Samenvatting Business 2 - Kosten
Week 1
Inkomsten: Opbrengsten, vindt plaats op willekeurige tijdstippen
Ontvangsten: Vindt plaats op willekeurige tijdstippen
Liquiditeitsbalans: Uitgaven – ontvangsten
Resultatenrekening: Kosten – opbrengsten
Economie: Oplossen van schaarste
Doel van organisatie: Halen van primaire doelstelling
Kosten: Geldwaarde van de opgeofferde productiemiddelen: hoeveelheid x
prijs
Indelen van kosten: - Soorten (grondstof, arbeid);
- Gedrag (variabel of constant);
- Aanwijsbaarheid (direct/indirect);
- Functie (productie, verkoop, facilitair).
7 kostensoorten: - Kosten van arbeid;
- Kosten van grond- en hulpstoffen;
- Kosten van duurzame productiemiddelen (DPM);
- Intrestkosten (rente);
- Kosten van diensten van derden;
- Kosten van grond;
- Kosten van belastingen.
Kosten diensten van derden: Factuur die je ontvangt voor de uitbestede diensten
Constante kosten: Zijn niet afhankelijk van de afzet of productie
Variabele kosten: Zijn afhankelijk van de afzet of productie
Uurloon: Kosten op jaarbasis
Aantal productieve uren
Bruto = 100 %
Afval = ……. % -
Netto = …….. %
Uitval Aantal ongekeurde producten, altijd berekenen naar 100
(Stuksprijs * 100) : (100% – uitval)
Kostprijs goed product: Kosten goedgekeurd product / (100 % - percentage uitval) * 100 %
Duurzaam ProductieMiddel: - Duurder dan €500,-
- Gaat langer mee dan één jaar
- Gaat langer mee dan één productieproces
Kosten van een DPM: 1) Afschrijving
2) Rente/intrest (over gemiddeld geïnvesteerd vermogen)
3) Complementaire kosten (onderhoud) (meestal variabele kosten)
1
Week 1
Inkomsten: Opbrengsten, vindt plaats op willekeurige tijdstippen
Ontvangsten: Vindt plaats op willekeurige tijdstippen
Liquiditeitsbalans: Uitgaven – ontvangsten
Resultatenrekening: Kosten – opbrengsten
Economie: Oplossen van schaarste
Doel van organisatie: Halen van primaire doelstelling
Kosten: Geldwaarde van de opgeofferde productiemiddelen: hoeveelheid x
prijs
Indelen van kosten: - Soorten (grondstof, arbeid);
- Gedrag (variabel of constant);
- Aanwijsbaarheid (direct/indirect);
- Functie (productie, verkoop, facilitair).
7 kostensoorten: - Kosten van arbeid;
- Kosten van grond- en hulpstoffen;
- Kosten van duurzame productiemiddelen (DPM);
- Intrestkosten (rente);
- Kosten van diensten van derden;
- Kosten van grond;
- Kosten van belastingen.
Kosten diensten van derden: Factuur die je ontvangt voor de uitbestede diensten
Constante kosten: Zijn niet afhankelijk van de afzet of productie
Variabele kosten: Zijn afhankelijk van de afzet of productie
Uurloon: Kosten op jaarbasis
Aantal productieve uren
Bruto = 100 %
Afval = ……. % -
Netto = …….. %
Uitval Aantal ongekeurde producten, altijd berekenen naar 100
(Stuksprijs * 100) : (100% – uitval)
Kostprijs goed product: Kosten goedgekeurd product / (100 % - percentage uitval) * 100 %
Duurzaam ProductieMiddel: - Duurder dan €500,-
- Gaat langer mee dan één jaar
- Gaat langer mee dan één productieproces
Kosten van een DPM: 1) Afschrijving
2) Rente/intrest (over gemiddeld geïnvesteerd vermogen)
3) Complementaire kosten (onderhoud) (meestal variabele kosten)
1