Doelen:
Kan filosofie onderscheiden van de overige disciplines in de conceptuele leerlijn.
Begrijpt de waarde van filosofie voor het functioneren als pedagoog
Kan algemene denkprincipes en denkprocedures via de kritisch denken methode
actief en competent toepassen op een pedagogische onderwerp. (redeneren:
stelling- bewering – onderbouwing – bewijs) en stelling- bewering- bezwaar-
weerlegging-onderbouwing- bewijs.
Kan redeneerschema inzetten voor kritisch denken.
Doel 1 en 2 worden dit hoorcollege behandeld
Filosofie:
Men stelde moeilijke vragen over de wereld (natuur, god, liefde enz.) daarbij moest er
verstand gebruikt worden ipv van mythes.
Filosofie versus wetenschap
De gehele filosofie draait om het stellen van vragen. Over alles. Wetenschap gaat over het
beantwoorden van vragen. Over een bepaald gebied.
Vb.
Psychologie beantwoordt vragen over de menselijke geest.
Orthopedagogiek beantwoordt vragen over verstoring van de opvoeding.
Sociologie beantwoordt vragen over de samenleven van mensen.
Filosofische vragen:
1. Wat is waarheid?
2. Wat is geluk?
3. Wie is de mens?
4. Wat is de zin van het leven?
(lijken op levensvragen)
Kritisch denken: !!
- Goed lezen
- Nieuwsgierig zijn
- (Ingewikkelde) teksten in stukjes hakken
- Die stukjes proberen te begrijpen
- Je eigen idee vormen over wat je hoort en leest
Redeneerschema: op papier kunnen zetten hoe een redenering in elkaar zit. Komt niet op de
toets!