terug te vinden in HC1
1. Wat is kenmerkend voor de verzorgingsstaat?
- staat is verantwoordelijk voor welzijn van burgers
- Bureaucratie: elke client ontvangt dezelfde behandeling
- Professionals bezitten over de kennis en weten dus wat goed is voor de cliënten
2. Wat zijn de problemen van de verzorgingsstaat?
- economisch: financieel onbetaalbaar
- politiek bestuurlijk onbeheersbaar
- sociaal-cultureel —> veranderend gedrag
3. Wat houdt de participatiesamenleving in? En wat is de keerzijde hiervan?
Eigen verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen leven en omgeving, meer eigen
verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van burgers en patiënten. De keerzijde hiervan is dat de
overheid zich verder terug zal trekken en minder geld beschikbaar stelt.
4. Waar of niet waar:
Bij kwalitatief onderzoek weet de onderzoeker op voorhand al waar hij precies naar moet zoeken
waar/niet waar, dit geldt voor kwantitatief onderzoek
5. Waar of niet waar:
Een kwantitatief design is deductief
waar, theorie -> hypothese -> observatie -> bevestiging /niet waar,
6. Wat is het verschil tussen kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethodes?
Het verschil zit hem in de aard van de type vraag dat beantwoord moet worden
terug te vinden in HC2
7. Welke stelling is juist
1. ouder worden gaat altijd gepaard met een groter zorggebruik
2. stijging van de levensverwachting gaat gepaard met uitstel van de kosten van zorg.
A. stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
B. stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist
C. beide stellingen zijn juist
D. beide stellingen zijn onjuist
8. Wat is de levensverwachting van mannen en vrouwen (2015)
man: 79,7
vrouw: 83,1
9. De levensverwachting tussen hoog en laagopgeleiden verschilt. Met hoeveel jaar?
A. Hoogopgeleiden leven gemiddeld 6 jaar langer dan laagopgeleiden.
B. Laagopgeleiden leven gemiddeld 1,5 jaar langer dan hoogopgeleiden.
C. Hoogopgeleiden leven gemiddeld 2,7 jaar langer dan laagopgeleiden.
D. Hoogopgeleiden leven gemiddeld 4 jaar langer dan laagopgeleiden.
10. Er bestaat ook een verschil voor de levensverwachting in goed ervaren gezondheid
tussen hoog- en laagopgeleiden. Hoeveel?
A. 6 maanden
B. 2 jaar
C. 8 jaar
D. 19 jaar
1/6