Nectar biologie – samenvatting hoofdstuk 15, sport
Paragraaf 1
Pees: stevige band van
bindweefsel die een spier
aan een bot verbindt. De
grootste in het lichaam is
de achillespees. Er wordt
bij het lopen veel energie
opgeslagen in de
achillespees. Die energie
komt vrij bij de afzet van
de voet van de grond.
In een pees maken gespecialiseerde
bindweefselcellen collageen (eiwit).
Veel collageenmoleculen samen noem je een
collageenfibril.
Veel fibrillen samen vormen weer
collageenvezels. Deze vezels zitten in dicht
opeengepakte, parallel lopende bundels (zie
hiernaast).
Bij volgroeide pezen zijn de cellen ver van elkaar
verwijderd en is er alleen maar contact via dunne
uitlopers. De celmembranen in de uitlopers van
twee cellen vormen op sommige plaatsen
eiwitkanalen met kleine openingen à “gap
junctions.” Hierdoor kunnen ionen van de ene naar de andere cel gaan.
Pezen zijn slecht doorbloedt waardoor blessures lang duren om te herstellen.
Herstellen bij een blessure werkt als volgt:
1. Granulocyten (witte bloedcellen) eten bacteriën die zijn vrijgekomen op.
2. Granulocyten activeren ook de rest van het lichaam m.b.v. cytokinen.
3. De cytokinen door collagenase te maken à breekt beschadigd collageen af.
4. Macrofagen reageren op de cytokinen door beschadigd weefsel op te ruimen.
5. Door groeifactoren ontstaan om de wond nieuwe bloedvaten.
6. Hierdoor krijgen bindweefselcellen meer brand- en bouwstoffen.
7. Bindweefselcellen delen actief en maken wekenlang extra collageen.
8. Collageenmoleculen maken dwarsverbindingen in het verlengde van de trekrichting
van de pees à wordt sterker.
1
,NEC T A R B IO LO GIE H O O F D S TU K 1 6 , S P O RT
Paragraaf 2
Skeletspieren zijn opgebouwd uit bundels spiervezels. Ze ontstaan door samensmelting van
honderden spiercellen. Rondom spiervezels ligt bindweefsel. Hierin liggen bloedvaten voor
de doorbloeding van de spieren.
Spiervezels zijn opgebouwd uit myofibrillen. à langgerekte eiwitfilamenten (eiwitdraden).
Hierdoor kunnen spieren samentrekken.
- Dunne filamenten.
Opgebouwd uit twee ketens van het eiwit actine.
- Dikke filamenten.
Opgebouwd uit een aantal ketens van het eiwit myosine.
à door de actine- en myosine filamenten ontstaan lichte banden (I-banden) en donkere
banden (A-banden) à dwarsgestreept spierweefel.
In het midden van elke I-band zit een Z-lijn. Hieraan zitten de actinefilamenten gehecht. Het
deel tussen twee Z-lijnen in noem je een sarcomeer.
Neuromusculaire synaps: de overdracht van impulsen van motorische neuronen op
spiervezels.
Axonen vertakken zich over een spier waardoor meerdere spiervezels tegelijk op de
impulsen reageren.
Motorische eenheid: een groep spiervezels die op de impulsen van één axon reageert. Dit
varieert per lichaamsdeel.
Als impulsen in een spiervezel aankomen, schuiven de actine- en myosine filamenten in
elkaar. Meerdere Z-lijnen trekken dichter naar elkaar toe waardoor de lengte van de
sarcomeren kleiner wordt à spier verkort.
Myosine is het motoreiwit (veroorzaakt een beweging) dat zorgt voor het in elkaar schuiven
van de filamenten.
Elke myosinekop kan een energierijk ATP-molecuul omzetten in ADP en Pi (fosfaat). De
vrijgekomen energie wordt gebruikt om de kop een beetje te buigen à vormverandering
myosinemolecuul.
Door een impuls uit het motorisch neuron komen Ca2+-ionen vrij waardoor de
myosinekoppen aan de actinemoleculen kunnen binden à ADP laat los van de myosinekop
en keert terug naar beginpositie (niet gebogen). Zie Binas Tabel 90C voor een animatie.
Als er geen CA2+-ionen meer vrijkomen dan kan myosine niet opnieuw aan actine binden.
De verbindingen blijven verbroken. Een sarcomeer verlengt zichzelf niet à antagonist.
2
, NEC T A R B IO LO GIE H O O F D S TU K 1 6 , S P O RT
Als een spier teveel samenstelt gaan impulsen naar het ruggenmerg en naar de hersenen à
hersenen sturen impulsen terug waardoor de samengetrokken spier ontspant en de
antagonist het overneemt.
Skeletspieren
• Snelle spiervezels (wit)
Myosinekoppen splitsen heel snel ATP. Er verbreken en ontstaan dus per
tijdseenheid veel verbindingen tussen actinefilamenten en de myosinekoppen.
Kenmerken:
- Anaeroob (zonder zuurstof)
- Hoge lactaatdrempel
- Snel en krachtig à snel uitgeput
- Weinig mitochondriën
- Weinig myoglobine (rode kleur)
• Langzame spiervezels (rood)
Kenmerken:
- Aeroob (met zuurstof)
- Lage lactaatdrempel
- Langzaam en minder krachtig à niet snel uitgeput (hoog duurvermogen)
- Veel mitochondriën
- Veel myoglobine
Verschillende typen spierweefsel (autonoom, niet bestuurbaar door de vrije wil):
• Hartspierweefsel
Bestaat uit dwarsgestreepte spiervezels die onderling verbonden zijn via
vertakkingen. Het gevormde ‘net’ van spiervezels perst het bloed het hart uit.
• Glad spierweefsel
Bestaat uit enkelvoudige spiercellen die niet met elkaar vergroeid zijn. Het is te
vinden in bloedvaten, bronchiën, maag, darmen, baarmoeder en blaas.
3