vormen
= taal beschrijven: taalsysteem (klanken, woorden, zinnen)
Centraal staat de vorm en de betekenis van taal.
taal = systeem wat deel uitmaakt van ons kennissysteem dat een middel vormt om te
communiceren.
● verbaal en non-verbaal
● verloopt meestal via je oren.
visuele uitzondering: gebarentaal
Wat is taal?
Charles Darwin: dieren communiceren met elkaar
Waarnemingen vastgesteld bij dieren ->
Eigenschappen nodig voor communicatie onder soortgenoten:
● nieuwsgierigheid
● imitatievermogen
● aandacht
● geheugen
● verbeelding
● redeneren
● misleiden
Maar: alleen de mens heeft: taalvermogen!
20e eeuw: Oostenrijkse bioloog -> bijen communiceren o.a. met elkaar door middel van dans in
de lucht -> bij heeft nectar gevonden -> de dans geeft aan waar dat is en hoe ver dat is.
Iconisch systeem = er is een waarneembaar verband tussen dat wat er gezegd wordt en
waarnaar dit verwijst
voorbeeld: de richting van de bijendans geeft de richting aan van de gevonden nectar.
Onatopeeën = klanknabootsing =
woord dat fonetisch het geluid dat het beschrijft nabootst of suggereert
woorden als “koekoek”, “oehoe”, “piep piep” (muis), miauw (kat)
Is een vorm van iconisch systeem bij mensen.
Maar:
Menselijke taal is vrijwel altijd: arbitrair
Arbitrair = willekeurig, eigenmachtig
want: er is niks “huizig” aan een huis, en niks “perig” aan een peer
Voorbeelden:
1 De relatie tussen klank en betekenis is volkomen arbitrair . Een paal heet “een paal”
omdat we dat zo hebben afgesproken, niet omdat de klank van dat woord iets ‘paal-achtigs’
heeft.
2 De klank van een woord heeft meestal niets te maken met de betekenis van dat woord.
We noemen de zee “de zee” en een meer “een meer”, maar we zouden de zee net zo goed “het
meer” kunnen noemen, en een meer net zo goed “een zee”.
Andere voorbeelden, buiten taal om:
willekeurige keuzes, willekeurige besluiten, willekeurige conclusies.
,Communicatiesysteem bij dieren:
● Leer je niet van je ouders
● Je wordt ermee geboren
● Is weinig veranderlijk -> nadeel in de natuur als leefomgeving verandert bv doordat er
andere roofdieren in dat gebied komen te wonen
(geleerde systemen, zoals bij mensen, zijn flexibeler
voorbeeld: het Nederlands in de Middeleeuwen is anders dan het huidige Nederlands)
● Vinken: hebben een repertoire aan liedjes, die ze van andere vogels hebben gehoord en
eigen hebben gemaakt. Hierbij dus wel verandering. Ook vinken in NL zingen andere
liedjes dan vinken in La Palma.
Jaren ‘50: Charles Hockett
Kenmerken communicatiesystemen bij mensen:
● taal is onafhankelijk van het hier en nu
● taal is arbitrair
● taal is flexibel
● dubbele articulatie
● het is een slim en uniek systeem
Dubbele articulatie = menselijke taal bestaat uit 2 lagen:
1 fonologie = een laag met klanken die samen woorden vormen
voorbeeld: ui h i s t -> huis of uit
2 syntaxis = een laag van woorden die samen zinnen vormen
voorbeeld: huis of uit -> het huis uit of uit het huis
Klanken:
● zijn beperkt in aantal
● hebben zelf geen betekenis
Betekenis ontstaat pas als:
● klanken gecombineerd worden tot woorden en de woorden tot zinnen
=> Dus ons communicatiesysteem is een slim systeem
-> Met gering aantal betekenisloze klanken kun je je op vrijwel oneindige manier uitdrukken.
=> ons communicatiesysteem is ook een uniek systeem
-> niet aangetroffen bij dieren, alleen bij mensen
-> door bestuderen verschil mensen en dieren -> er ontstaat inzicht in wat menselijke taal uniek
maakt
Apen en mensen nauw verwant, maar apen qua taal:
geen besef van woordsoorten en zinsdelen
voorbeeld: geef sinaasappel mij geef eet sinaasappel geef mij jij
-> aap kun je woorden leren, maar heeft verder geen besef van die woorden
-> duurt heel lang voordat apen geringe hoeveelheid taal leren. Moeilijk daarbij: is het een
reactie op een bepaalde actie? En leren ze het op die manier of alleen aangeleerde woorden.
, Michael Tomasello:
Sociale psychologie.
Mensen zijn goed in samenwerken:
● goed kunnen verplaatsen in anderen
● kunnen aandacht gezamenlijk richten op hetzelfde doel -> hierdoor problemen oplossen
Apen: kunnen soms samenwerken, maar gaan dan weer snel zelf verder.
bv samen eten zoeken, maar er dan zelf snel vandoor gaan met het eten
Conclusie Tomasello: de sociale kant van de mens zou tot ontwikkeling van het menselijk
taalsysteem hebben geleid.
Noam Chomsky:
Ontwikkelingspsychologie - cognitieve en culturele verschillen tussen mens en dier
onderzoeken
Enige verschil menselijke taal t.o.v. dierentaal komt door: recursiviteit
recursiviteit = zichzelf herhalend; een structuur dat zichzelf eindeloos kan herhalen.
Voorbeeld: een enkele zin kun je met een oneindig aantal bijzinnen uitbreiden.
Nu: kritiek op Chomsky en Tomasello:
–> bepaalde vogels hebben ook recursiviteit in hun zang
–> bepaalde mensapen kunnen toch ook goed samenwerken met elkaar
Nog steeds: onduidelijkheid wat taalvermogen is:
is het een op zichzelf staande aangeboren module of
een systeem dat deel uitmaakt van een algemene menselijke cognitie.
Menselijke communicatie Dierlijke communicatie
Hockett tegelijkertijd voorkomen van verschillende kenmerken
verschillende kenmerken komen los voor
Chomsky recursiviteit geen recursiviteit
Tomasello sociale vaardigheden geen samenwerken