Ontwikkeling hc 1: gametogenese en bevruchting
Leerdoelen:
De student kan na afloop:
- Beschrijven hoe de versmelting van zaad- en eicel verloopt
- Beschrijven welke morfologische veranderingen plaatsvinden vanaf de conceptie tot de
periode van organogenese
- Het proces van gastrulatie beschrijven
- Het proces van plooivorming beschrijven en de gevolgen aangeven voor de (onderlinge)
oriëntatie van de kiembladen
- Aangeven wat de derivaten zijn van de kiembladen
Elementen die in alle vertebraten op een manier voorkomen:
- Bilaterale symmetrie
- Polariteit
- Kiembladen
- Lichaamsholten
- Segmentatie
- Chorda
- Kieuwbogen
Gametogenese
De priomordiale kiemcel (diploïd) moet uiteindelijk een gameet worden (haploïd):
Primordiale kiemcel
1. Ontstaan van primordiale kiemcellen en migratie naar gonaden → gelijk voor man en vrouw
2. Vermeerdering van mitose
3. Meiose (reductie aantal chromosomen) Niet meer gelijk voor mannen en vrouwen
4. Functionele en structurele maturatie
Gameet
In de embryonale kiemcel worden ook al de primordiale kiemcellen gemaakt, dus van een cel dat
alles kan worden weer naar een cel dat alles kan worden
1
,Gametogenese
1. Locatie en migratie
a. Primordiale kiemcellen voor het eerst herkenbaar in de wand van de dooierzak (niet
in de gonaden zelf!)
2. Vermeerdering
a. Mitose gebeurd al tijdens migratie
b. Mitose in primitieve gonaden
c. Al verschil tussen mannelijke en vrouwelijke ontwikkeling
i. Vrouw: kiemcel → oögonium
ii. Tussen de 2e en 5e maand ontwikkeld dit →max 7 miljoen
iii. Man: kiemcel: spermatogonium
iv. Pas bij pubertijd
v. Onbeperkte poule → asymmetrische mitotische deling
Spermatogenese (Man):
Bij de man vindt asymmetrische mitotische deling plaats. Dit houdt in
dat er een pool van ongediffertieerde type A spermatogonia blijft
bestaan en de man zo een onbeperkte poule behoudt
Meiose/maturatie:
(hij had deze slide niet
ge-highlight, misschien
later op terug komen)
2
,Oögenese (vrouw) Meisose/maturatie
Deze 3 afbeeldingen ook niet ge-highlight, misschien later op terug komen
3
, Spermatogenese VS. Oögenese
1 Uit 1 prim. Spermacyt 1 Uit 1 prim. oöcyt
→ 4 spermatiden → 1 rijpe eicel / sec. oöcyt
2 Spermatogenese= continu proces 2 oögenese= discontinue proces
3 Start spermatogenese= pubertijd 3 start oögenese= vóór geboorte
4 “per leven” veel zaadcellen 4 “per leven” relatief weinig eicellen
5 na geboorte productie van 5 na geboorte geen productie van
prim. spermacyten. Prim. oöcyten
6 Einde spermatogenese: 6 einde oögenese: menopauze
overlijden man
Bevruchting
Transport zaadcellen:
- ~100-200 miljoen zaadcellen
- Verplaatsen zich via baarmoederhals en –holte naar de eileider
- De spermatozoön beweegt op geleide van temperatuurverschillen en chemotaxis
Zaadcel ondergaat capacitatie in de tuba uterina
- Verandering in de membraan samenstelling
- Deblokkering van receptoren op de zaadcel
- Hyperactiviteit
Het eicel moet voorkomen dat er meerdere zaadcellen tegelijk binden
Daarom een aantal “barrières” voor de zaadcel
om doorheen te komen
Barrière 1: de eicel heeft een groepje
follikelcellen mee genomen na de ovulatie, de
cumulus cellen. Deze hebben zich om de cel
heen georiënteerd, dit noemen we de corona
radiata. Hier moeten de zaadcellen doorheen
Barrière 2: de zona pellucida, tijdens het
ontwikkelen van de follikel wordt aan de
buitenkant van de eicel de zona pellucida
aangelegd. Geen cellen maar suikereiwitten
(acrosoom reactie)
de corticale granulae zitten aan het
membraan van de eicel en werken op de
buitenwereld, waaronder modifactie van de
ZP en interactie met zaadcel
4
Leerdoelen:
De student kan na afloop:
- Beschrijven hoe de versmelting van zaad- en eicel verloopt
- Beschrijven welke morfologische veranderingen plaatsvinden vanaf de conceptie tot de
periode van organogenese
- Het proces van gastrulatie beschrijven
- Het proces van plooivorming beschrijven en de gevolgen aangeven voor de (onderlinge)
oriëntatie van de kiembladen
- Aangeven wat de derivaten zijn van de kiembladen
Elementen die in alle vertebraten op een manier voorkomen:
- Bilaterale symmetrie
- Polariteit
- Kiembladen
- Lichaamsholten
- Segmentatie
- Chorda
- Kieuwbogen
Gametogenese
De priomordiale kiemcel (diploïd) moet uiteindelijk een gameet worden (haploïd):
Primordiale kiemcel
1. Ontstaan van primordiale kiemcellen en migratie naar gonaden → gelijk voor man en vrouw
2. Vermeerdering van mitose
3. Meiose (reductie aantal chromosomen) Niet meer gelijk voor mannen en vrouwen
4. Functionele en structurele maturatie
Gameet
In de embryonale kiemcel worden ook al de primordiale kiemcellen gemaakt, dus van een cel dat
alles kan worden weer naar een cel dat alles kan worden
1
,Gametogenese
1. Locatie en migratie
a. Primordiale kiemcellen voor het eerst herkenbaar in de wand van de dooierzak (niet
in de gonaden zelf!)
2. Vermeerdering
a. Mitose gebeurd al tijdens migratie
b. Mitose in primitieve gonaden
c. Al verschil tussen mannelijke en vrouwelijke ontwikkeling
i. Vrouw: kiemcel → oögonium
ii. Tussen de 2e en 5e maand ontwikkeld dit →max 7 miljoen
iii. Man: kiemcel: spermatogonium
iv. Pas bij pubertijd
v. Onbeperkte poule → asymmetrische mitotische deling
Spermatogenese (Man):
Bij de man vindt asymmetrische mitotische deling plaats. Dit houdt in
dat er een pool van ongediffertieerde type A spermatogonia blijft
bestaan en de man zo een onbeperkte poule behoudt
Meiose/maturatie:
(hij had deze slide niet
ge-highlight, misschien
later op terug komen)
2
,Oögenese (vrouw) Meisose/maturatie
Deze 3 afbeeldingen ook niet ge-highlight, misschien later op terug komen
3
, Spermatogenese VS. Oögenese
1 Uit 1 prim. Spermacyt 1 Uit 1 prim. oöcyt
→ 4 spermatiden → 1 rijpe eicel / sec. oöcyt
2 Spermatogenese= continu proces 2 oögenese= discontinue proces
3 Start spermatogenese= pubertijd 3 start oögenese= vóór geboorte
4 “per leven” veel zaadcellen 4 “per leven” relatief weinig eicellen
5 na geboorte productie van 5 na geboorte geen productie van
prim. spermacyten. Prim. oöcyten
6 Einde spermatogenese: 6 einde oögenese: menopauze
overlijden man
Bevruchting
Transport zaadcellen:
- ~100-200 miljoen zaadcellen
- Verplaatsen zich via baarmoederhals en –holte naar de eileider
- De spermatozoön beweegt op geleide van temperatuurverschillen en chemotaxis
Zaadcel ondergaat capacitatie in de tuba uterina
- Verandering in de membraan samenstelling
- Deblokkering van receptoren op de zaadcel
- Hyperactiviteit
Het eicel moet voorkomen dat er meerdere zaadcellen tegelijk binden
Daarom een aantal “barrières” voor de zaadcel
om doorheen te komen
Barrière 1: de eicel heeft een groepje
follikelcellen mee genomen na de ovulatie, de
cumulus cellen. Deze hebben zich om de cel
heen georiënteerd, dit noemen we de corona
radiata. Hier moeten de zaadcellen doorheen
Barrière 2: de zona pellucida, tijdens het
ontwikkelen van de follikel wordt aan de
buitenkant van de eicel de zona pellucida
aangelegd. Geen cellen maar suikereiwitten
(acrosoom reactie)
de corticale granulae zitten aan het
membraan van de eicel en werken op de
buitenwereld, waaronder modifactie van de
ZP en interactie met zaadcel
4