Psychologische gespreksvoering – Hoofdstuk 3
1.1 Inleiding
Om aan de slag te gaan als hulpverlener heb je naast een goede gezindheid ook theoretische
kennis nodig. De theorie moet aan de volgende voorwaarden voldoen;
- Maakt duidelijk hoe persoonlijke problemen kunnen ontstaan
- Biedt relatief eenvoudige richtlijnen om de problemen van cliënten te verminderen
- Biedt concreet inzicht in het functioneren van mensen
Hier sluit de cliëntgerichte benaderingswijze op aan.
= hierin staat de persoon als uniek individu centraal, met kenmerkende eigenschappen en
een eigen wijze van voelen en denken.
1.2 De theorie van Rogers
Opvallend aan zijn methode: Rogers ging vanuit een afstandelijke, wetenschappelijke
benadering v/d mens (wat in zijn tijd gebruikelijk was), over op een meer betrokken, haast
persoonlijke manier van werken.
1.2.1 Zelfactualisering
Of self-actualising tendency= de neiging om een eigen identiteit en optimale vorm te
ontwikkelen, die niet vastligt. Het is een proces waarin de mogelijkheden die door aanleg
gegeven zijn, worden ontwikkeld en verfijnd.
Bij mensen gebeurt meer dan het realiseren van dit biologisch proces:
- De mens beschikt over het vermogen dat hij zich bewust is van zichzelf -> hij kan
erover nadenken
- Mensen hebben voor hun zelfactualisering de verbondenheid met andere mensen
nodig
- De mens ontwikkelt een toekomstgericht sterven. Daarbij neemt hij doelbewust
beslissingen en keuzes over waarden en richting voor zijn denken/handelen
Het ontwikkelproces wordt in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van;
Experiencing: Het ontvangen van allerlei prikkels en die zelf kunnen ontvangen, beleven en
verwerken.
1.2.2 Onvoorwaardelijke acceptatie
Voor een kind is deze gunstige omgeving er een van;
Unconditional positive regard: onvoorwaardelijke steun, aandacht en zorg van mensen uit
de omgeving. Het kind moet worden geaccepteerd, zodat het zich veilig voelt en leert dat
het zichzelf mag zijn.
Onvoorwaardelijk: de positieve benadering is er áltijd, het kind hoeft er niks voor te doen.
1.2.3 Hoe ontstaan problemen?
Conditional regard: wanneer de omgeving het kind pas waardeert als het zich gedraagt zoals
de omgeving wilt. -> kind moet zich anders gaan gedragen om liefde en waardering te
ontvangen. -> dit zorgt ervoor dat het kind niet meer spontaan kan zijn.