HC1 Verpleegkunde Coaching
Coachen met collega’s blz. 5 t/m 108.
Hoofdstuk 1 Gesprekken met een ruim bereik
Wat verstaan we onder coaching?
Coaching is een gestructureerd, doelgericht en toekomstgericht proces, waarbij de coach op
interactieve wijze aanzet tot het vergroten van effectiviteit van de ander door:
Bewustwording en persoonlijke groei
Het vergroten van zelfvertrouwen
Het exploreren, ontwikkelen en toepassen van eigen mogelijkheden
Coaching heeft tot doel de professionaliteit van de coachee te vergroten door de eigen relatie tot
bepaalde ervaringen en vraagstukken te bespreken. De bedoeling van coach is om bij de coachee
reflectie te stimuleren, potentiele kwaliteiten vrij te maken en obstakels voor verdere ontwikkeling
te overwinnen of weg te nemen. Het gaat daarbij om zaken als:
Hoe de coachee met anderen samenwerkt
Hoe de coachee optreedt in specifieke situaties
Onderhandelen, adviseren of invloed uitoefenen
Hoe de coachee omgaat met lastige situaties
Hoe de coachee tot oordeels- en besluitvorming komt
Het coachingproces bestaat uit de volgende stappen:
1. Intake en leercontract met bespreking van doelstelling, aantal sessies, variatie van
leervormen;
2. Vaststellen van tijdstip, agenda en plaats van de bijeenkomsten;
3. Een aantal (vaak 5 tot 20) coachinggesprekken;
4. Evaluatie van de opbrengsten van coaching.
Bij het coaching gaat het vooral om dat een professional de kans krijgt met behulp van haar coach te
reflecteren op het eigen handelen en denken. Het gesprek kan zich richten op het persoonlijk
functioneren, maar altijd in de context van de werkpraktijk.
Het bereik van coachingvragen:
1. Vragen waarbij de inhoud en vakkennis centraal staan, waarbij het erom gaat deze in
specifieke, lastige situaties toe te passen.
2. Vragen waarbij een inhoudelijke component aanwezig is, maar waarbij de wijze van de
coachee handelt en met de inhoud omgaat belangrijk is.
3. Vragen waarbij vooral persoonlijke eigenschappen van de coachee centraal staan.
Waarom coaching?
‘De verpleegkundige werkt permanent aan de ontwikkeling van haar deskundigheid en levert een
bijdrage aan die van collega's. De verpleegkundige leert via formele leertrajecten, én dagelijks op de
werkplek. Bijvoorbeeld door casusbesprekingen, intervisie, klinische lessen en intercollegiale
toetsing. De verpleegkundige coacht (aankomend) verpleegkundigen en fungeert als rolmodel. Zij
signaleert tekorten aan kennis in de beroepspraktijk en onderneemt dan actie.’
Coachen met collega’s blz. 5 t/m 108.
Hoofdstuk 1 Gesprekken met een ruim bereik
Wat verstaan we onder coaching?
Coaching is een gestructureerd, doelgericht en toekomstgericht proces, waarbij de coach op
interactieve wijze aanzet tot het vergroten van effectiviteit van de ander door:
Bewustwording en persoonlijke groei
Het vergroten van zelfvertrouwen
Het exploreren, ontwikkelen en toepassen van eigen mogelijkheden
Coaching heeft tot doel de professionaliteit van de coachee te vergroten door de eigen relatie tot
bepaalde ervaringen en vraagstukken te bespreken. De bedoeling van coach is om bij de coachee
reflectie te stimuleren, potentiele kwaliteiten vrij te maken en obstakels voor verdere ontwikkeling
te overwinnen of weg te nemen. Het gaat daarbij om zaken als:
Hoe de coachee met anderen samenwerkt
Hoe de coachee optreedt in specifieke situaties
Onderhandelen, adviseren of invloed uitoefenen
Hoe de coachee omgaat met lastige situaties
Hoe de coachee tot oordeels- en besluitvorming komt
Het coachingproces bestaat uit de volgende stappen:
1. Intake en leercontract met bespreking van doelstelling, aantal sessies, variatie van
leervormen;
2. Vaststellen van tijdstip, agenda en plaats van de bijeenkomsten;
3. Een aantal (vaak 5 tot 20) coachinggesprekken;
4. Evaluatie van de opbrengsten van coaching.
Bij het coaching gaat het vooral om dat een professional de kans krijgt met behulp van haar coach te
reflecteren op het eigen handelen en denken. Het gesprek kan zich richten op het persoonlijk
functioneren, maar altijd in de context van de werkpraktijk.
Het bereik van coachingvragen:
1. Vragen waarbij de inhoud en vakkennis centraal staan, waarbij het erom gaat deze in
specifieke, lastige situaties toe te passen.
2. Vragen waarbij een inhoudelijke component aanwezig is, maar waarbij de wijze van de
coachee handelt en met de inhoud omgaat belangrijk is.
3. Vragen waarbij vooral persoonlijke eigenschappen van de coachee centraal staan.
Waarom coaching?
‘De verpleegkundige werkt permanent aan de ontwikkeling van haar deskundigheid en levert een
bijdrage aan die van collega's. De verpleegkundige leert via formele leertrajecten, én dagelijks op de
werkplek. Bijvoorbeeld door casusbesprekingen, intervisie, klinische lessen en intercollegiale
toetsing. De verpleegkundige coacht (aankomend) verpleegkundigen en fungeert als rolmodel. Zij
signaleert tekorten aan kennis in de beroepspraktijk en onderneemt dan actie.’