Er zijn langzame en snelle volgbewegingen
Langzame:
- Smooth pursuit
- Vergentie
- Fusie
- VOR
- OKN
Snelle:
- Saccades
- VOR
- OKN
Smooth pursuit (gladde volgbewegingen):
Het oog volgt het voorwerp.
Gaat 0,1 tot 70 graden per seconde.
Pathway:
En wordt grotendeels in het cerebral cortext verwerkt via assosiatievezels.
Het oog kijkt -> visuele cortex -> pariëtale cotex -> frontal eye field -> pons -> medulla
oblongata
In de pons speelt de DLPN (dorsal laterale perifirere nucleus) bij de horizontale
volgbewegingen een rol. Bij verticale volgbewegingen doet de rostale nucleus dit.
Retinale slip: het oog gaat te snel of te langzaam gevolg, retinale slip.
Retinale fout: een voorwerp waar je naar wil kijken d.m.v saccades en hier kijk je te ver of te
dichtbij.
Vergenties:
Convergetie, divergentie. Dit kan snel en langzaam
gebeuren.
De grafiek hiernaast geeft de convergentie van beide ogen
weer.
Pathway:
Is hetzelfde. Alleen is het MRF (mesencephale reticulaire
formatie) hierbij betrokken in plaats van de andere 2
nuclei.
AC/A: accomodatieve convergentie ten opzichte van de accommodatie.
Dit zou je kunnen uitrekenen in een scheelzienshoek.
AC/A = (Dn-Dd) / accommodatie
Binoculaire dispariteit: verschil in kijkhoek waaronder beide ogen een bepaald voorwerp zien.
(hoek Berta) Omdat beide voorwerpen niet perfect zijn uitgelijnd heb je stereozien en fusie.