Thema 5 Rechterlijke organisatie
Inleiding op het thema:
In deze week verschuift de aandacht van het openbaar bestuur naar de rechter. Voordat we ons in de
aankomende week richten op de bevoegdheid van de rechter om te toetsen, brengen wij deze week
eerst in kaart hoe de rechterlijke organisatie in Nederland is opgebouwd en welke waarborgen van
onafhankelijkheid het constitutionele recht bevat. Beide thema’s zijn volop in beweging. Denk aan de
recente (mislukte) pogingen om de bestuursrechtspraak te hervormen. Of aan de harde kritiek die door
PVV-leider Geert Wilders werd geuit op het functioneren van de rechterlijke macht.
Het is niet eenvoudig om aan de hand van de Grondwet te ontcijferen hoe de Nederlandse rechterlijke
organisatie is opgebouwd en op welke manier haar onafhankelijkheid wordt gewaarborgd. Behalve
van de Grondwet is het dan ook nodig dat u deze week kennis neemt van andere constitutionele
regelingen, zoals het EVRM, de Wet op de Rechterlijke Organisatie en de Wet rechtspositie
rechterlijke ambtenaren.
Literatuur:
- Kortmann, Constitutioneel recht, Deel II: 2.5-2.6; 2.7.1
- Michiel van Emmerik, Jan-Peter Loof en Ymre Schuurmans, ‘Rechtspraak anno 2014.
Vertrouwen is goed maar controle kan (nog) beter, NJB 2014, p. 2228-2236 (Blackboard)
- J.W. Ilsink, ‘Benoeming in de Hoge Raad’, NJB 2012/03 (Blackboard)
Jurisprudentie:
- EHRM 06-05-2003 (Kleyn) (Ars Aequi Jurisprudentie)
- Rechtbank Den Haag 11-11-2016 (Wrakingsverzoek Wilders II) (zelf opzoeken –
ECLI:NL:RBDHA:2016:13520)
Leerdoelen:
Na bestudering van de voorgeschreven literatuur en jurisprudentie en het voorbereid en actief
bijwonen van de onderwijsbijeenkomsten:
1. kunt u een onderscheid maken tussen verschillende vormen van rechterlijke
onafhankelijkheid;
2. weet u welke onafhankelijkheidswaarborgen het Nederlandse en Europese constitutionele
recht bevat;
3. kunt u de inrichting en bestuursstructuur van de rechterlijke organisatie in Nederland in kaart
brengen;
4. heeft u kennis van de bevoegdheden van rechterlijke ambten.
Werkgroepopdrachten thema 5
Opdracht 1
Het constitutionele recht bevat verschillende bepalingen die de onafhankelijkheid van Nederlandse
rechters waarborgen.
a. Noem twee van deze constitutionele bepalingen en geef aan van welk type rechterlijke
onafhankelijkheid zij een uitvloeisel zijn. Art. 117 lid 1 Gw ziet op de persoonlijke
onafhankelijkheid, zij bepaalt dat rechters bij koninklijk besluit voor het leven worden
Inleiding op het thema:
In deze week verschuift de aandacht van het openbaar bestuur naar de rechter. Voordat we ons in de
aankomende week richten op de bevoegdheid van de rechter om te toetsen, brengen wij deze week
eerst in kaart hoe de rechterlijke organisatie in Nederland is opgebouwd en welke waarborgen van
onafhankelijkheid het constitutionele recht bevat. Beide thema’s zijn volop in beweging. Denk aan de
recente (mislukte) pogingen om de bestuursrechtspraak te hervormen. Of aan de harde kritiek die door
PVV-leider Geert Wilders werd geuit op het functioneren van de rechterlijke macht.
Het is niet eenvoudig om aan de hand van de Grondwet te ontcijferen hoe de Nederlandse rechterlijke
organisatie is opgebouwd en op welke manier haar onafhankelijkheid wordt gewaarborgd. Behalve
van de Grondwet is het dan ook nodig dat u deze week kennis neemt van andere constitutionele
regelingen, zoals het EVRM, de Wet op de Rechterlijke Organisatie en de Wet rechtspositie
rechterlijke ambtenaren.
Literatuur:
- Kortmann, Constitutioneel recht, Deel II: 2.5-2.6; 2.7.1
- Michiel van Emmerik, Jan-Peter Loof en Ymre Schuurmans, ‘Rechtspraak anno 2014.
Vertrouwen is goed maar controle kan (nog) beter, NJB 2014, p. 2228-2236 (Blackboard)
- J.W. Ilsink, ‘Benoeming in de Hoge Raad’, NJB 2012/03 (Blackboard)
Jurisprudentie:
- EHRM 06-05-2003 (Kleyn) (Ars Aequi Jurisprudentie)
- Rechtbank Den Haag 11-11-2016 (Wrakingsverzoek Wilders II) (zelf opzoeken –
ECLI:NL:RBDHA:2016:13520)
Leerdoelen:
Na bestudering van de voorgeschreven literatuur en jurisprudentie en het voorbereid en actief
bijwonen van de onderwijsbijeenkomsten:
1. kunt u een onderscheid maken tussen verschillende vormen van rechterlijke
onafhankelijkheid;
2. weet u welke onafhankelijkheidswaarborgen het Nederlandse en Europese constitutionele
recht bevat;
3. kunt u de inrichting en bestuursstructuur van de rechterlijke organisatie in Nederland in kaart
brengen;
4. heeft u kennis van de bevoegdheden van rechterlijke ambten.
Werkgroepopdrachten thema 5
Opdracht 1
Het constitutionele recht bevat verschillende bepalingen die de onafhankelijkheid van Nederlandse
rechters waarborgen.
a. Noem twee van deze constitutionele bepalingen en geef aan van welk type rechterlijke
onafhankelijkheid zij een uitvloeisel zijn. Art. 117 lid 1 Gw ziet op de persoonlijke
onafhankelijkheid, zij bepaalt dat rechters bij koninklijk besluit voor het leven worden