Uitwerking Algemene Rechtswetenschap: Inleiding in het
Nederlands recht
Hoofdstuk 1 Recht in het algemeen blz. 1 t/m 22
1.1 Inleiding blz. 2
De vredestichtende en vredebewarende rol van het recht in de samenleving heeft twee
functies. Het recht ordent menselijk gedrag door het stellen van regels. Daarnaast zorgt het
recht dat die regels worden gehandhaafd door geschilbeslechting.
1.2 De rechtsbronnen blz. 3
Onder de term ‘recht’ verstaan we het geheel van geldende regels. We gebruiken daarvoor
de term positief recht. In Nederland bestaat het positieve recht uit de optelsom van alle
rechtsregels die hier op dit moment gelden. Alleen het geldend recht behoort tot positief
recht. Objectief recht is een synoniem voor positief recht. Subjectief recht betekent de
bevoegdheid die iemand in een concreet geval aan een regel van objectief recht ontleent.
Subjectief recht is een aan het objectieve recht ontleende bevoegdheid van een persoon.
Iedere individuele bevoegdheid die iemand jegens een ander of jegens alle anderen kan
doen gelden, moet altijd berusten op een algemene regel. Zo niet, dan sta je juridisch gezien
met lege handen. Bij rechtsbronnen gaat het om de vorm waarin rechtsregels zich voordoen,
niet om de inhoud van de regels. In het Nederlands recht zijn de rechtsbronnen:
1. De wet
2. De jurisprudentie (de rechtspraak)
3. De gewoonte
4. Verdragen en sommige besluiten van volkenrechtelijke organisaties
1.3 Nationaal en internationaal recht blz. 6
Binnen zijn grondgebied bepaalt ieder land de omvang en inhoud van zijn nationale
rechtsstelsel. Het staat ieder land in beginsel vrij in zijn wetgeving te regelen wat het nodig
acht en te bepalen welke bevoegdheden aan het bestuur en de rechterlijke macht
toekomen. Dit verschijnsel heet soevereiniteit. Het deel van het internationaal recht dat
rechtsregels bevat over het verkeer tussen staten onderling en het verkeer tussen staten en
volkenrechtelijke organisaties, wordt het volkenrecht genoemd. Het volkenrecht bestaat
voornamelijk uit verdragen, besluiten van volkenrechtelijke organisaties en regels van
gewoonterecht. Een verdrag kan worden omschreven als een schriftelijke, bindende regeling
tussen staten onderling of tussen staten en volkenrechtelijke organisaties. Een tweede type
verdragen bevat verplichtingen voor de wetgevers van de aangesloten staten tot het maken
of aanpassen van wetgeving. Een dergelijk verdrag krijgt in een lidstaat pas betekenis als de
wetgever aan de opdracht uit het verdrag heeft voldaan. Een ander type verdragen grijpt
meer in de soevereiniteit van staten in. Het gaat dan om verdragen die rechtsregels bevatten
die in een staat zonder tussenkomst van de wetgever rechtstreeks in het nationale recht
kunnen gelden. Bijvoorbeeld het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de
mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het EVRM is tot stand gekomen onder de
hoede van de Raad van Europa. Nederland heeft gekozen voor een monistisch systeem.
Daarbij maken de regels van bijv. het EVRM rechtstreeks deel uit van het nationale recht,
Nederlands recht
Hoofdstuk 1 Recht in het algemeen blz. 1 t/m 22
1.1 Inleiding blz. 2
De vredestichtende en vredebewarende rol van het recht in de samenleving heeft twee
functies. Het recht ordent menselijk gedrag door het stellen van regels. Daarnaast zorgt het
recht dat die regels worden gehandhaafd door geschilbeslechting.
1.2 De rechtsbronnen blz. 3
Onder de term ‘recht’ verstaan we het geheel van geldende regels. We gebruiken daarvoor
de term positief recht. In Nederland bestaat het positieve recht uit de optelsom van alle
rechtsregels die hier op dit moment gelden. Alleen het geldend recht behoort tot positief
recht. Objectief recht is een synoniem voor positief recht. Subjectief recht betekent de
bevoegdheid die iemand in een concreet geval aan een regel van objectief recht ontleent.
Subjectief recht is een aan het objectieve recht ontleende bevoegdheid van een persoon.
Iedere individuele bevoegdheid die iemand jegens een ander of jegens alle anderen kan
doen gelden, moet altijd berusten op een algemene regel. Zo niet, dan sta je juridisch gezien
met lege handen. Bij rechtsbronnen gaat het om de vorm waarin rechtsregels zich voordoen,
niet om de inhoud van de regels. In het Nederlands recht zijn de rechtsbronnen:
1. De wet
2. De jurisprudentie (de rechtspraak)
3. De gewoonte
4. Verdragen en sommige besluiten van volkenrechtelijke organisaties
1.3 Nationaal en internationaal recht blz. 6
Binnen zijn grondgebied bepaalt ieder land de omvang en inhoud van zijn nationale
rechtsstelsel. Het staat ieder land in beginsel vrij in zijn wetgeving te regelen wat het nodig
acht en te bepalen welke bevoegdheden aan het bestuur en de rechterlijke macht
toekomen. Dit verschijnsel heet soevereiniteit. Het deel van het internationaal recht dat
rechtsregels bevat over het verkeer tussen staten onderling en het verkeer tussen staten en
volkenrechtelijke organisaties, wordt het volkenrecht genoemd. Het volkenrecht bestaat
voornamelijk uit verdragen, besluiten van volkenrechtelijke organisaties en regels van
gewoonterecht. Een verdrag kan worden omschreven als een schriftelijke, bindende regeling
tussen staten onderling of tussen staten en volkenrechtelijke organisaties. Een tweede type
verdragen bevat verplichtingen voor de wetgevers van de aangesloten staten tot het maken
of aanpassen van wetgeving. Een dergelijk verdrag krijgt in een lidstaat pas betekenis als de
wetgever aan de opdracht uit het verdrag heeft voldaan. Een ander type verdragen grijpt
meer in de soevereiniteit van staten in. Het gaat dan om verdragen die rechtsregels bevatten
die in een staat zonder tussenkomst van de wetgever rechtstreeks in het nationale recht
kunnen gelden. Bijvoorbeeld het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de
mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het EVRM is tot stand gekomen onder de
hoede van de Raad van Europa. Nederland heeft gekozen voor een monistisch systeem.
Daarbij maken de regels van bijv. het EVRM rechtstreeks deel uit van het nationale recht,