Belang psychologische metingen:
- Invloed op educatie, carrière, familieleven, veiligheid, gezondheid, welvaart en
mogelijk ons geluk.
- Leven en dood consequenties onder bepaalde IQ geen doodstraf.
Noodzaak begrijpen testen:
- Belangrijke plaats maatschappij
- Zorgvuldig omgaan met resultaten
- Zelf kom je ook in je leven in aanraking met zo’n test
- Basis van onderzoek (wetenschappelijke validiteit)
- Geven informatie en aanbevelingen
Meten fysieke en non-fysieke wereld:
Bv. Gedrag interesse specifieke gedrag; bepalen niet observeerbaar psychologische
attributen (intelligentie, depressie, kennis, aanleg, extraversie, vermogen).
1. Identificeren observeerbaar gedrag dat een niet-observeerbaar proces/status/attribuut
representeert.
2. Meten gedrag (test).
3. Interpreteren in termen van onderliggende karakteristiek (inferentie).
Redelijke interferentie validiteit, meten wat het moet weten.
Valide theoretische link met attribuut.
Theoretisch concept meer dan verbeelding, gebruiken om verschillen tussen mensen te
verklaren hypothetisch construct/latent variabelen.
Operaties meten = operationele definitie.
Psychologische test: systematische procedure voor het vergelijken van gedrag van twee of
meer mensen.
1. Gedrag samples
2. Systematisch
3. Vergelijken twee of meer mensen
Bv: MC-vragen, stimuli reacties lab, beoordelingen lab; uitkomsten in hoeveelheid of
categorische data; vergelijken gedrag via interindividuele verschillen of kijken naar het
gedrag van hetzelfde individu op verschillende momenten onder dezelfde omstandigheden
namelijk intra-individuele verschillen.
Typen testen:
- Content: prestatie, aanleg, intelligentie, persoonlijkheid, attitude, etc.
- Response: open einde, dicht einde.
- Methode: individueel, groep.
- Doel
Criterion/domein referenced setting skill level vaste, vooraf opgestelde cutoff
score.
o Boven criterion
o Onder criterion
, Norm referenced vergelijken score met referenced/normatieve sample.
o Reference groep representeert goed-gedefinieerde populatie
o Kan onbetrouwbaar zijn
- Tijdlimiet:
Speeded test: tijd-gelimiteerd, scoren gemaakte vragen in bepaalde tijd.
Power test: correcte antwoorden van alle vragen bepalen, onbeperkte tijd.
Benamingen test = measure, instrument scale, inventory, battery (gebundelde testen, meten
niet per se hetzelfde), schedule, assessment.
Psychometrica: wetenschap betreft evalueren attributen psychologische test.
1. Type informatie geproduceerd door test.
2. Betrouwbaarheid test.
3. Validiteit data test (theoretische attributen).
Galton (oprichter)
- Anthropometrics: meten menselijke kenmerken.
Fysiek
Psychometrie psychisch.
- Vele conceptuele/technische innovaties, bv: normale distributie, correlatie, sampling
(identificeren, behandelen measurement error), fundatie mentale test.
- Interesse verschillen mensen differentiël psychologie.
- Psychometrie: studie operaties/procedure meten variabiliteit gedrag en deze verbinden
met metingen psychologische factoren.
Uitdagingen metingen in de psychologie:
- Gedrag is complex.
- Participant reactiviteit: meting beïnvloed te meten proces (validiteit omlaag).
Demand characteristics: gedrag aanpassen aan doel.
Sociaal gewenste antwoorden.
Malingering: slechte indruk.
- Expectation en bias effect onderzoeker.
- Composite scores: combineren losse itemscores tot totaal (de composite).
- Score gevoeligheid: vermogen meting discrimineren tussen betekenisvolle
hoeveelheden dimensie.
- Te weinig bewustzijn van het belang van psychometrische functies.
, Furr, Bacharach – Psychometrics – H2
Psychologische attributen hoeveelheid meting kwantificeert attribuut.
Measurement: toewijzen nummers aan objecten/events via regels.
Scaling: de manier waarop numerieke waarden worden toegewezen aan psychologische
attributen.
3 belangrijke numerieke eigenschappen (reflecteren potentiële verschillen):
- Identiteit: vermogen reflecteren gelijkheid/onderscheid categorieën op basis van
kenmerken. Categorisatie:
1. Voldoen aan eigenschap identiteit.
2. Mutual exclusive: geen overlap.
3. Exhaustive: iedereen moet in een categorie passen.
= Een label zonder wiskundige waarde zonder kwalitatieve waarde.
- Order: informatie over de relatieve hoeveelheid van het attribuut.
Het bepaalt de rank order van mensen relatief tot elkaar op een dimensie label.
- Kwantiteit: informatie over magnitude (= echte nummers) verschillen tussen mensen.
1 basisunit = unit of measurement = gestandaardiseerde kwantiteiten.
Continu
Ook wel scalar, metric, coordinal of kwantitatieve variabel genoemd.
Nummer 0
- 0 reflecteert een staat in welke een object/attribuut/event geen bestaan heeft (absolute
zero). Bv. 0 als reactietijd.
- Arbitraire kwantiteit van een attribuut (arbitraire zero). Bv 0 graden Celsius.
Arbitrair:
- Unit size: specifieke grootte van een unit is arbitrair (bv. Waarom zie een pond precies
zo’n hoeveelheid moeten indiceren).
- Geen inherente restrictie van objecten waarop een unit of measurement wordt
toegepast (bv. Pond kan verschillende objecten wegen).
- Bij fysieke vorm kunnen sommige units of measurement gebruikt worden om
verschillende kenmerken van een object te meten (bv. 4 laptops = tv).
Units of measure, ook wel standaard measures, zijn gebaseerd op alle drie manieren bij
fysieke vorm. Dit geeft ze flexibiliteit en generaliseerbaarheid. Zo kan milliseconden voor
veel meer worden gebruikt dan alleen tijdmeting.
Psychologische units of measurement zijn vaak alleen in de eerste soort arbitrair. De maat is
arbitrair, maar is wel gebonden aan specifieke objecten of dimensies. Uitzondering, als
standaard metingen gebruikt worden voor psychologische attributen.
Additiviteit en telling
Vereiste: de unit grootte verandert niet; alle units worden geteld als identiek. Je kan
bijvoorbeeld niet 1 kilo bij 1 kg optellen zonder dat je de unit of measurement aan elkaar
gelijk maakt.