Verplichte stof IPR Week 1
Inleiding in het IPR en bevoegdheidsrecht
(Hoorcollege I)
Strikwerda (§1-13, 208-213, 231)
A Begrip en functie van het internationale privaatrecht
Het primaire doel van het IPR is een doelmatige en rechtvaardige regeling van het door
rechtsverscheidenheid gecompliceerde internationale rechtsverkeer.
Hoofdonderdelen IPR:
1) Het internationale bevoegdheids-of jurisdictierecht
2) Het conflictenrecht (verwijzingsrecht)
3) Het internationale erkennings- en executierecht => het recht inzake de erkenning en
tenuitvoerlegging van buitenlandse rechterlijke beslissingen
Nummer 1 en 3 vormen samen het formele IPR, nummer 2 is het materiële IPR.
Elk land heeft zijn eigen regels van IPR en is in beginsel vrij het IPR naar eigen goeddunken in te
richten. In zoverre is IPR geen internationaal recht, maar nationaal recht. Onzeker is hoe de grens tussen
nationale en internationale rechtsverhoudingen getrokken dient te worden. Volgens de meest gangbare
benadering van dit probleem dient het onderscheidend criterium gezocht te worden in de feitelijk
geografische aspecten aan de rechtsverhouding, zoals de woonplaats of nationaliteit van de betrokken
personen, de plaats van handeling, de plaats van ligging van de goederen enz. Daartegenover staat de
juridische benadering van de internationaliteitsvraag. Hierbij wordt de vraag naar de afgrenzing van het
internationale geval als het ware vanaf de andere kant bekeken, doordat niet zozeer de feitelijke aspecten
aan de rechtsverhouding beslissend worden geacht, maar veeleer de geldingspretenties,
toepassingsaanspraken van rechtsstelsels.
Waar het IPR rechtsverhoudingen van doorgaans privaatrechtelijk karakter tot onderwerp heeft en het
materiële privaatrecht directe invloed heeft op de wijze waarop het IPR wordt ingericht, gaat het
overigens te ver het IPR geheel af te scheiden van het privaatrecht. Het is te beschouwen als een
autonoom rechtsgebied binnen het privaatrecht in ruime zin.
B Bronnen van het Nederlandse internationaal privaatrecht
Aangezien Nederland partij is bij talrijke verdragen op het gebied van IPR en ook de Europese
regelgeving brede terreinen van het IPR bestrijkt, is de rol van de nationale IPR-wetgeving bescheiden;
zij vult de leemten op in de bestaande internationale IPR-regelgeving.
Het ongeschreven recht is wat het conflictenrecht en het internationaal bevoegdheidsrecht betreft vrijwel
geheel vervangen door geschreven regelingen. Slechts op het gebied van de erkenning van buitenlandse
vonnissen speelt ongeschreven recht nog een belangrijke rol.
De belangrijkste internationale organisatie die zich bezighoudt met het tot stand brengen van IPR-
verdragen is de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht.
Als er meerdere regelingen van toepassing zijn, is er sprake van een samenloop probleem. Er dient
uitgezocht te worden welke van de twee regelingen prevaleert. Wie gaat voor?
Verdrag of EU-verordening – nationale wet
Internationale regeling gaat voor, omdat zij een hogere rang heeft (art. 93 en 94 Gw).
IPR-regel uit een verdrag – EU-vordering
In de verordening is dit samenloop probleem vaak geregeld. Kijk dus in de verordening!
1
Inleiding in het IPR en bevoegdheidsrecht
(Hoorcollege I)
Strikwerda (§1-13, 208-213, 231)
A Begrip en functie van het internationale privaatrecht
Het primaire doel van het IPR is een doelmatige en rechtvaardige regeling van het door
rechtsverscheidenheid gecompliceerde internationale rechtsverkeer.
Hoofdonderdelen IPR:
1) Het internationale bevoegdheids-of jurisdictierecht
2) Het conflictenrecht (verwijzingsrecht)
3) Het internationale erkennings- en executierecht => het recht inzake de erkenning en
tenuitvoerlegging van buitenlandse rechterlijke beslissingen
Nummer 1 en 3 vormen samen het formele IPR, nummer 2 is het materiële IPR.
Elk land heeft zijn eigen regels van IPR en is in beginsel vrij het IPR naar eigen goeddunken in te
richten. In zoverre is IPR geen internationaal recht, maar nationaal recht. Onzeker is hoe de grens tussen
nationale en internationale rechtsverhoudingen getrokken dient te worden. Volgens de meest gangbare
benadering van dit probleem dient het onderscheidend criterium gezocht te worden in de feitelijk
geografische aspecten aan de rechtsverhouding, zoals de woonplaats of nationaliteit van de betrokken
personen, de plaats van handeling, de plaats van ligging van de goederen enz. Daartegenover staat de
juridische benadering van de internationaliteitsvraag. Hierbij wordt de vraag naar de afgrenzing van het
internationale geval als het ware vanaf de andere kant bekeken, doordat niet zozeer de feitelijke aspecten
aan de rechtsverhouding beslissend worden geacht, maar veeleer de geldingspretenties,
toepassingsaanspraken van rechtsstelsels.
Waar het IPR rechtsverhoudingen van doorgaans privaatrechtelijk karakter tot onderwerp heeft en het
materiële privaatrecht directe invloed heeft op de wijze waarop het IPR wordt ingericht, gaat het
overigens te ver het IPR geheel af te scheiden van het privaatrecht. Het is te beschouwen als een
autonoom rechtsgebied binnen het privaatrecht in ruime zin.
B Bronnen van het Nederlandse internationaal privaatrecht
Aangezien Nederland partij is bij talrijke verdragen op het gebied van IPR en ook de Europese
regelgeving brede terreinen van het IPR bestrijkt, is de rol van de nationale IPR-wetgeving bescheiden;
zij vult de leemten op in de bestaande internationale IPR-regelgeving.
Het ongeschreven recht is wat het conflictenrecht en het internationaal bevoegdheidsrecht betreft vrijwel
geheel vervangen door geschreven regelingen. Slechts op het gebied van de erkenning van buitenlandse
vonnissen speelt ongeschreven recht nog een belangrijke rol.
De belangrijkste internationale organisatie die zich bezighoudt met het tot stand brengen van IPR-
verdragen is de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht.
Als er meerdere regelingen van toepassing zijn, is er sprake van een samenloop probleem. Er dient
uitgezocht te worden welke van de twee regelingen prevaleert. Wie gaat voor?
Verdrag of EU-verordening – nationale wet
Internationale regeling gaat voor, omdat zij een hogere rang heeft (art. 93 en 94 Gw).
IPR-regel uit een verdrag – EU-vordering
In de verordening is dit samenloop probleem vaak geregeld. Kijk dus in de verordening!
1