1. Wat is een conversiestoornis?
Spinhoven, Bouman & Hoogduin (2001)
Onder de conversiestoornis worden pseudo-neurologische aandoeningen verstaan, die zich
manifesteren op motorisch of zintuigelijk gebied. Pseudo-neurologisch, omdat de klacht een
neurologische ziekte doet vermoeden, terwijl daar bij onderzoek geen aanwijzingen voor worden
gevonden, wat maakt dat het een psychische oorzaak in plaats van organische oorzaak betreft.
De conversiestoornis is van oudsher bekend onder de naam hysterie of conversiehysterie.
Diagnostiek
De diagnostische criteria voor de conversiestoornis worden in de DSM-IV als volgt gegeven:
A. Symptomen of klachten met betrekking tot willekeurige spieren of zintuigen, die een
neurologische of andere medische aandoening doen vermoeden.
B. Psychologische factoren worden geacht verband te houden met de klachten, omdat het
ontstaan of verergeren van de symptomen vooraf wordt gegaan door conflicten of stress-
veroorzakende omstandigheden.
C. De symptomen zijn niet opzettelijk opgewekt of geveinsd.
D. De klachten kunnen na adequaat onderzoek niet geheel worden verklaard door een
neurologische of andere medische aandoening; ze behoren evenmin tot een cultureel
geaccepteerde wijze van reageren.
E. De symptomen of klachten veroorzaken significant ongemak of hinder in sociaal of
beroepsmatig functioneren, of vereisen medische zorg.
F. De symptomen of klachten zijn niet beperkt tot pijn of seksuele disfunctie, treden niet
uitsluitend op in het kader van een somatisatiestoornis, en maken ook geen deel uit van een
andere psychische stoornis.
De relatie met psychologische factoren is complex en, zoals later zal worden besproken, er zijn sterke
aanwijzingen dat traumatisering, acute hevige stress en mogelijk langdurige stress van belang zijn
voor het ontstaan van de stoornis.
In de DSM-IV worden vier subtypen onderscheiden:
(1) Met verstoringen in de motoriek (verlammingen en tremoren)
(2) Met zintuigelijke symptomen (blindheid, gevoel)
(3) Met toevallen, met of zonder bewustzijnsverlies
(4) Met gemengde symptomatologie
In de DSM-V wordt de conversiestoornis ook wel de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis
genoemd. Hieronder de criteria:
A. Eén of meer symptomen van veranderingen in motorische of sensorische functies
B. Uit klinisch onderzoek blijkt dat het symptoom incompatibel is met bekende neurologische
of andere somatische aandoeningen.
C. Het symptoom of de deficiëntie kan niet beter worden verklaard door een andere
somatische of psychische stoornis.