Hoorcollege 1 16-2-16
Doelen:
• De student kent het onderscheid tussen sensatie en perceptie.
• De student kent het verschil tussen bottum-up en top-down processen in perceptie.
• De student kan het concept aandacht koppelen aan de concepten bottum-up en top-
down en perceptuele blindheid en veranderingsblindheid.
• Subdoel onderzoek: De student kent de beperkingen van observeren als
onderzoeksmethode.
Sensatie: wat binnenkomt door onze zintuigen, word omgezet in signalen voor de hersenen.
(foto)
Perceptie: wat het brein van de binnenkomende signalen maakt. Voegt dingen toe zoals
herinneringen, motivatie, emotie enz. (gefotoshopte foto).
Sensorische adaptie: Zintuigen zijn geschikt om veranderingen gelijk op te merken. Want
veranderingen kunnen duiden op gevaar. Zintuigen merken iets niet meer op wanneer iets
hetzelfde blijft (bijv. kou en stank). Er is dus sprake van gewenning .
Absolute drempels VS verschil drempels.
Absolute drempel: wat kan ik überhaupt opmerken als mens? -> bijv. zintuigen. Hoe sterk
moet een ster zijn al wil ik hem kunnen zien? De ene persoon kan de ster wel zien en de
ander niet.
Verschil drempels: nog net waar te nemen, verschillen, hoe groot moet het verschil zijn om
op te meten. Hoe zwaarder de prikkel hoe moeilijker op te meten. Bijvoorbeeld: volume
verschil van 1 en 2 is beter op te meten dan 100 en 101. Voor de ene is ‘iets zachter’ zetten
ook anders dan voor een ander.
Signaaldetectie: wat merken we op en wat niet hangt af van verschillende factoren. Bijv:
Verwachtingen die we hebben
Ruis (wat leid af)
Absolute en verschil drempels
Aandacht
Perceptuele/veranderingsblindheid: we hebben het niet door wanneer er kleine
veranderingen ontstaan wanneer we er aan gewend zijn, door ruis of ontbreken van
aandacht. Bijvoorbeeld: een tafelkleed dat van kleur verandert in een tv show.
Perceptie: