Theorieën over Ontwikkelingsgebieden
1 Themes and perspectives in developmetal psychology
Nature-nurture debat: een debat over de vraag of vaardigheden en andere kenmerken
grotendeels het resultaat zijn van onze genetische erfenis (nature) of grotendeels het product
van onze omgeving en ervaringen zijn (nurture).
Behaviorisme: een beweging in de psychologie die ervan uitgaat dat het mogelijk is
om psychologische fenomenen te verklaren door zich uitsluitend op het gedrag en de
omgeving waarin het voorkomt te richten, ongeacht de geest. Skinner heeft de meeste invloed
gehad op het behaviorisme.
Conditionering: het beheersen van het gedrag door het manipuleren van beloningen en
verschillende stimuli in de omgeving.
Klassieke conditionering: mensen leren associaties tussen twee stimuli wanneer ze
tegelijkertijd gepresenteerd worden (denk aan Pavlov’s honden die beginnen te kwijlen zodra
ze het belletje horen dat associëren ze met eten).
Pavlov heeft zich gefocust op de associatie tussen twee stimuli en Skinner heeft zich gefocust
op associaties tussen stimuli en hun responsen.
Versterking (reinforcement): een stimuli, die de waarschijnlijkheid dat het organisme
hetzelfde gedrag zal laten zien in de toekomst, versterkt.
Waarom wordt de term beloning niet gebruikt in plaats van versterking? Omdat we bij
beloningen aan iets positiefs denken, terwijl versterkers zowel positief als negatief kunnen
zijn. Skinner liet zien dat het gedrag het product is van de versterking die heeft
plaatsgevonden in het verleden. Vormen (shaping) is een proces van opeenvolgende
aanpassingen. Skinner zei dat selectieve versterking in staat is om vorm te geven aan de
eenvoudige reflexen uit de vroege jeugd in de complexe gedragingen die typisch zijn voor
volwassenen.
Skinner zegt dat de dingen die kinderen kunnen leren grotendeels hetzelfde zijn als de dingen
die volwassenen kunnen leren, ondanks verschillende fysiologische verschillen. Hij zegt ook
dat de de leerprincipes voor iedereen gelijk zijn; baby, volwassene, dier etc. Hij ziet kinderen
als mini-volwassenen: ontwikkeling is een kwantitatief, continu proces, waarbij volwassenen
dezelfde kennis bezitten als kinderen, maar dan meer.
Chomsky is een aanhanger van het nativisme. Hij stelt dat baby’s geboren worden met
een aangeboren kennis van taal op een algemeen niveau. Hij zegt dat alle talen iets gemeen
hebben en dat er onder de oppervlaktestructuur een diepe structuur zit: een aangeboren
grammaticale structuur van de taal die zowel universeel tussen mensen is als uniek voor de
mens als soort. Chomsky ziet baby’s ook als mini-volwassenen; bepaalde eigenschappen zijn
aangeboren, wat betekent dat die eigenschappen in zowel baby’s als volwassenen te vinden
zijn. Ontwikkeling is ook hier een continu proces.
Wanneer een eigenschap is aangeboren, wil dat nog niet zeggen dit direct actief is.