Literatuur:
Schaffer & Kipp
Santrock
Leerdoelen:
Wat is DNA en waar bestaat het uit?
Wat is erfelijkheid en hoe komt het tot uiting?
Conceptie:
Het moment dat de eicel losgelaten wordt van de eierstok en onderweg naar
de baarmoeder via de eileiders bevrucht wordt. Op dit moment wordt er een
zygote gevormd.
Zygote:
Een cel die gevormd wordt bij de conceptie. Wanneer een spermacel de eicel
binnenkomt, zal de eicel elke andere spermacel afstoten om de herhaling van
het bevruchtingsproces tegen te gaan. Binnen een paar uur valt de spermacel
uit elkaar en laat het genetisch materiaal los binnen de eicel. De eicel laat ook
genetisch materiaal los en er wordt een cel nucleus gevormd rond dit
genetische materiaal.
Deze nucleus bevat 46 paren chromosomen.
Chromosomen:
Een draadachtige structuur dat bestaat uit genen. Elke chromosoom bestaat
uit duizenden chemische segmenten, ook wel genen. De chromosomen
bevinden zich in de cel nucleus.
Elke ouder draagt 23 chromosomen bij aan het kind.
Genen:
De basiseenheden van erfelijkheid die samenwerken om een enkel eiwit te
bouwen.
Erfelijke blueprints voor de ontwikkeling die onveranderd overgedragen
worden van generatie naar generatie.
Genen zijn eigenlijk stukken DNA.
DNA:
Een complexe molecuul, dat lijkt op een gedraaide ladder die deel uit kan
maken van chromosomen.
DNA kan zichzelf vermenigvuldigen.
De ladderachtige molecuul kan in het midden splitsen als een rits en elke helft
vult zich aan met de missende delen. Hierdoor kan een enkele cel (zygote)
zich vormen tot een mens.
Haploïde cellen:
1 exemplaar van ieder chromosoom (N) = voortplantingscellen.
Diploïde cellen:
2 exemplaren van ieder chromosoom (2N) = alle andere cellen.
1