Tekstverklaren en argumentatie 4 VWO
Vragen bij Denken moet je leren
Veel auteurs proberen in het begin van de tekst de aandacht van hun lezers te
trekken.
1 Op welke twee manieren wordt in de eerste twee alinea’s van de tekst de aandacht
van de lezer getrokken? (1p)
A. beschrijven van een interessant gedachte-experiment
B. formuleren van de probleemstelling van de tekst
C. noemen van het belang van het onderwerp voor de lezer
D. weergeven van een voor de tekst inspirerend voorval
Welk verband bestaat er tussen alinea 3 en alinea 4? (1p)
2 Alinea 4 bevat een…
A. argument bij de stelling in alinea 3.
B. constatering bij het standpunt in alinea 3.
C. verklaring bij de constatering in alinea 3.
D. weerlegging van het argument in alinea 3.
‘Maar eerst maken we korte metten met een hardnekkig misverstand.’ (regel 36-38)
3 Welk misverstand wordt bedoeld? (1p)
A. Nieuwe ontdekkingen in de hersenwetenschap laten zien dat het nut van
denken wordt onderschat.
B. Onderzoek bewijst dat tegenwoordig te veel waarde wordt toegekend aan het
nut van denken.
C. Uit onderzoek over de werking van onze hersenen blijkt dat denken niet zinvol
is.
D. Wetenschappers hebben aangetoond dat denken weinig toevoegt aan onze
hersencapaciteit
In alinea 5 wordt gesteld dat we minder goed in denken zijn dan we dachten.
Waarop is de argumentatie voor deze uitspraak gebaseerd? (1p)
4 De argumentatie is gebaseerd op ...
A. een oorzaak en gevolg.
B. een vergelijking.
C. een voorbeeld.
D. een voor- en nadeel.
1
Vragen bij Denken moet je leren
Veel auteurs proberen in het begin van de tekst de aandacht van hun lezers te
trekken.
1 Op welke twee manieren wordt in de eerste twee alinea’s van de tekst de aandacht
van de lezer getrokken? (1p)
A. beschrijven van een interessant gedachte-experiment
B. formuleren van de probleemstelling van de tekst
C. noemen van het belang van het onderwerp voor de lezer
D. weergeven van een voor de tekst inspirerend voorval
Welk verband bestaat er tussen alinea 3 en alinea 4? (1p)
2 Alinea 4 bevat een…
A. argument bij de stelling in alinea 3.
B. constatering bij het standpunt in alinea 3.
C. verklaring bij de constatering in alinea 3.
D. weerlegging van het argument in alinea 3.
‘Maar eerst maken we korte metten met een hardnekkig misverstand.’ (regel 36-38)
3 Welk misverstand wordt bedoeld? (1p)
A. Nieuwe ontdekkingen in de hersenwetenschap laten zien dat het nut van
denken wordt onderschat.
B. Onderzoek bewijst dat tegenwoordig te veel waarde wordt toegekend aan het
nut van denken.
C. Uit onderzoek over de werking van onze hersenen blijkt dat denken niet zinvol
is.
D. Wetenschappers hebben aangetoond dat denken weinig toevoegt aan onze
hersencapaciteit
In alinea 5 wordt gesteld dat we minder goed in denken zijn dan we dachten.
Waarop is de argumentatie voor deze uitspraak gebaseerd? (1p)
4 De argumentatie is gebaseerd op ...
A. een oorzaak en gevolg.
B. een vergelijking.
C. een voorbeeld.
D. een voor- en nadeel.
1