Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Werkcolleges Grondslagen Vennootschapsbelasting

Beoordeling
4.2
(5)
Verkocht
3
Pagina's
90
Geüpload op
22-03-2017
Geschreven in
2016/2017

Uitgebreide uitwerkingen van alle (11) werkcolleges van het vak grondslagen vennootschapsbelasting.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Grondslagen vennootschapsbelasting
Werkcollege opgaven
Werkcollege 1.
Inleiding en subjectieve belastingplicht

Opgave 1: Vennootschapsbelasting; introductie




Vraag 1.1
Van wie wordt er in bovenstaande structuur vennootschapsbelasting geheven?

 BV 1 en 2 op grond van art. 1 en art. 2 lid 1 sub a wet VPB.
 Lichamen: iedereen die genoemd is in art. 2 + 3. Een lichaam is een ongedefinieerde term. De wet
bepaald of je aangemerkt wordt als een lichaam.
 De VOF is fiscaal transparant, de achterliggende participanten (vennoten) zijn belast voor de IB of
VPB. Door de VOF wordt dus ‘heen gekeken’. Als dat privépersonen zijn kom je in de IB terecht
(als ondernemer), is het een lichaam (BV bijv.) dan is de BV belastingplichtig tot de VPB.
 Natuurlijke personen worden niet belast in de VPB. De natuurlijk persoon zal waarschijnlijk belast
worden in box 2 (aanmerkelijke belang).

Er staat niks in de opgave over een fiscale eenheid, de moeder-dochterrichtlijn is dan ook niet aan de
orde. Indien dit wel het geval zou zijn, dan zou er belasting worden geheven bij de
moedervennootschap conform art. 15 wet VPB. Stel er was een fiscale eenheid, dan werden ze gezien
als één bedrijf dan werd er bij de moeder geheven alsof er sprake is van één geheel (art. 15 wet VPB).

Wanneer de VOF een CV zou zijn dan zou die belasting plichtig zijn wanneer deze open zou zijn. Een
gesloten CV is voor de vennootschapsbelasting transparant. Of een CV gesloten of open is, is terug te
vinden in art. 2 lid 3 AWR: wanneer je toestemming nodig hebt voor toe- of uittreding van alle
vennoten, dan is het een besloten CV.




1

,Vraag 1.2
Stel BV 2 maakt een winst van € 600.000 en wil deze winst uitkeren. Hoe wordt deze winst van € 600.000
bepaald?

- Art. 8 wet VPB legt het winstbegrip uit. Het is een schakelbepaling naar art. 3.8 wet IB. De
jaarwinst wordt bepaald aan de hand van het GKG.
- Art. 9 t/m ongeveer de fiscale eenheid allemaal uitzonderingen op art. 3.8 wet IB.
- De BV heeft een totaalwinst.
- Beginselen GKG:
o Matching
o Realisatie
o Eenvoud
o Voorzichtigheid
 Regelt het tijdstip waarop winsten en verliezen in aanmerkingen moeten
worden genomen (art. 3.25 wet IB).
Art. 8 wet VPB jo. art. 3.8 wet IB.

Vraag 1.3
Hoeveel vennootschapsbelasting wordt er geheven over de winst van € 600.000 en hoe verloopt de
winstuitkering?

- Art. 22 wet VPB: over de eerste €200.000 20% en het overschrijdende bedrag 25%.
- Dit betekent: 200.000 x 0,2 + 400.000 x 0,25 = 140.000
- Gevolgen BV 2: er kan €460.000 uitgekeerd worden. Stel dat er een dividenduitkering plaats vindt
van BV 2 naar BV 1. BV 1 heeft recht op de deelnemingsvrijstelling. Deze vrijstelling vormt een
objectvrijstelling (art. 13 VPB). Dus als BV 2 de winst uitkeert naar BV 1 dan is de winst niet belast
met dividendbelasting. Eigenlijk is BV 2 15% dividendbelasting verschuldigd, maar de moeder-
dochterrichtlijn is aan de orde en daarom 0%.
- Gevolgen BV 1 krijgt €460.000, art. 2 lid 5 wet VPB geeft aan dat er geen ‘niet
ondernemingsvermogen’ is binnen de BV. Er wordt dus een onderneming gedreven met het
gehele vermogen. De €460.000 zou belast moeten zijn, maar door de deelnemingsvrijstelling is
dat niet het geval (dit is een onderwerp voor latere colleges)


Vraag 1.4
Stel dat BV 1 van deze winst € 400.000 wil uitkeren aan de natuurlijk persoon en de VOF. Hoe verloopt
deze winstuitkering?

Dividendbelasting en loonbelasting zijn voorheffingen op de inkomstenbelasting. Moeder-
dochterrichtlijn is van toepassing op rechtspersonen(lichamen) -> geïmplementeerd art. 13 VPB en
art. 4 lid 1 dividendbelasting:
 BV 1 moet 15% dividendbelasting inhouden. Moeder-dochterrichtlijn geldt alleen voor
lichamen, niet voor natuurlijke personen.
 De natuurlijke persoon, valt in box 2 en verrekent de 25% IB-heffing over het reguliere
voordeel (200.000) maar deze mag verrekend worden met de voorheffing van 15%. De
natuurlijk persoon betaald daarom nog maar 10%.
 VOF is fiscaal transparant en is afhankelijk van de achterliggende participanten.




2

,Opgave 2: Lees-vereniging ‘het Boek’.

Vraag 2.1
Lees-vereniging ‘’Het Boek’’ in Tilburg heeft tot en met 2014 te kampen (gehad) met tekorten, ondanks
een enthousiaste inzet van vrijwilligers. De penningmeester, die aan de UvT het vak Inleiding
belastingrecht heeft gevolgd meent zich te herinneren dat sprake is van belastingplicht op grond van
artikel 4 van de Wet VPB '69, omdat o.a. in concurrentie wordt getreden met de boekenhandel op de
hoek van de straat.
a) Wanneer is een vereniging belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting?

Subjectieve belastingplicht:
- Belastingplicht voor stichtingen en verenigingen.
- Art. 2.1 e Vpb: ‘hiervoor niet genoemde verenigingen en stichtingen alsmede andere dan
publiekrechtelijke rechtspersonen, indien en voor zover zij een onderneming drijven’
- Ondernemingscriteria.
- Vrijstelingen? Art. 6: als de winst van een stichting 15.000 euro is (en de afgelopen 4 jaar niet
meer dan 75.000 euro), dan is de stichting of vereniging vrijgesteld (=subject). Dus niet de winst,
maar de stichting of de vereniging.
- Art. 2 lid 1 sub e wet VPB: indien en voor zover er een onderneming wordt gedreven.
- Wanneer drijf je een ondernemingen (art. 3.4 wet IB):
1. Organisatie bestaande uit kapitaal en arbeid.
2. Duurzame deelname aan het economisch verkeer
2. Winststreven; redelijkerwijs te verwachten.
- Wat is art. 4 wet VPB voor een bepaling? Uitbreiding van het winststreven. Zo wordt er ook een
onderneming gedreven indien er in concurrentie wordt getreden. Dit zorgt er ook voor dat je
VPB-plichtig bent. Winstoogmerk afwezig maar voldoe je wel aan de andere 2 criteria, dan
toetsen in art. 4 of er in concurrentie wordt getreden. Het moet te kosten gaan van de winst van
natuurlijke personen of organisaties die wel belastingplichtig zijn.
- Als een vereniging of een stichting niet deelneemt aan het economisch verkeer (alleen opereren
voor de eigen leden), dan is het niet belastingplichtig voor de VPB.

Kunstijsarrest: structureel verliesgevend -> dan treedt je voor de wet ook niet in concurrentie.

b) Wat vindt u – gezien de feiten en omstandigheden - van bovenstaande stelling met betrekking tot de
belastingplicht?

- Er is sprake van structurele tekorten, dus er wordt niet in concurrentie getreden en art. 4 sub a
wet VPB gaat dan ook niet op (BNB 1988/296 = kunstijsarrest).
- BNB 1988/296 -> art. 4 is niet van toepassing op lichamen die structureel verliesgevend zijn.

Vraag 2.2
Volgens de statuten van de vereniging wordt geen commercieel doel nagestreefd, dat wil zeggen, dat er
niet gestreefd wordt om winst te behalen. Het jaar 2015 was echter HET jaar voor de vereniging. Er werd
in dat jaar een winst behaald van € 20.000. Is deze winst volgens u belast met VPB? Leg uit waarom wel of
niet.
- Statuten zijn niet alles bepalend, maar je moet kijken naar de feiten en omstandigheden.
- BNB 1987/188: indien regelmatig exploitatieoverschotten worden behaald, dan is er een
winststreven.
- Hier is er slechts sprake van een jaar met overschotten, dit is toch niet regelmatig?
- Wordt hier in concurrentie getreden met? Je moet dan de afzetmogelijkheden van een andere
ondernemer beperken. Debiet van een ander beperken.
 Arrest muziekstichting BNB 2012/226.
- Culturele instelling (art. 2 lid 9): verzoeken om integrale belastingplicht met je hele vermogen. Je
maakt winst met activiteit A die wordt belast, terwijl de andere activiteiten verliesgevend zijn. Je



3

, kan dan opereren voor integrale belastingplicht waardoor je deze twee kan samenvoegen en het
verlies kan verrekenen met de winst die je hebt behaald.

Nog een reden waarom er geen sprake is van VPB plicht. Art. 6 lid 1 wet VPB: kleine verenigingen en
stichtingen met een winst < €15.000 en niet meer dan €75.000 in het jaar en de 4 voorafgaande jaren,
dan ben je niet VPB plichtig. Waarom deze vrijstelling? – te veel controle en financiële rompslomp

Opgave 3: Gemeente Breda.

De Gemeente Breda exploiteert sinds 1995 het zwembad ‘De schoonspringer’. Het zwembad is gelegen in
het zuiden van Breda en destijds geopend om twee redenen: (i) recreatie en (ii) als uitvloeisel van het
project ‘lokale overheid en gezondheid’. Aanvankelijk was het zwembad verlieslatend maar doordat
zwemlessen worden gegeven en de entree is verhoogd, wordt (omgerekend naar ‘fiscale maatstaven’)
jaarlijks een positief resultaat van € 12.500 behaald. In het noorden van Breda exploiteert Swim-For-You
BV eveneens een zwembad met mogelijkheid tot het volgen van zwemles.

Punten van aandacht:
- Belastingplicht voor overheidsbedrijven.
- Nieuw regeling in werking vanaf 1 januari 2016. Waarom? Er zou sprake kunnen zijn van
staatssteun. Vanuit concurrentieoverwegingen is er een gelijk speelveld gecreëerd.
- Direct overheidsbedrijf: activiteit van de overheid die de gemeente/provincie/waterschap zelf
verricht. Deze activiteit is belast wanneer er sprake is van een onderneming (zelfde 3 criteria +
het concurrentiecriteria).
- Indirect overheidsbedrijf: wanneer de gemeente/provincie/staat een BV opricht en van daaruit
een ondernemingsactiviteit verricht, dan is de BV gewoon belastingplichtig voor de vpb. Het
maakt dus niet uit of de overheid er boven zit of niet. Ook wanneer de overheid een stichting
opricht richt het criterium dat deze stichting alleen belastingplichtig is voor zover deze een
onderneming drijft.

Vraag 3.1
Beschrijf op hoofdlijnen op welke wijze de belastingplicht van overheidsbedrijven is vormgegeven in de
vennootschapsbelasting.
- Overheidslichamen worden vrijgesteld, maar is dit een
overheidslichaam? Het is een BV waarvan de gemeente
100% bezit. Het is een indirect overheidslichaam, art. 2
lid 7 wet VPB (uitsluitend = 100%).
- Conform art. 2 lid 3 belastingplichtig voor zover en ze
een bedrijf uitoefenen. Er wordt geen bedrijf uit
geoefend, zoals genoemd in art. 2 lid 3, dus geen
belastingplicht.
- Stel de overheid graaft zelf uit (direct overheidsbedrijf)
-> art. 2 lid 1 sub g -> nee, niet belastingplichtig, want
niet in het rijtje van art. 2 lid 3 wet VPB.

Geen subjectvrijstelling (art. 6 sub bc) van toepassing? Dan kan er nog een objectvrijstelling (art. 8
efg) van toepassing zijn.




4

, Vraag 3.2
Beoordeel gemotiveerd of de Gemeente Breda met betrekking tot de exploitatie van het Zwembad
subjectief belastingplichtig is voor de heffing van vennootschapsbelasting.

1. Deelname aan het economisch verkeer? Wordt aan voldaan.
2. Duurzame organisatie van kapitaal en arbeid (gaat om de arbeidskrachten die in worden gezet bij
de activiteit, dus niet in het algemeen)? Aan dit criterium wordt voldaan.
3. Winststreven? Wanneer dat er niet is dan kan het er zijn via het concurrentiecriterium…. Er wordt
jaarlijks 12.500 euro behaald (=winststreven). Is hier misschien een sprake van een
objectvrijstelling? In beginsel misschien wel want het is een overheidstaak, tenzij er in
concurrentie wordt getreden. Het exploiteren van een zwembad zou best wel eens een
overheidstaak kunnen zijn, maar art. 8 lid 1 onderdeel b tenzij er in concurrentie wordt getreden.
De objectvrijstelling is hier dus niet van toepassing -> belastingplichtig.

Vraag 3.3
Hoe luidt uw antwoord als het zwembad niet zou worden geëxploiteerd door de Gemeente Breda maar
door een BV waarvan de Gemeente Breda alle aandelen houdt?

De BV wordt geacht met zijn hele ondernemingsvermogen een onderneming te drijven (art. 2 lid
5). Dus wel belastingplichtig voor de VPB.


Vraag 3.4
Tijdens een fiscaal congres betoogt een econoom dat belastingplicht van overheidsbedrijven geen zin
heeft. Een van zijn stellingen is: “Het is een duidelijk voorbeeld van broekzak-vestzak; het levert niets op
maar kost alleen maar geld.”

Geef gemotiveerd aan of u deze stelling onderschrijft of niet.

Er zijn twee kanten. Ja het is rondpompen van geld, maar we moeten ook voorkomen dat er
gesproken kan worden van staatssteun. Het overheidsbedrijf treedt immers in concurrentie met
particuliere bedrijven die belastingplichtig zijn. Daarom moeten ook de overheidsbedrijven in de
VPB belast worden.
Of het nuttig is, is de vraag. Het gaat eruit, maar komt er aan dezelfde kant weer in.

Dus ja een BV is in beginsel belastingplichtig (art. 2 lid 5). Echter er kan sprake zijn van een
overheidstaak, waardoor je een objectvrijstelling kan hebben op grond van art. 8f lid 1 onderdeel
c.

Uitzondering: 1-1-2016 -> geen VPB-plicht
 Art. 8e en 8f -> toekomstige wet
 Activiteiten overheidstaken
 Interne activiteiten
 Samenwerking
 Ziekenhuizen, onderwijs, havens -> specifieke vrijstellingen
 Publieke taken




5

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
22 maart 2017
Aantal pagina's
90
Geschreven in
2016/2017
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.38
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 3 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 5 reviews worden weergegeven
7 jaar geleden

8 jaar geleden

8 jaar geleden

8 jaar geleden

8 jaar geleden

4.2

5 beoordelingen

5
1
4
4
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
jde95 Tilburg University
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
441
Lid sinds
12 jaar
Aantal volgers
256
Documenten
7
Laatst verkocht
1 jaar geleden

3.9

95 beoordelingen

5
25
4
44
3
20
2
3
1
3

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen