Woonplaats: Enkel ingeschreven staan in Nederland is niet voldoende om te voldoen aan
het begrip woonplaats, respectievelijk het begrip gewone verblijfplaats.
Nationaliteit: Om de nationaliteit vast te stellen dient men altijd te kijken naar het recht
van het land waarvan men beweert de nationaliteit te bezitten.
Art 6 Brussel II bis: Voor het toepassen van dit artikel dient men te kijken naar het
uitgangspunt van gedaagde.
Taak 6
Mary (Franse nationaliteit) en Gino (Canadese en Franse nationaliteit) zijn getrouwd in 1985
in Canada en hebben daar gewoond tot 2015. Inmiddels wonen ze al 11 maanden getrouwd
in het Nederlandse Valkenswaard. Gino is manager voor een Canadese firma in Nederland en
Mary is huisvrouw en vrijwilligster bij de lokale Pinkstergemeente. Sedert enkele maanden
voelt Mary een emotionele afstand tussen haar en haar eega. Er ontstaan spanningen en
ruzies en na een tijdje verlaat Gino de echtelijke woning om terug te gaan naar Canada met
de intentie om daar te blijven. Mary, die zich hoogst beledigd voelt door deze actie van Gino,
wil nu een scheiding.
Welke rechter/s is/zijn bevoegd van het echtscheidingsverzoek kennis te nemen?
Nederlandse rechter:
Op grond van artikel 3 Brussel IIbis jo. 10:55 BW is de Nederlandse rechter bevoegd om de
echtscheiding uit te spreken omdat Mary nog steeds in Nederland woont en Gino daar heeft
gewoond. Deze situatie valt onder art. 3 Brussel IIbis 2e streepje.
Franse rechter:
Tevens is ook de Franse rechter bevoegd omdat ze beide de Franse Nationaliteit bezitten.
Art 3 sub b Brussel IIbis.
Hadadi zaak C-168/08:
Ook bij een gemeenschappelijke dubbele nationaliteit kunnen beide rechters zich bevoegd
verklaren. In zo’n geval hoeft er niet te worden gekeken welke nationaliteit de meeste
verbondenheid heeft. Er hoeft geen effectiviteitstoets plaats te vinden.
Canadese rechter:
Deze is niet bevoegd omdat Canada geen lidstaat is van Brussel II bis.
Kan de Nederlandse rechter het echtscheidingsverzoek behandelen als zou blijken dat Gino
Marie voor is geweest, en Gino al eerder de Canadese rechter zou hebben verzocht de
echtscheiding uit te spreken?
Artikel 19 Brussel IIBis bepaalt dat het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht
houdt zijn uitspraak ambtshalve aan totdat de bevoegdheid van het gerecht waarbij de zaak
het eerst is aangebracht vaststaat. Echter is Canada geen lidstaat van het verdrag dus dient
men art 12 RV als uitgangspunt te nemen. Hierin wordt het volgende bepaald:
“Indien een zaak voor een rechter van een vreemde staat aanhangig is gemaakt en daarin
een beslissing kan worden gegeven die voor erkenning en, in voorkomend geval, voor
tenuitvoerlegging in Nederland vatbaar is, kan de Nederlandse rechter bij wie nadien een
zaak tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp is aangebracht, de behandeling
aanhouden totdat daarin door eerstbedoelde rechter is beslist. Indien die beslissing voor
erkenning en, in voorkomend geval, voor tenuitvoerlegging in Nederland vatbaar blijkt te