Inhoud
Wim Huisman – Vrouwen en Wbc ........................................................................................................................ 2
Onna, van der Geest, Huisman en Denkers – Criminal Trajectories of White-Collar Offenders ........................... 4
1
, Wim Huisman – Vrouwen en Wbc
Op het terrein van wbc zijn vrouwen nog sterker ondervertegenwoordigd dan in andere vormen van
criminaliteit. In huidige studies wordt weinig aandacht besteed aan de rol van de vrouw. Er is maar één
studie naar gedaan en heeft vooral een verkennend karakter. Vanwege het verschil in de prevalentie kan
je ook beargumenteren dat er meer studies nodig zijn. Bovendien is er een maatschappelijke ontwikkeling
gaande: steeds meer vrouwen komen op hogere posities in de arbeidsmarkt. Wat betekent deze
ontwikkeling voor de wbc? Er worden twee hypothesen uitgewerkt: meer vrouwen op
managementposities leidt respectievelijk wel tot meer vrouwelijke wbc tegenover meer vrouwen op
managementposities leidt respectievelijk niet tot meer vrouwelijke wbc.
Genderbias en de definiëring van wbc
Sutherland: ‘crime committed by a person of respectability and a high social status in the course of his
occupation’. De definitie zou moeilijk operationaliseerbaar zijn en er kwam discussie over de de vraag of
de aard van de dader of van de daad bepalend is. Bij een daadgerichte benadering wordt de
operationalisering van wbc gekoppeld aan bepaalde delicten, meestal geoperationaliseerd als diverse
fraudedelicten. Bij een dadergerichte benadering wordt getracht de sociale status van de dader te
operationaliseren. Sutherland sprak zelf van ‘business managers and executives’. Deze twee benaderingen
produceren een heel verschillend beeld van het aandeel
van vrouwen in wbc. Studies die daadgericht kijken, laten een stijging zien van het aantal vrouwen dat
voor wbc wordt veroordeeld. In 2001 namen vrouwen bijna de helft van de verdenkingen van
verduistering en fraude voor hun rekening. Een dergelijke correlatie betekent echter nog geen causaal
verband. Bovendien is het volgens de dadergerichte benadering nog maar de vraag of hier wel sprake is
van door vrouwen gepleegde wbc. Uit de politiële registratie van typerende wbc valt niet op te maken of
deze zijn gepleegd door personen met een hoge maatschappelijke positie in de uitoefening van beroep of
bedrijf. Fraude wordt vaak als synoniem gebruikt, maar er is geen delict ‘fraude’ in het strafrecht te
vinden. Daly zegt hierover dat het vaak juist niet gaat over vrouwen in leidinggevende functies, maar juist
om vrouwen met lage posities in de hiërarchie. Terwijl volgens een daadgerichte benadering dus sprake
zou zijn van een sterke toename van het aantal door vrouwen gepleegde wbc, is wbc volgens de
dadergerichte benadering vooralsnog een mannelijk fenomeen.
Een tweede vorm van mogelijke genderbias bij wbc is een selectieve werking van de
rechtshandhaving. Vrouwelijke daders worden minder snel als verdachte herkend en worden minder
vaak vervolgd en schuldig bevonden dan mannelijke daders. Een recent onderzoek van de FIOD zou laten
zien dat rechercheurs de neiging hebben bij fraudezaken met zowel mannelijke als vrouwelijke
verdachten, de mannen eerdere te zien als hoofddader.
Een derde vorm van genderbias is die van de berichtgeving van de media en de daarmee
samenhangende informele criminalisering van wbc. Volgens Dodge zijn de kritieken vaak gegoten in
gender gerelateerde termen in plaats van in termen van professionaliteit en competentie. Zo zijn er in
Amerika vrouwen die bepaalde bijnamen kregen. Deze namen lijken eerder te verwijzen naar
diepgewortelde culturele voorstellingen van de vrouwelijk natuur als zijnde immoreel en boosaardig. Ze
doen daarmee denken aan het creëren van folk devils. Maar toch zijn deze folk devils uitzonderlijk bij wbc.
De situationele hypothese
Een voor de hand liggende verklaring voor het prevalentieverschil in wbc is dat veel minder vrouwen zich
bevinden in situaties waarin de gelegenheid worden geboden en motivaties worden gevormd tot het
plegen van wbc. Als deze situationele hypothese waar is, mogen we met het stijgen van vrouwen op de
maatschappelijke ladder dus ook meer door vrouwen gepleegde boekhoudfraudes en andere wbc
verwachten. Adler geloofde dat de emancipatie van de vrouw ervoor zou zorgen dat vrouwen ook qua
crimineel gedrag meer op mannen zouden gaan lijken. Ze geloofde ook dat vrouwen posities van status en
macht zouden misbruiken voor economisch gewin. Simon en Ahn-Redding sluiten zich hierbij aan en
wijten het aan de toenemende gelegenheid die vrouwen hebben door de toenemende participatie in de
hogere echelons van de arbeidsmarkt.
Er zijn ook tegengestelde ontwikkelingen. Dodge wijst op de trend van opting out – dat steeds
meer vrouwelijke managers ervoor kiezen hun leidinggevende functies in te wisselen voor minder
veeleisende banen die beter te combineren zijn met het ouderschap of huishouden - , zij komen dan niet
meer in de positie waarin ze mogelijkheden hebben tot het plegen van wbc.
Verklaringen voor wbc zijn vaak toepassingen van criminologische theorieën die de oorzaken van
crimineel gedrag in de sociale omgeving van de dader zoeken. Wbc wordt dan verklaard door percipieerde
kosten en baten van gedragsalternatieven (rationele keuze), de spanning tussen het behalen van
2