Vennootschappen & Rechtspersonen 2016 – 2017
Samenvatting week 1 t/m 4
Week 1 Personenvennootschappen, deel I
Maatschap: de overeenkomst waarbij twee of meer personen zich verbinden om iets in
gemeenschap in te brengen met het oogmerk om het daaruit ontstane voordeel met elkaar
te delen: art. 7A:1655 e.v. Kenmerkend is dat bij aanvang van het samenwerkingsverband
iets inbrengt. Voor zover er afspraken ontbreken geldt de wettelijke regeling van art.
7A:1673 en 1676 voor beheers- en beschikkingshandelingen.
Deze regels zijn ook van toepassing op de VOF en de CV voor zover daarvan niet wordt
afgeweken in K.
Vennootschap onder firma (hierna: VOF): een bijzondere, gekwalificeerde maatschap: art. 16
Wetboek van Koophandel (hierna: K).
Commanditaire vennootschap (hierna: CV): een gekwalificeerde maatschap onder
gemeenschappelijke naam met beherende en stille vennoten: art. 19 K.
Wetsvoorstellen tot aanpassing van de wetgeving betreffende personenvennootschappen
en invoering van titel 7.13 BW zijn tot nu toe gestrand. De regeling van 1838 is nog steeds
van kracht.
Vennoten van een maatschap zijn in beginsel alleen bevoegd hun medevennoten te
vertegenwoordigen indien zij daartoe een volmacht hebben: art. 7A:1679/1681. De
vennoten van een VOF zijn in beginsel individueel tot vertegenwoordiging bevoegd op grond
van art. 17 K.
De artt. 3:60 e.v. inzake volmacht zijn overeenkomstig de schakelbepalingen art. 3:78 en 79
ook van toepassing op de vertegenwoordiging van de maatschap en de VOF.
De vennoten zijn zowel bij de maatschap als ook bij de VOF persoonlijk aansprakelijk voor de
in het kader van het samenwerkingsverband gemaakte schulden. Bij de maatschap geldt dat
de maten voor gelijke delen aansprakelijk zijn (art. 7A:1680) en bij de VOF zijn de vennoten
hoofdelijk aansprakelijk (art. 18 K).
Het vennootschappelijk vermogen dat tot stand wordt gebracht behoort toe aan de
vennoten gezamenlijk. Er is sprake van een afgescheiden vermogen: exclusief bestemd voor
zaakscrediteuren. Boek 3 titel 7 BW gaat een rol spelen bij beëindiging en ontbinding van de
samenwerking.
Hoofdstuk 1 Contractuele samenwerkingsvormen in beroep en bedrijf
Eenmanszaak: een natuurlijk persoon oefent voor eigen rekening en risico een bedrijf of
beroep uit. In tegenstelling tot de Wet IB zien wij hier maar één vermogen. Zowel zaaks- als
privé-crediteuren kunnen zich ingevolge art. 3:276 verhalen op alle goederen van de
Samenvatting week 1 t/m 4
Week 1 Personenvennootschappen, deel I
Maatschap: de overeenkomst waarbij twee of meer personen zich verbinden om iets in
gemeenschap in te brengen met het oogmerk om het daaruit ontstane voordeel met elkaar
te delen: art. 7A:1655 e.v. Kenmerkend is dat bij aanvang van het samenwerkingsverband
iets inbrengt. Voor zover er afspraken ontbreken geldt de wettelijke regeling van art.
7A:1673 en 1676 voor beheers- en beschikkingshandelingen.
Deze regels zijn ook van toepassing op de VOF en de CV voor zover daarvan niet wordt
afgeweken in K.
Vennootschap onder firma (hierna: VOF): een bijzondere, gekwalificeerde maatschap: art. 16
Wetboek van Koophandel (hierna: K).
Commanditaire vennootschap (hierna: CV): een gekwalificeerde maatschap onder
gemeenschappelijke naam met beherende en stille vennoten: art. 19 K.
Wetsvoorstellen tot aanpassing van de wetgeving betreffende personenvennootschappen
en invoering van titel 7.13 BW zijn tot nu toe gestrand. De regeling van 1838 is nog steeds
van kracht.
Vennoten van een maatschap zijn in beginsel alleen bevoegd hun medevennoten te
vertegenwoordigen indien zij daartoe een volmacht hebben: art. 7A:1679/1681. De
vennoten van een VOF zijn in beginsel individueel tot vertegenwoordiging bevoegd op grond
van art. 17 K.
De artt. 3:60 e.v. inzake volmacht zijn overeenkomstig de schakelbepalingen art. 3:78 en 79
ook van toepassing op de vertegenwoordiging van de maatschap en de VOF.
De vennoten zijn zowel bij de maatschap als ook bij de VOF persoonlijk aansprakelijk voor de
in het kader van het samenwerkingsverband gemaakte schulden. Bij de maatschap geldt dat
de maten voor gelijke delen aansprakelijk zijn (art. 7A:1680) en bij de VOF zijn de vennoten
hoofdelijk aansprakelijk (art. 18 K).
Het vennootschappelijk vermogen dat tot stand wordt gebracht behoort toe aan de
vennoten gezamenlijk. Er is sprake van een afgescheiden vermogen: exclusief bestemd voor
zaakscrediteuren. Boek 3 titel 7 BW gaat een rol spelen bij beëindiging en ontbinding van de
samenwerking.
Hoofdstuk 1 Contractuele samenwerkingsvormen in beroep en bedrijf
Eenmanszaak: een natuurlijk persoon oefent voor eigen rekening en risico een bedrijf of
beroep uit. In tegenstelling tot de Wet IB zien wij hier maar één vermogen. Zowel zaaks- als
privé-crediteuren kunnen zich ingevolge art. 3:276 verhalen op alle goederen van de