Uitwerking Algemene Rechtswetenschap: Burgerlijk recht -
Kernbegrippen
Hoofdstuk 6 Burgerlijk procesrecht blz. 199 t/m 225
6.1 Het burgerlijk wetboek blz. 200
Het burgerlijk wetboek dateert uit de eerste helft van de negentiende eeuw. Zo’n honderd
jaar later was het aan een grondige herziening toe. Het oude wetboek voldeed niet meer
aan de eisen van die tijd. In 1947 heeft de toenmalige regering aan prof. E.M. Meijers
opdracht gegeven om een nieuw burgerlijk wetboek te ontwerpen. De invoering van het
Nieuw Burgerlijk Wetboek is nu vrijwel voltooid.
Het Burgerlijk Wetboek (BW) is als volgt ingedeeld:
- Boek 1: Personen- en familierecht
- Boek 2: Rechtspersonen
- Boek 3: Vermogensrecht in het algemeen
- Boek 4: Erfrecht
- Boek 5: Zakelijke rechten
- Boek 6: Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht
- Boek 7: Bijzondere overeenkomsten
- Boek 7A: Bijzondere overeenkomsten (tijdelijk)
- Boek 8: Verkeersmiddelen en vervoer
- Boek 10: Internationaal privaatrecht
In Boek 7 BW worden binnen afzienbare tijd de nieuwe wetsbepalingen inzake vier
bijzondere overeenkomsten (koop op afbetaling, huurkoop, de maatschap, bruikleen)
toegevoegd. Vooralsnog gelden voor deze overeenkomsten de bepalingen uit het vorige
Burgerlijke Wetboek, welke zijn opgenomen in het tijdelijke boek 7A. Verder is een gepland
boek 9 BW over de rechten op voortbrengselen van de menselijke geest bij nader inzien niet
ingevoerd. Het burgerlijk recht kan op verschillende manieren worden ingedeeld, de
belangrijkste indeling onderscheidt drie rechtsgebieden: het personen- en familierecht (BW
1), het rechtspersonenrecht (BW 2) en het vermogensrecht (overige BW’s). In het recht
verstaan we onder een vermogen de optelsom van alle op geld waardeerbare rechten en
verplichtingen die iemand op een bepaald moment heeft. Dat is het geheel van activa en
passiva. Tot het objectieve recht behoort ook het vermogensrecht: het vermogensrecht
omschrijft de subjectieve rechten en plichten die onderdeel van een vermogen kunnen zijn.
Het vermogensrecht valt uiteen in het goederenrecht (BW 3 t/m 5) en het
verbintenissenrecht (BW 7 t/m 10). Het goederenrecht heeft betrekking op de verhouding
tussen persoon en goed en het verbintenissenrecht op de verhouding tussen twee of meer
personen in de hoedanigheid van schuldeiser en schuldenaar.
6.1.1 Goederenrecht
Bij het goederenrecht gaat het over het eigendomsrecht van een stoffelijk voorwerp (huis,
fiets etc.) en over de van de eigendom afgeleide rechten (recht van hypotheek). Belangrijke
onderwerpen uit het goederenrecht zijn de vraag wie van en zaak de eigenaar is en hoe de
eigendom van een zaak rechtsgeldig kan worden gemaakt.
Kernbegrippen
Hoofdstuk 6 Burgerlijk procesrecht blz. 199 t/m 225
6.1 Het burgerlijk wetboek blz. 200
Het burgerlijk wetboek dateert uit de eerste helft van de negentiende eeuw. Zo’n honderd
jaar later was het aan een grondige herziening toe. Het oude wetboek voldeed niet meer
aan de eisen van die tijd. In 1947 heeft de toenmalige regering aan prof. E.M. Meijers
opdracht gegeven om een nieuw burgerlijk wetboek te ontwerpen. De invoering van het
Nieuw Burgerlijk Wetboek is nu vrijwel voltooid.
Het Burgerlijk Wetboek (BW) is als volgt ingedeeld:
- Boek 1: Personen- en familierecht
- Boek 2: Rechtspersonen
- Boek 3: Vermogensrecht in het algemeen
- Boek 4: Erfrecht
- Boek 5: Zakelijke rechten
- Boek 6: Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht
- Boek 7: Bijzondere overeenkomsten
- Boek 7A: Bijzondere overeenkomsten (tijdelijk)
- Boek 8: Verkeersmiddelen en vervoer
- Boek 10: Internationaal privaatrecht
In Boek 7 BW worden binnen afzienbare tijd de nieuwe wetsbepalingen inzake vier
bijzondere overeenkomsten (koop op afbetaling, huurkoop, de maatschap, bruikleen)
toegevoegd. Vooralsnog gelden voor deze overeenkomsten de bepalingen uit het vorige
Burgerlijke Wetboek, welke zijn opgenomen in het tijdelijke boek 7A. Verder is een gepland
boek 9 BW over de rechten op voortbrengselen van de menselijke geest bij nader inzien niet
ingevoerd. Het burgerlijk recht kan op verschillende manieren worden ingedeeld, de
belangrijkste indeling onderscheidt drie rechtsgebieden: het personen- en familierecht (BW
1), het rechtspersonenrecht (BW 2) en het vermogensrecht (overige BW’s). In het recht
verstaan we onder een vermogen de optelsom van alle op geld waardeerbare rechten en
verplichtingen die iemand op een bepaald moment heeft. Dat is het geheel van activa en
passiva. Tot het objectieve recht behoort ook het vermogensrecht: het vermogensrecht
omschrijft de subjectieve rechten en plichten die onderdeel van een vermogen kunnen zijn.
Het vermogensrecht valt uiteen in het goederenrecht (BW 3 t/m 5) en het
verbintenissenrecht (BW 7 t/m 10). Het goederenrecht heeft betrekking op de verhouding
tussen persoon en goed en het verbintenissenrecht op de verhouding tussen twee of meer
personen in de hoedanigheid van schuldeiser en schuldenaar.
6.1.1 Goederenrecht
Bij het goederenrecht gaat het over het eigendomsrecht van een stoffelijk voorwerp (huis,
fiets etc.) en over de van de eigendom afgeleide rechten (recht van hypotheek). Belangrijke
onderwerpen uit het goederenrecht zijn de vraag wie van en zaak de eigenaar is en hoe de
eigendom van een zaak rechtsgeldig kan worden gemaakt.