Collectief arbeidsrecht gaat over regels met betrekking tot de verenigingen van werkgevers en
werknemers, de collectieve onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden, de invloed van de overheid op
collectieve onderhandelingen en over collectieve conflicten.
Bij het collectief arbeidsrecht zijn er 3 vormen: stakingsrecht, cao-recht en medezeggenschapsrecht.
Wanneer er gestaakt wordt worden er collectieve afspraken gesloten. Staking is een middel van
vakbonden om onderhandelingen af te dwingen. Wanneer je staakt krijg je geen loon want geen arbeid,
geen loon. Tegenwoordig kun je wel een vergoeding krijgen van de vakbondskas.
Wat is een staking? Het collectief neerleggen van het werk door werknemers. Het is een drukmiddel en
hiermee wil je in de regel de werkgever onder druk zetten (of derden; politiek) om hem tot een bepaald
handelen of nalaten te bewegen met de bedoeling het werk weer te hervatten als de beoogde doeleinden
zijn bereikt.
Het stakingsrecht wordt mede bepaald door de stakingsmethode, organisatie en doel.
Er zijn geen wettelijke regels voor het stakingsrecht. De regels van het stakingsrecht zijn voortgekomen
uit jurisprudentie met als hoofdlijn het NS-arrest. In dit arrest werd er gekeken of een verdrag van
toepassing was. Dit was zo, namelijk het Europees Sociaal Handvest (artikel 6 en G).
Het NS-arrest is de rode draad van het stakingsrecht (HR 30 mei 1986). ESH heeft rechtstreekse
werking. Als de staking voldoet aan de voorwaarden van het ESH dan wordt de rechtmatigheid van de
staking getoetst. Kader; artikel 6 en G ESH. De HR heeft in het Amsta-arrest een kleine wijziging
aangebracht ten aanzien van het NS-arrest.
Artikel 6 ESH: Een staking is een staking op grond van het ESH als het collectief is en er sprake is van
een belangengeschil. Het stakingsrecht bestaat behoudens verplichtingen uit hoofde van reeds eerder
gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten. Dus wanneer er is afgesproken in de cao dat er niet gestaakt
zal worden dan mag er ook niet gestaakt worden.
Artikel G ESH: rechten van anderen en bescherming van openbare orde, nationale veiligheid, de
volksgezondheid en de goede zeden.
Vragen
1. Aan de hand van welke rechtsregels wordt de (on)rechtmatigheid van stakingen getoetst?
Artikel 6 en G ESH. Wanneer de staking niet mag volgens het ESH is het dus onrechtmatig en is
er sprake van een onrechtmatige daad.
Wanneer is er voldaan aan artikel 6 lid 4 ESH?
o Collectieve actie: het gaat om een groep werknemers, niet per se een vakbond (ook een
wilde staking)
o Belangenconflict: is niet een echtsconflict of een individueel conflict. Het geschil raakt
(een deel van) de werknemers. Het kan worden opgelost door collectieve
onderhandelingen.
o Actie/stakingsvorm ‘van het normale type’. Het niet verrichten van de bedongen arbeid
door de groep van werknemers, of daarmee samenhangende stakingsvormen. Niet:
vergaande vormen van bedrijfsbezetting.
o Stakingsreden: draait om onderhandelingen met betrekking tot arbeidsvoorwaarden.
Geen louter politieke of proteststaking
AOW-arrest: Als de staking zich richt tegen de overheid, valt de staking toch onder stakingsrecht van
het ESH, mits het overheidsbeleid gevolgen heeft voor de arbeidsvoorwaarden.
Ten gevolge van het Amsta-arrest is de spelregeltoets niet langer een zelfstandige maatstag voor de
rechtmatigheidstoetsing van een collectieve actie.