Geschiedenis
Tijdvak 1
1.1 Het leven van jager-verzamelaars
KA: de levenswijze van jager-verzamelaars
- De jacht en het verzamelen van voedsel als middel van bestaan
- Nomadisch bestaan
- weinig bezit
- kleine groepen (tientallen)
- taakverdeling
- voortschrijdende technische ontwikkeling: een eenvoudig naar ingewikkeld (meer verfijning,
andere materialen dan steen)
- bijgeloof / religie (grotschilderingen, venusbeeldjes)
- geen rangorde (hiërarchie)
Hoe weten we iets van de eerste mensen (prehistorie)?
- Archeologen onderzoeken de ongeschreven bronnen
- Antropologen vergelijken hedendaagse jager-verzamelaars met de prehistorische samenlevingen.
1.2 De opkomst van de landbouw
KA: Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Neolithische / landbouwrevolutie: overgang jagers en verzamelaars naar landbouw
(akkerbouw en veeteelt), vanaf +/- 9000 v. Chr.
Oorzaak: klimaatverandering
Opwarming aarde na de laatste ijstijd:
- Overvloed aan granen en peulvruchten (vegetatie)
- Groot wild (jacht) werd schaarser, aanwezigheid van tembare dieren
- Landbouw leverde meer op bevolking kon groeien (vaste woonplaats / sedentair)
Gevolgen van de Neolithische Revolutie:
- Cultuurland (akkers)
- van nomadisch naar sedentair (dorpjes)
- bevolkingsgroei
- boeren doen (ook) aan nijverheid
- meer bezittingen, bijvoorbeeld keramiek meer archeologische vondsten dan bij jagers en
verzamelaars
- begin van sociale verschillen (rijk / arm)
- Religie (natuurgodsdiensten) / zingeving
1.3 De eerste steden
KA: Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Van af +/- 9000 v. Chr. : ontstaan van eerste dorpen
Ontwikkeling naar steden, dankzij de uitvinding van irrigatielandbouw
(zorgde voor voedseloverschot)
, Agrarische- stedelijke:
- Gespecialiseerde beroepen (niet iedereen boer)
- Steden waren afhankelijk van handel
- Grote sociale verschillen (hiërarchie)
- Regels / wetten (complexe samenleving)
- Uitvinding schrift (administratie, wetten)
- Godsdienst (polytheïsme)
- Oorlogen
- ziektes
Tijdvak 2: De tijd van Grieken en Romeinen (3000 v. Chr. – 500 na Chr.)
2.1 Wetenschap en Politiek in de Griekse stadstaat
KA: Ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de
Griekse stadstaat.
Inleiding:
- Griekse polis (mv poleis) = onafhankelijke stadstaat
- +/- 800 v. Chr. : overbevolking leidt tot kolonisatie rondom de Middellandse zee/ zwarte zee
- Handelscontacten tussen koloniën en ‘moederpolis’ leidt tot welvaart. (bv. Athene)
- 5e eeuw v. Chr. : klassieke tijd, Griekse cultuur (bouw- en beeldhouwkunst, wetenschap)
klassiek = als voorbeeld van blijvende waarde
Burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat (Athene)
- 507 v. Chr. : Athene werd van een tirannie een democratie
- Alle vrije (mannelijke) burgers hadden burgerrechten, vb. deelname aan volksvergaderingen
- Loting bepaalde wie er in het dagelijks bestuur en de rechtspraak zat (voor 1 jaar)
Vanaf 600 v. Chr. Ontwikkelden filosofen het rationeel denken (= gebruik van het verstand
i.p.v. de godenwereld) in hun zoektocht naar de ‘oerstof’ waarvan alles gemaakt was (aarde,
lucht, water, vuur)
Vanaf Socrates (+/- 400 v. Chr.) richt de filosofie zich vooral op zaken als het menselijk
handelen, en de beste staatsvorm
Uit de filosofie ontstonden andere wetenschappen zoals geneeskunde en wiskunde
Wetenschappelijk denken = onderzoek doen naar natuurlijke oorzaken van verschijnselen met
gebruikmaking van het verstand / de ratio en het doen van experimenten.
KA: De klassieke vormentaal van de Grieks / Romeinse cultuur
Voorbeeld:
- zuilen, reliëfs
- bogen, gewelven en koepels (Romeins)
- beeldhouwkunst
Grieks: perfecte schoonheid (idealisme)
Romeins: realisme
2.2 Cultuur in het Romeinse rijk
KA: De vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
Het hoogtepunt van de Griekse bouwkunst was het Parthenon in Athene. In deze tempel stond een
11,5 meter hoog beeld voor Pallas Athene.
Tijdvak 1
1.1 Het leven van jager-verzamelaars
KA: de levenswijze van jager-verzamelaars
- De jacht en het verzamelen van voedsel als middel van bestaan
- Nomadisch bestaan
- weinig bezit
- kleine groepen (tientallen)
- taakverdeling
- voortschrijdende technische ontwikkeling: een eenvoudig naar ingewikkeld (meer verfijning,
andere materialen dan steen)
- bijgeloof / religie (grotschilderingen, venusbeeldjes)
- geen rangorde (hiërarchie)
Hoe weten we iets van de eerste mensen (prehistorie)?
- Archeologen onderzoeken de ongeschreven bronnen
- Antropologen vergelijken hedendaagse jager-verzamelaars met de prehistorische samenlevingen.
1.2 De opkomst van de landbouw
KA: Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Neolithische / landbouwrevolutie: overgang jagers en verzamelaars naar landbouw
(akkerbouw en veeteelt), vanaf +/- 9000 v. Chr.
Oorzaak: klimaatverandering
Opwarming aarde na de laatste ijstijd:
- Overvloed aan granen en peulvruchten (vegetatie)
- Groot wild (jacht) werd schaarser, aanwezigheid van tembare dieren
- Landbouw leverde meer op bevolking kon groeien (vaste woonplaats / sedentair)
Gevolgen van de Neolithische Revolutie:
- Cultuurland (akkers)
- van nomadisch naar sedentair (dorpjes)
- bevolkingsgroei
- boeren doen (ook) aan nijverheid
- meer bezittingen, bijvoorbeeld keramiek meer archeologische vondsten dan bij jagers en
verzamelaars
- begin van sociale verschillen (rijk / arm)
- Religie (natuurgodsdiensten) / zingeving
1.3 De eerste steden
KA: Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Van af +/- 9000 v. Chr. : ontstaan van eerste dorpen
Ontwikkeling naar steden, dankzij de uitvinding van irrigatielandbouw
(zorgde voor voedseloverschot)
, Agrarische- stedelijke:
- Gespecialiseerde beroepen (niet iedereen boer)
- Steden waren afhankelijk van handel
- Grote sociale verschillen (hiërarchie)
- Regels / wetten (complexe samenleving)
- Uitvinding schrift (administratie, wetten)
- Godsdienst (polytheïsme)
- Oorlogen
- ziektes
Tijdvak 2: De tijd van Grieken en Romeinen (3000 v. Chr. – 500 na Chr.)
2.1 Wetenschap en Politiek in de Griekse stadstaat
KA: Ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de
Griekse stadstaat.
Inleiding:
- Griekse polis (mv poleis) = onafhankelijke stadstaat
- +/- 800 v. Chr. : overbevolking leidt tot kolonisatie rondom de Middellandse zee/ zwarte zee
- Handelscontacten tussen koloniën en ‘moederpolis’ leidt tot welvaart. (bv. Athene)
- 5e eeuw v. Chr. : klassieke tijd, Griekse cultuur (bouw- en beeldhouwkunst, wetenschap)
klassiek = als voorbeeld van blijvende waarde
Burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat (Athene)
- 507 v. Chr. : Athene werd van een tirannie een democratie
- Alle vrije (mannelijke) burgers hadden burgerrechten, vb. deelname aan volksvergaderingen
- Loting bepaalde wie er in het dagelijks bestuur en de rechtspraak zat (voor 1 jaar)
Vanaf 600 v. Chr. Ontwikkelden filosofen het rationeel denken (= gebruik van het verstand
i.p.v. de godenwereld) in hun zoektocht naar de ‘oerstof’ waarvan alles gemaakt was (aarde,
lucht, water, vuur)
Vanaf Socrates (+/- 400 v. Chr.) richt de filosofie zich vooral op zaken als het menselijk
handelen, en de beste staatsvorm
Uit de filosofie ontstonden andere wetenschappen zoals geneeskunde en wiskunde
Wetenschappelijk denken = onderzoek doen naar natuurlijke oorzaken van verschijnselen met
gebruikmaking van het verstand / de ratio en het doen van experimenten.
KA: De klassieke vormentaal van de Grieks / Romeinse cultuur
Voorbeeld:
- zuilen, reliëfs
- bogen, gewelven en koepels (Romeins)
- beeldhouwkunst
Grieks: perfecte schoonheid (idealisme)
Romeins: realisme
2.2 Cultuur in het Romeinse rijk
KA: De vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
Het hoogtepunt van de Griekse bouwkunst was het Parthenon in Athene. In deze tempel stond een
11,5 meter hoog beeld voor Pallas Athene.