Blok 2.5. Psychometrie: een introductie.
Hoofdstuk 9: Het Schatten en Evalueren van Validiteit (online college).
Nomological network: een combinatie van alle relaties tussen theoretische constructen welke een
specifiek associatiepatroon voorspellen tussen verschillende metingen van constructen (bijv.
hechtingspatroon zou hoog gecorreleerd moeten zijn bijv. temperament en laag gecorreleerd zijn met
bijv. intelligentie. Dit omdat er in de theorie is bewezen dat intelligentie niet samenhangt met
hechtingspatroon, maar temperament wel).
Methoden voor het evalueren van convergentie en discriminatie validiteit
1. Een eerste methode voor het evalueren voor de mate waarin metingen convergentie en
discriminatie validiteit laten zien, is focused associations. Hier wordt er gekeken of de verwachtte
hoge correlaties ook daadwerkelijk bestaan (dus of temperament in het onderzoek daadwerkelijk naar
voren komt als sterk gecorreleerd met hechtingsstijl, deze correlaties worden ook wel
validiteitscoëfficiënten genoemd). Validity generalization is het proces waarbij een test zijn
validiteitscoëfficiënt geëvalueerd wordt over een grote set studies om te kijken of gevonden resultaten
terug te vinden zijn in andere onderzoeken. Validiteit generalisatie is belangrijk voor minsten drie
dingen, namelijk (1) het kan een algemeen level van validiteit identificeren wanneer deze bestaat in de
grote set van studies, (2) ze kunnen de mate van variabiliteit in de validiteitscoëfficiënt identificeren in
de grote set van studies en (3) wanneer er veel variabiliteit aanwezig is, kan validiteit generalisatie
onderzoek de bron van die variabiliteit identificeren door moderators naar voren te brengen (die voor
de ene keer voor een sterkere correlatie zorgt, en voor de andere keer voor een lagere, bijv. plaats).
2. Een tweede methode is het kijken naar sets of correlations. Hierbij kijk je naar de correlatie
tussen verschillende variabelen waarbij je kijkt of de correlatiepatronen zinvolle en betekenisvolle
correlaties laten zien die door de theorie ondersteund worden (dus dat je ziet dat de correlatie tussen
hechtingsstijl en intelligentie bijv. 0.08 is en de correlatie tussen hechtingsstijl en temperament 0.69).
3. Een derde methode is het bekijken en onderzoeken van multitrait-multimethod Matrices
(MTMMM). Deze wordt in de praktijk best veel gebruikt. Bij MTMMM meet een onderzoeker
verschillende constructen, bijv. emotionaliteit, egocentrisme en gevoeligheid door middel van
meerdere methoden, bijv. observatie en vragenlijsten. De vraag is dan welke variantie in die
constructen en methoden wordt veroorzaakt door variatie in het construct dat je meet en welke
variantie in die constructen en methoden door de methode die je gebruikt.
Monotrait monomethod:
eenzelfde construct meten met
eenzelfde methode.
Monotrait heteromethod:
eenzelfde construct meten met
verschillende methoden.
Heterotrait monomethod:
verschillende constructen meten
met eenzelfde methode.
Heterotrait heteromethod:
verschillende constructen meten
met verschillende methoden.
1
Hoofdstuk 9: Het Schatten en Evalueren van Validiteit (online college).
Nomological network: een combinatie van alle relaties tussen theoretische constructen welke een
specifiek associatiepatroon voorspellen tussen verschillende metingen van constructen (bijv.
hechtingspatroon zou hoog gecorreleerd moeten zijn bijv. temperament en laag gecorreleerd zijn met
bijv. intelligentie. Dit omdat er in de theorie is bewezen dat intelligentie niet samenhangt met
hechtingspatroon, maar temperament wel).
Methoden voor het evalueren van convergentie en discriminatie validiteit
1. Een eerste methode voor het evalueren voor de mate waarin metingen convergentie en
discriminatie validiteit laten zien, is focused associations. Hier wordt er gekeken of de verwachtte
hoge correlaties ook daadwerkelijk bestaan (dus of temperament in het onderzoek daadwerkelijk naar
voren komt als sterk gecorreleerd met hechtingsstijl, deze correlaties worden ook wel
validiteitscoëfficiënten genoemd). Validity generalization is het proces waarbij een test zijn
validiteitscoëfficiënt geëvalueerd wordt over een grote set studies om te kijken of gevonden resultaten
terug te vinden zijn in andere onderzoeken. Validiteit generalisatie is belangrijk voor minsten drie
dingen, namelijk (1) het kan een algemeen level van validiteit identificeren wanneer deze bestaat in de
grote set van studies, (2) ze kunnen de mate van variabiliteit in de validiteitscoëfficiënt identificeren in
de grote set van studies en (3) wanneer er veel variabiliteit aanwezig is, kan validiteit generalisatie
onderzoek de bron van die variabiliteit identificeren door moderators naar voren te brengen (die voor
de ene keer voor een sterkere correlatie zorgt, en voor de andere keer voor een lagere, bijv. plaats).
2. Een tweede methode is het kijken naar sets of correlations. Hierbij kijk je naar de correlatie
tussen verschillende variabelen waarbij je kijkt of de correlatiepatronen zinvolle en betekenisvolle
correlaties laten zien die door de theorie ondersteund worden (dus dat je ziet dat de correlatie tussen
hechtingsstijl en intelligentie bijv. 0.08 is en de correlatie tussen hechtingsstijl en temperament 0.69).
3. Een derde methode is het bekijken en onderzoeken van multitrait-multimethod Matrices
(MTMMM). Deze wordt in de praktijk best veel gebruikt. Bij MTMMM meet een onderzoeker
verschillende constructen, bijv. emotionaliteit, egocentrisme en gevoeligheid door middel van
meerdere methoden, bijv. observatie en vragenlijsten. De vraag is dan welke variantie in die
constructen en methoden wordt veroorzaakt door variatie in het construct dat je meet en welke
variantie in die constructen en methoden door de methode die je gebruikt.
Monotrait monomethod:
eenzelfde construct meten met
eenzelfde methode.
Monotrait heteromethod:
eenzelfde construct meten met
verschillende methoden.
Heterotrait monomethod:
verschillende constructen meten
met eenzelfde methode.
Heterotrait heteromethod:
verschillende constructen meten
met verschillende methoden.
1