Targetfinding = Welk eiwit werkt niet goed
Lead finding = Zoektocht naar de biologische actieve stof die dit doeleiwit uitschakelt
Lead optimalisation = Het farmacon wordt geoptimaliseert, optimale werking en minimale bijwerkingen
Preklinisch onderzoek = Onderzoek voordat er op mensen wordt getest
In vitro onderzoek = Farmacon wordt getest op cellen
In vivo onderzoek = Farmacon wordt getest op dieren
Klinisch onderzoek = onderzoek waarbij het farmacon op mensen wordt getest
Fase 1 = Het medicijn testen op gezonde vrijwilligers
Fase 2 = Het medicijn testen op patiënten
Fase 3 = dubbelblindonderzoek
Dubbelblindonderzoek = Een groep krijgt een placebo en een andere groep krijgt het geneesmiddel
Farmacon = Chemische stof met een bepaald effect op het lichaam
Fase 4 = Post-marketing surveillance
Ligand = een stof die zich aan een receptor bindt
Receptor = een eiwit waaraan een ligand kan binden
Ligandreceptor-complex = een ligand die aan een receptor is gebonden
Agonist = een stof die een lichamelijk stof imiteert en aan een receptor bindt
Antagonist = Een stof die een receptor blokkeert
G-eiwit = een bepaalde receptor
Enzym = een eiwit die als receptor fungeert
Natrium/kalium pompen/kanalen = een bepaalde receptor
Transporteiwit = een bepaalde receptor
Synaptische spleet = de ruimte tussen twee synapsen
Farmacodynamkiek = Wat het medicijn met je lichaam doet
Farmacokinetiek = Wat doet je lichaam met het medicijn
1e orde kinetiek = De excretie wordt beïnvloed door de hoeveelheid medicijn die aanwezig is
0e orde kinetiek = De excretie wordt niet beïnvloed door de hoeveelheid medicijn die aanwezig is
Dosisresponse-curve = Grafiek die de relatie tussen ligandreceptor-complex concentratie en ligand
concentratie weergeeft
Lead finding = Zoektocht naar de biologische actieve stof die dit doeleiwit uitschakelt
Lead optimalisation = Het farmacon wordt geoptimaliseert, optimale werking en minimale bijwerkingen
Preklinisch onderzoek = Onderzoek voordat er op mensen wordt getest
In vitro onderzoek = Farmacon wordt getest op cellen
In vivo onderzoek = Farmacon wordt getest op dieren
Klinisch onderzoek = onderzoek waarbij het farmacon op mensen wordt getest
Fase 1 = Het medicijn testen op gezonde vrijwilligers
Fase 2 = Het medicijn testen op patiënten
Fase 3 = dubbelblindonderzoek
Dubbelblindonderzoek = Een groep krijgt een placebo en een andere groep krijgt het geneesmiddel
Farmacon = Chemische stof met een bepaald effect op het lichaam
Fase 4 = Post-marketing surveillance
Ligand = een stof die zich aan een receptor bindt
Receptor = een eiwit waaraan een ligand kan binden
Ligandreceptor-complex = een ligand die aan een receptor is gebonden
Agonist = een stof die een lichamelijk stof imiteert en aan een receptor bindt
Antagonist = Een stof die een receptor blokkeert
G-eiwit = een bepaalde receptor
Enzym = een eiwit die als receptor fungeert
Natrium/kalium pompen/kanalen = een bepaalde receptor
Transporteiwit = een bepaalde receptor
Synaptische spleet = de ruimte tussen twee synapsen
Farmacodynamkiek = Wat het medicijn met je lichaam doet
Farmacokinetiek = Wat doet je lichaam met het medicijn
1e orde kinetiek = De excretie wordt beïnvloed door de hoeveelheid medicijn die aanwezig is
0e orde kinetiek = De excretie wordt niet beïnvloed door de hoeveelheid medicijn die aanwezig is
Dosisresponse-curve = Grafiek die de relatie tussen ligandreceptor-complex concentratie en ligand
concentratie weergeeft