Perspectief
________________________________________________________________________
HC 2:
- Materiaal: Milanovic, pp. 1-45, Mokyr, pp. 3-16 (59 pages)
Groei meten
● Economic output
- GDP (Gross domestic product) = BNP
- Inkomens kant: inkomen in een land (lonen winst en rente)
- Productie kant: totale productie van goederen en diensten in een land
- Uitgaven: niet inbegrepen
- GDP per capita: hoeveelheid inkomen/productie per hoofd van de bevolking
- Er is een verband tussen GDP p.c. en levensverwachting
● Belangrijke onderscheidingen
- GDP p.c. level vs growth
- Current vs constant prices (or nominal vs real)
o Current prices: prices increase but not the amount of services (nominaal)
o Constant prices: prijzen met inflatie (reëel)
- Purchasing power parity (PPP) adjustment: koopkracht vergelijken
Pro’s GDP
● universele maatstaf → makkelijk te vergelijken met andere landen
○ goed bruikbaar voor berekeningen en analyses
● betrouwbare maatstaf voor economische welvaart.
○ kan geen miscommunicatie ontstaan over de manier waarop de welvaart
wordt berekend.
● hele simpele manier van uitrekenen
Kritiek: GDP doesn’t capture:
● Activities beyond the ‘formal market’
○ (Working black, being a stay-at-home mom, immigrants etc.)
○ The health developments
○ The sustainability of the growth,
○ Political freedom
● Externe effecten en milieuvervuiling worden niet meegenomen in de berekening
● GDP is niet betrouwbaar in sommige landen
○ Like African countries or China (corruption etc.)
● Alternatieven voor GDP
○ HDI
○ Better life index
,Theories of economic growth between countries
- Malthusian “growth” (population growth)
- Smithian growth (commercial expansion)
- Solovian-Swanian growth (investment)
- Schumpeterian growth (human knowledge)
Malthusian “growth” (overbevolking)
- The supply of ‘subsistence goods’ (food, feed, fodder, fiber and fuel) have a limited
potential for growth while the population grows really fast.
- Any increase in income will be absorbed by the rising population and poverty will
increase.
→ Only population control or a big disaster like war or sickness can avert
this trap.
- There will be a shortage of all goods because of overpopulation.
= Pessimistic
= Sustained growth on the long run is not possible
- based on a figure which shows the rise and fall of spain
Smithian growth (specialisatie)
- Division of labor is the engine of growth (specialization)
- Orientation of the economy towards market-produced goods/services
- You can specialize in things you are good at when others take over other services.
= more efficient / productive
- Trade involves expansion of markets, allowing for further specialization
- Because of import e.g. wheat from Denmark etc. Holland could
specialize in other things → more efficient → more growth
Solow-Swan model (breedte investering)
- Output (per worker) depends on the amount of productive capital
- Capital increases with investments and decreases with depreciation
- Solovian growth is limited by diminishing returns to capital.
(Er zit een productiecapaciteit aan dus het kan niet voor eeuwig groeien.)
- Wanneer je werkomstandigheden beter worden, verbeteren ook je werkprestaties
- Maar op een gegeven moment kan je niet meer verbeteren of leveren de
verbeteringen niet evenveel extra output op.
- Je ziet deze groei door investeringen terug bij Zuid-Korea en Taiwan die sinds 1970
meer zijn gaan investeren en de economie ook meer is gaan groeien
, Schumpeterian growth (diepte investering)
- Accumulation of human knowledge
- Application of new ideas to the production process
= saving costs or creating new products
- Ideas do not have limits
→ New ideas allow us to do more
- New ideas/technologies are the engines of sustained growth
- Creative destruction
= proces van voortdurende innovatie, waarbij nieuwe uitvindingen oude slechtere
vervangen en daarmee dus vernietigen
○ Armere landen kunnen meeliften op uitvindingen van rijkere landen (manieren
van voedselproductie, dus daardoor kunnen ze sneller groeien)
○ Maar in rijkere landen heb je betere scholen, meer tijd om erover na te
denken omdat je niet op het land moet werken.
Nederlandse groei
- Schumpeteriaans: kenniseconomie gefocust op R&D investeringen en educatie
- Soloviaans: productiecapaciteit vergroten, boeren moeten zo efficiënt mogelijk land
gebruiken, door de kleine oppervlakte.