Garland, Fredrickson, Kring, Johnson, Meyer & Pen (2010)
Mensen passen continu hun gedrag aan; deze behoefte om gedrag aan te passen in uitdagende
situaties is onoverkomelijk. Door deze continue aanpassing ontstaan emoties, welke het resultaat
zijn van affectieve fenomenen, als respons op de verandering. Door te veel verandering kunnen
negatieve emoties de boventoon gaan voeren, wat leidt tot disfunctioneren. Positieve emoties
daarentegen worden gezien als beschermende factoren voor stress. Een positieve emotionele staat
kan leiden tot langdurige veranderingen in structuren en het functioneren van het brein.
Dit artikel legt de broaden-and-build theory van Fredrickson uit en beschrijft hoe de voortgekomen
kernprincipes van deze theorie worden ingezet in de pathogene processen in klinische stoornissen.
De broaden-and-build theory van positieve emoties
Negatieve emoties worden gezien als leidende factoren in aandachts- en gedachtenpatronen. De
broaden-and-build theory stelt echter dat positieve emoties de gedachte-actie sequentie verbreden,
waardoor er flexibiliteit ontstaat op hogere breinniveaus: verbreding van cognities leidt tot
gedragsmatige flexibiliteit, wat uiteindelijk persoonlijke hulpmiddelen voortbrengt, zoals
mindfulness, veerkracht, sociale nabijheid en fysieke gezondheid. Positieve emoties, ook al van korte
duur, kunnen een langdurige impact hebben op functionele uitkomsten, wat uiteindelijk leidt tot
vergroting in welzijn en sociale nabijheid. Simpel gezegd zorgen positieve emoties voor een
uitbreiding van de mindset, welke stukje bij beetje opnieuw gevormd wordt.
Binnen de broaden-and-build theory wordt gesproken van een positiviteitsratio; de verhouding
tussen positieve en negatieve emoties in de tijd. Over het algemeen wordt deze ratio geschat op 2:1,
omdat de gemiddelde, normaal functionerende individu beschikt over milde positief affect. Deze
algemene ratio wordt gezien als de positivity offset. De negativity offset stelt dat het negatieve
emoties sterker zijn van positieve emoties, en omdat in de normaal functionerende individu toch
onderdrukt kan worden, zou de ratio beter geformuleerd worden als 3:1. De broaden-and-build
theory houdt deze ratio aan.
In lijn met de positiviteitsratio is het principe dat positieve emoties een tegenwerkend effect hebben
op negatieve emoties. Waar negatieve emoties het lichaam voorbereiden op specifieke acties (fight
or flight), zijn positieve emoties geassocieerd met het ‘ontdoen’ bam deze voorbereidingen, een
proces wat uiteindelijk zal leiden tot een verbreding van het gedachte-actie verband. Het genereren
van positieve emoties zou belangrijke zijn in het verkrijgen van een veerkrachtig copingmechanisme.
Wanneer een bedreiging wordt waargenomen zullen individuen met een veerkrachtige coping eerder
in staat zijn zich te beperken tot hun huidige bezigheden en maken zich minder zorgen over
mogelijke negatieve consequenties. Door individuen met een klinische stoornis aan te leren om zelf
positieve emoties te genereren, zou een dusdanige veerkrachtig coping kunnen ontstaan.