsvinden met een serieus doel, zijn deze enkel
betekenisvol en bruikbaar wanneer ze een acceptabele validiteit bezitten wat betreft het
beoogde doel. Zonder test validiteit zijn metingen dus wetenschappelijk niet betekenisvol en
kunnen ze zelfs schadelijk zijn voor individuen of voor de maatschappij.
Bij validiteit gaat het altijd om de vraag: “in hoeverre kun je de scores interpreteren in
termen van een theorie van een onderliggend construct” waarbij alle vormen van validiteit
uiteindelijk terug te leiden zijn tot construct validiteit. Er zijn verschillende aspecten
belangrijk als het gaat over construct validiteit, namelijk.
1. Test inhoud: komen de items in een test overeen met het onderliggende construct dat
gemeten wordt? Dut wordt ook wel inhoudsvaliditeit (content validity) genoemd wat dus de
match is tussen de daadwerkelijke inhoud van een test en de inhoud die in de test opgenomen
zou moeten zijn om een representatief en adequaat sample te vormen van het onderliggende
construct dat gemeten wordt. Een probleem kan hier ontstaan wanneer er items worden
gesteld die niet relevant zijn voor het meten van het desbetreffende onderliggende construct.
Een ander probleem kan ontstaan wanneer een construct niet goed gerepresenteerd wordt
(wordt niet voldoende vertegenwoordigd). Dit is een probleem omdat je uitspraken gaat doen
over het onderliggende construct, terwijl dit bij onvoldoende vertegenwoordiging niet gepast
is. Inhoudsvaliditeit wordt vaak door elkaar gehaald met indruk validiteit (face validity) de
mate waarin een item gerelateerd lijkt te zijn aan een construct in de ogen van non-experts.
Deze is echter niet heel belangrijk en soms zelfs ongewenst (wanneer we juist niet willen dat
mensen weten wat er gemeten wordt omdat dit hun prestatie zou kunnen beïnvloeden).
2. Interne structuur: hangen de verschillende delen van een test samen en geven ze het
onderliggende construct goed weer? Hierbij is internal structure validity de match tussen de
daadwerkelijke structuur en de structuur die de test zou moeten hebben volgens de theorie
(bijv. als een test één construct zou moeten meten, zou hij een uni-dimensionale structuur
1
Online college hoofdstuk 8: validiteit.
Definitie
Validiteit is de mate waarin er bewijs en ondersteuning van theorieën is die de interpretaties
van testscores ondersteunen. Je kunt dus niet spreken over de validiteit van een test, enkel
over de validiteit van de interpretaties van testscores. Verder wordt validiteit uitgedrukt in een
continuüm en dus niet in extremen. Je kunt niet zeggen “de interpretatie van testscores is niet
valide”, maar wel “de interpretatie van testscores is minder valide”. Een test zijn interpretatie
is gebaseerd op (theoretisch) bewijs. Wanneer dit niet het geval is, spreken we over
operationalisme. Dit betekend dat de test een construct meent te meten waarvan niet 100%
duidelijk is wat dat construct dan inhoudt. De precieze betekenis van het construct wordt
bepaald door hetgeen de test meet. Een voorbeeld is wanneer een test intelligentie meet
waarbij “intelligentie wordt bepaald door wat de intelligentietest meet”. Tot slot is het zo dat
een test die betrouwbaar is niet perse valide hoeft te zijn. Een test die valide is, is echter altijd
betrouwbaar!
De belangrijkheid van validiteit.
Als er psychologische metingen plaatsvinden met een serieus doel, zijn deze enkel
betekenisvol en bruikbaar wanneer ze een acceptabele validiteit bezitten wat betreft het
beoogde doel. Zonder test validiteit zijn metingen dus wetenschappelijk niet betekenisvol en
kunnen ze zelfs schadelijk zijn voor individuen of voor de maatschappij.
Bij validiteit gaat het altijd om de vraag: “in hoeverre kun je de scores interpreteren in
termen van een theorie van een onderliggend construct” waarbij alle vormen van validiteit
uiteindelijk terug te leiden zijn tot construct validiteit. Er zijn verschillende aspecten
belangrijk als het gaat over construct validiteit, namelijk.
1. Test inhoud: komen de items in een test overeen met het onderliggende construct dat
gemeten wordt? Dut wordt ook wel inhoudsvaliditeit (content validity) genoemd wat dus de
match is tussen de daadwerkelijke inhoud van een test en de inhoud die in de test opgenomen
zou moeten zijn om een representatief en adequaat sample te vormen van het onderliggende
construct dat gemeten wordt. Een probleem kan hier ontstaan wanneer er items worden
gesteld die niet relevant zijn voor het meten van het desbetreffende onderliggende construct.
Een ander probleem kan ontstaan wanneer een construct niet goed gerepresenteerd wordt
(wordt niet voldoende vertegenwoordigd). Dit is een probleem omdat je uitspraken gaat doen
over het onderliggende construct, terwijl dit bij onvoldoende vertegenwoordiging niet gepast
is. Inhoudsvaliditeit wordt vaak door elkaar gehaald met indruk validiteit (face validity) de
mate waarin een item gerelateerd lijkt te zijn aan een construct in de ogen van non-experts.
Deze is echter niet heel belangrijk en soms zelfs ongewenst (wanneer we juist niet willen dat
mensen weten wat er gemeten wordt omdat dit hun prestatie zou kunnen beïnvloeden).
2. Interne structuur: hangen de verschillende delen van een test samen en geven ze het
onderliggende construct goed weer? Hierbij is internal structure validity de match tussen de
daadwerkelijke structuur en de structuur die de test zou moeten hebben volgens de theorie
(bijv. als een test één construct zou moeten meten, zou hij een uni-dimensionale structuur
1