Hoofdstuk 1: Inleiding
Wetenschapsfilosofen hebben 2 taken: (1) ze worden geacht een beeld van wetenschap te schetsen
dat de bijzondere aard van wetenschappelijke kennis en wijzen van argumenteren tot uitdrukking
brengt > helpt de epistemologische/kentheoretische aanspraken te beoordelen die traditioneel met
wetenschappelijke kennis worden verbonden
(2) Normatieve lading > moet worden beoordeeld op filosofische adequaatheid
Beeld van wetenschap schetsen dat in hoofdlijnen overeenstemt met gevestigde wetenschappelijke
praktijken = historische adequaatheid
Voor 1970: filosofische adequaatheid stond op nummer 1, geschiedenis werd gebruikt als bron voor
illustraties. Na 1970 andersom: het schetsen van een historisch adequaat beeld wordt dan de eerste
opgave, explicatie van de filosofische aspecten van het geschetste beeld een daarvan afgeleide taak.
-> omslagpunt = KUHN.
Beschrijvende en normatieve taak. Draait om de methodologie = kwaliteitscontrole op de
wetenschappelijke productie
Episteme!! Geassocieerd met tijdloze, noodzakelijke waarheden, met inzicht in werkelijke oorzaken,
met sluitende antwoorden op de vraag waarom dingen zijn zoals zij zijn
Doxa: opinies; denkbeelden die gebonden zijn aan een standpunt en die typerend zijn voor een
bepaalde periode, groep of individu : zaak van de massa
Wetenschap: kennis van de objectieve werkelijkheid
Door systematisch elementaire ware uitspraken te verzamelen en deze op een correcte manier tot
grotere, complexere gehelen te combineren, zal langzaam maar zeker een goed gefundeerd gebouw
van kennis worden opgericht. > elementaire uitspraken verwerven door info te ontlenen aan een
zuivere bron > info met onberispelijke middelen verwerken
Zuivere bron; zintuiglijke ervaring = empirische wetenschap. Ervaring dient gecontroleerd te worden
en moet systematisch van subjectieve invloeden worden gereinigd
Ervaring moet reproduceerbaar zijn. Waarheid is universeel > als een uitspraak over een feit waar is,
is die uitspraak waar voor iedereen op alle plaatsen en tijden
Geesteswetenschappen richten zich op alle producten van de menselijke geest; bestuderen de
cultuur; cultuurwetenschappen. Aandacht naar de canon van de hogere literatuur
Aristoteles: theoretische wetenschap; richt zich op zuivere kennis of contemplatie.
Praktische wetenschap; richt zich op het handelen.
Poëtische wetenschap; richt zich op het maken van dingen
Nieuwe filosofische kaders en ideeën maakten de geesteswetenschappen mogelijk, maatschappelijke
ontwikkelingen maakten ze wenselijk en institutionele veranderingen maakten ze werkelijk
Samenvatting pagina 30
Hoofdstuk 2: Het klassieke beeld van wetenschap
Klassieke natuurwetenschap = in de 17e eeuw ontstaan tijdens de wetenschappelijke revolutie.
Wetenschappelijke inzichten worden geformuleerd in de vorm van op ervaring of op feiten
gefundeerde theorieën. Deze bevatten wetten die relaties tussen meetbare grootheden/empirische
1