Uitwerking Algemene Rechtswetenschap: Het bestuur
Hoofdstuk 5 Het bestuur blz. 161 t/m 198
Afdeling 1 Materieel bestuursrecht blz. 162, Schema blz. 165, 167
Het bestuursrecht heeft de bestuursactiviteiten van de overheid tot onderwerp. Het bepaalt
welke bevoegdheden en plichten het bestuur heeft ter uitvoering van zijn taken en bevat
dus normen voor het bestuurshandelen. Daarmee is het bestuursrecht dat deel van het
recht dat de relatie tussen bestuur en burger beheerst. We onderscheiden tussen algemeen
bestuursrecht en bijzonder bestuursrecht. Met dat laatste begrip wordt gedoeld op de regels
over de verschillende, specifieke doelterreinen van het bestuursrecht, zoals het milieurecht,
het belastingrecht en het sociaal zekerheidsrecht. Het algemeen deel van het bestuursrecht
is neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Awb bevat regels die voor het
hele bestuursrecht van toepassing zijn. Het gaat dan om voorschriften waaraan
bestuursorganen zich moeten houden bij de uitoefening van bevoegdheden waarmee zij in
de deelterreinen van het bestuursrecht zijn toegerust. In het bestuursrecht neemt het begrip
bestuursorgaan een centrale plaats in. Art. 1:1 lid 1 Awb geeft van het begrip
bestuursorgaan de volgende omschrijving:
a. Een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld (de
zogenoemde a-organen) of
b. Een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed (de zogenoemde b-
organen).
De a-organen zijn opgesomd in art. 2:1 BW. In art. 2:1 lid 1 BW wordt een aantal
overheidsorganen genoemd waaraan rechtspersoonlijkheid toekomt: de Staat, de
provincies, de gemeenten, de waterschappen en alle lichamen waaraan krachtens de
Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend. Met dit laatste wordt gedoeld op de in
art. 134 Gw genoemde openbare lichamen voor beroep en bedrijf, zoals de Sociaal-
Economische Raad en de Nederlandse Orde van Advocaten (art. 17 lid 1 Advocatenwet). Met
de b-organen worden ‘personen of colleges met enig openbaar gezag bekleed’ aangeduid.
Tot dit type bestuursorgaan behoren doorgaans (maar niet altijd) colleges en personen van
privaatrechtelijke rechtspersonen, zoals De Nederlandsche Bank NV, de OV-studentenkaart
BV en de garagehouder die op grond van art. 85a WVW 1994 onder meer auto’s aan een
APK-keuring onderwerpt. We richten de aandacht nu op de handelingen die
bestuursorganen zoal kunnen verrichten.
5.1 Handelingen van bestuursorganen blz. 163
Bestuursorganen kunnen in beginsel twee soorten handelingen verrichten die voor het recht
van belang zijn: feitelijke handelingen en rechtshandelingen. Feitelijke handelingen van een
bestuursorgaan zijn handelingen met een rechtsgevolg, ongeacht de wil van het
bestuursorgaan. Bijv. het openbreken van de straat door de gemeente voor de aanleg van
een glasvezelkabel. Als dit onzorgvuldig gebeurt en er ontstaat daardoor bij iemand schade,
dan is het bestuursorgaan ingevolge art. 6:162 BW (onrechtmatige daad) voor die schade
aansprakelijk. Omdat in dit geval een overheidsorgaan de onrechtmatige daad heeft
gepleegd, wordt deze een onrechtmatige overheidsdaad genoemd.
Hoofdstuk 5 Het bestuur blz. 161 t/m 198
Afdeling 1 Materieel bestuursrecht blz. 162, Schema blz. 165, 167
Het bestuursrecht heeft de bestuursactiviteiten van de overheid tot onderwerp. Het bepaalt
welke bevoegdheden en plichten het bestuur heeft ter uitvoering van zijn taken en bevat
dus normen voor het bestuurshandelen. Daarmee is het bestuursrecht dat deel van het
recht dat de relatie tussen bestuur en burger beheerst. We onderscheiden tussen algemeen
bestuursrecht en bijzonder bestuursrecht. Met dat laatste begrip wordt gedoeld op de regels
over de verschillende, specifieke doelterreinen van het bestuursrecht, zoals het milieurecht,
het belastingrecht en het sociaal zekerheidsrecht. Het algemeen deel van het bestuursrecht
is neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Awb bevat regels die voor het
hele bestuursrecht van toepassing zijn. Het gaat dan om voorschriften waaraan
bestuursorganen zich moeten houden bij de uitoefening van bevoegdheden waarmee zij in
de deelterreinen van het bestuursrecht zijn toegerust. In het bestuursrecht neemt het begrip
bestuursorgaan een centrale plaats in. Art. 1:1 lid 1 Awb geeft van het begrip
bestuursorgaan de volgende omschrijving:
a. Een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld (de
zogenoemde a-organen) of
b. Een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed (de zogenoemde b-
organen).
De a-organen zijn opgesomd in art. 2:1 BW. In art. 2:1 lid 1 BW wordt een aantal
overheidsorganen genoemd waaraan rechtspersoonlijkheid toekomt: de Staat, de
provincies, de gemeenten, de waterschappen en alle lichamen waaraan krachtens de
Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend. Met dit laatste wordt gedoeld op de in
art. 134 Gw genoemde openbare lichamen voor beroep en bedrijf, zoals de Sociaal-
Economische Raad en de Nederlandse Orde van Advocaten (art. 17 lid 1 Advocatenwet). Met
de b-organen worden ‘personen of colleges met enig openbaar gezag bekleed’ aangeduid.
Tot dit type bestuursorgaan behoren doorgaans (maar niet altijd) colleges en personen van
privaatrechtelijke rechtspersonen, zoals De Nederlandsche Bank NV, de OV-studentenkaart
BV en de garagehouder die op grond van art. 85a WVW 1994 onder meer auto’s aan een
APK-keuring onderwerpt. We richten de aandacht nu op de handelingen die
bestuursorganen zoal kunnen verrichten.
5.1 Handelingen van bestuursorganen blz. 163
Bestuursorganen kunnen in beginsel twee soorten handelingen verrichten die voor het recht
van belang zijn: feitelijke handelingen en rechtshandelingen. Feitelijke handelingen van een
bestuursorgaan zijn handelingen met een rechtsgevolg, ongeacht de wil van het
bestuursorgaan. Bijv. het openbreken van de straat door de gemeente voor de aanleg van
een glasvezelkabel. Als dit onzorgvuldig gebeurt en er ontstaat daardoor bij iemand schade,
dan is het bestuursorgaan ingevolge art. 6:162 BW (onrechtmatige daad) voor die schade
aansprakelijk. Omdat in dit geval een overheidsorgaan de onrechtmatige daad heeft
gepleegd, wordt deze een onrechtmatige overheidsdaad genoemd.