1.1 Scheikunde
Een blijvende verandering van stoffen is een chemische reactie. Een ander soort reactie is
bijvoorbeeld het bevriezen van water , dit is niet blijvend en valt dus onder natuurkunde.
De stoffen water ijs, en stoom alle 3 dezelfde stof: water. Deze verschijningsvormen zijn fasen waarin
water kan voorkomen( vast, vloeibaar en gasvormig = ijs,water en waterdamp )
Er zijn 4 fasen ( fasenaanduiding):
- Vast= S (solid)
- Vloeibaar= l (liquid)
- Gas = g
- Oplosbaar in water = aq (aqua)
Er zijn 6 overgangsvormen:
- Vast -> vloeibaar : Smelten
- Vloeibaar -> gas : Verdampen
- Vloeibaar -> vast : Stollen
- Gas-> Vloeibaar:Condenseren
- Vast-> gas : Sublimeren/vervluchtigen
- Gas -> vast : Rijpen/sublimeren
(sublimeren kan dus zowel overgang van vast naar gas als overgang van gas naar vast
betekenen)
Stofeigenschappen zijn onder andere smeltpunt, kookpunt smaak , geur , kleur dichtheid,
brandbaarheid en geleidbaarheid voor elektrische stroom.
Scheikundige verandering (= een chemische reactie) vaak te herkennen aan verandering van
stofeigenschappen.
1.2 Molecuultheorie
Elke stof is opgebouwd uit kleine deeltjes ( = Moleculen)
Verontstelling 1 – Elke stof heeft zijn eigen moleculen
Deze verontstelling verklaart het verschil tussen zuivere stoffen en mengsels. Zuivere stof bestaat uit
1 soort molecuul en een mengels uit meerdere soorten moleculen.
Smelt-/kookpunt - Het verschil tussen zuivere stoffen en mengels is tezien als er wordt gekeken naar
het smelt en kookpunt van een stof.Bij zuivere stoffen stijgt de temperatuur niet bij smelten of koken.
Zuivere stoffen hebben een smelt- en een kookpunt.
smelt/kooktraject – bijv een mengsel van water en alcohol kook bij ong. 80graden. Tijdens het koken
loopt de temp. Op tot 100graden. Een mengel heeft dus een kook-traject.Mengels hebben een smelt
en kooktraject.