Medische terminologie AF zenuwstelsel
Nummer Medisch woord/ Latijn Vertaling
1 Arachnoïdea Spinnenwebvlies (middelste
hersenvlies)
2 Axon een uitloper van een neuron dat
elektrische impulsen geleidt.
3 Cortex Hersenschors
4 Dendriet vertakking of uitloper die de prikkel
doorgeeft aan het cellichaam
5 Gliacellen steuncellen
6 Hemisfeer Helft van de grote hersenen
7 Schede van Schwann? laagje om de meeste uitlopers van
Miline schede/merg schede een zenuwcel. Zorgt voor isolatie
zodat de elektrische impulsen zeer
snel kunnen worden vervoerd.
8 Neuron Zenuwcel
9 Neurotransmitter chemische stof die de volgende
zenuwcel prikkelt waardoor er een
nieuwe elektrische impuls ontstaat.
10 synaps schakelplaats
11 Cerebellum Kleine hersenen
12 Cerebrum Grote hersenen
13 Medulla spinalis Ruggenmerg
14 Medulla oblongata Verlengde merg
15 Meningen hersenvlies
16 Dura mater harde, leerachtige, buitenste
hersenvlies
17 Grijze stof gevormd door cellichamen met hun
dendrieten. Ligt bij de hersenen aan
de buitenkant en bij het ruggemerg
aan de binnenkant.
18 Pia mater zachte binnenste hersenvlies
19 Liquor cerebrospinales Hersen- en ruggenmergvloeistof
20 Reflex handeling die buiten onze wil wordt
uitgevoerd door ons zenuwstelsel
Nummer Medisch woord/ Latijn Vertaling
1 Arachnoïdea Spinnenwebvlies (middelste
hersenvlies)
2 Axon een uitloper van een neuron dat
elektrische impulsen geleidt.
3 Cortex Hersenschors
4 Dendriet vertakking of uitloper die de prikkel
doorgeeft aan het cellichaam
5 Gliacellen steuncellen
6 Hemisfeer Helft van de grote hersenen
7 Schede van Schwann? laagje om de meeste uitlopers van
Miline schede/merg schede een zenuwcel. Zorgt voor isolatie
zodat de elektrische impulsen zeer
snel kunnen worden vervoerd.
8 Neuron Zenuwcel
9 Neurotransmitter chemische stof die de volgende
zenuwcel prikkelt waardoor er een
nieuwe elektrische impuls ontstaat.
10 synaps schakelplaats
11 Cerebellum Kleine hersenen
12 Cerebrum Grote hersenen
13 Medulla spinalis Ruggenmerg
14 Medulla oblongata Verlengde merg
15 Meningen hersenvlies
16 Dura mater harde, leerachtige, buitenste
hersenvlies
17 Grijze stof gevormd door cellichamen met hun
dendrieten. Ligt bij de hersenen aan
de buitenkant en bij het ruggemerg
aan de binnenkant.
18 Pia mater zachte binnenste hersenvlies
19 Liquor cerebrospinales Hersen- en ruggenmergvloeistof
20 Reflex handeling die buiten onze wil wordt
uitgevoerd door ons zenuwstelsel