Boek: Beck-Soeliman
H1.1 Internationaal recht: recht tussen staten onderling
Internationaal publiekrecht: Staten maken afspraken en voelen zich verplicht om zich hieraan vast te houden.
Regelgeving die staten waardevol vinden om daadwerkelijk na te komen. Het publiek of openbaar gezag
bedenkt regelgeving om internationale problemen op te lossen. De afwezigheid van een internationaal systeem
van handhaven, door internationale organisaties kunnen ze sancties opleggen.
H1.2 Internationale rechtsorde
Gelijkheid: staten zijn gelijk aan elkaar, ze zijn zelfstandig bevoegd om rechtsbetrekkingen aan te gaan.
Horizontale rechtsorde: staten die met andere staten zelfstandig afspraken kunnen maken. Er is geen
sprake van centrale wereldwetgever of centraal gezag dat het recht kan afdwingen. Rechterlijke
beslissingen van internationale gerechtshoven niet feitelijk afdwingbaar zijn.
Afhankelijkheid: Staten zijn afhankelijk van elkaar.
H1.3 Doorwerking in de nationale rechtsorde
Monisme: Internationaal recht wordt automatisch een deel van de nationale rechtsorde.
Dualisme: internationaal recht moet worden omgezet naar nationaal recht via een aparte wet.
Gematigd monisme: ieder verbindende bepalingen van verdragen verbindende kracht hebben, nadat
zij zijn bekendgemaakt. Burgers kunnen bij de rechter hierop een beroep doen.
Verdragen worden bekendgemaakt in het tractatenblad.
In geval van strijd tussen internationaal en nationaal recht, wordt nationaal recht alleen in geval van een iedere
verbindende bepalingen opzijgezet. Dit heet rechtstreekse werking.
Een bepaling uit een verdrag is rechtstreeks werkend als de bedoeling van partijen duidelijk is om als objectief
zonder dat daarbij een uitvoerende maatregel noodzakelijk is, te kunnen functioneren.
H2. Rechtsbronnen
Verdragen: Verdragen kan worden gesloten tussen twee of meer staten.
Multilateraal verdrag: een verdrag dat tussen meer dan twee staten is gesloten.
Associatieovereenkomst EU-Oekraïne.
Bilateraal verdrag: een verdrag dat tussen twee staten is gesloten. Sociale zekerheidsverdrag tussen
Nederland en Marokko.
Regionaal verdrag: een verdrag voor een bepaalde regio. Bijvoorbeeld Europese unie, verdrag van
Lissabon.
Mondiaal verdrag: een verdrag voor meerdere regio’s. bijvoorbeeld verenigde naties, verdrag inzake
de rechten van het kind.
Een verdrag komt tot stand na lobbyen, hierna staten de onderhandelingen. Na het opstellen van het verdrag
moet het ondertekent worden. Daarna wordt het bekrachtigd bij de depositaris. Een verdrag is pas bindend na
ratificatie en bekendmaking.