fysiek zelfbeeld bij kinderen tussen groep 6 en 8
Praktijkgericht onderzoek
Hogeschool Utrecht, Instituut voor Beweging Studies, Fysiotherapie
Naam: Victor Blauwendraat Studentennummer: 1733395
Naam onderzoeker: Johannes Noordstar
Eerste examinator: Martijn van het Hoofd Tweede examinator: Johannes Noordstar
Hogeschool Utrecht Fysiotherapie
Data: 23-06-2023
Woorden aantal: 2899
, 1
Abstract
Uit onderzoek blijkt dat kinderen steeds minder fysiek actief zijn. Dit kan zorgen voor problemen op het
fysieke en mentale welzijn naarmate zij ouder worden. Er is nog te weinig bekend over belangrijke
voorspellers van fysieke activiteit. Daarom is het van belang om te weten wat kinderen motiveert om
meer fysiek actief te worden om zo hun fysieke en mentale welzijn te vergroten. Het doel van dit
onderzoek is om te achterhalen of er een samenhang is tussen fysieke activiteit, globaal zelfbeeld en
sportief zelfbeeld, zodat dit ingezet kan worden om kinderen meer fysiek actief te krijgen. Hiervoor is
de volgende onderzoeksvraag opgesteld: Wat is de samenhang tussen fysieke activiteit, globaal
zelfbeeld en sportief zelfbeeld bij kinderen van groep 6 tot en met groep 8? Ook is er gekeken of er een
verschil in samenhang aanwezig is bij kinderen met of zonder overgewicht. De huidige studie is een
kwantitatieve, cross-sectionele studie wat onderdeel is van het “Be Motivated, Be Active” onderzoek.
Fysieke activiteit is gemeten door middel van een zelfontwikkelde vragenlijst de “Deelname sportieve
activiteit vragenlijst” welke gebaseerd is op de Modifiable Activity Questionnaire (MAQ). Globaal en
sportief zelfbeeld is in kaart gebracht door middel van de Competentiebelevingsschaal voor Kinderen
(CBSK), de Nederlandse versie van het Self-Perceptions-Profile for Childern (SPPC). De samenhang is
onderzocht met de Spearman Test. Met de Mann-Whitney U test is er gekeken naar verschillen tussen
kinderen met en zonder overgewicht. De Fisher Test is gebruikt om het verschil in samenhang bij
kinderen met en zonder overgewicht te onderzoeken. Uit onderzoek bleek dat er geen, significante,
samenhang is tussen fysieke activiteit en globaal of sportief zelfbeeld. Dit houdt in dat globaal zelfbeeld
en sportief zelfbeeld geen belangrijke voorspellers lijken te zijn voor fysieke activiteit. Wel is er een
significante, matige, samenhang aangetoond tussen globaal zelfbeeld en sportief zelfbeeld. Globaal
zelfbeeld en sportief zelfbeeld lijken dus in enige mate aan elkaar verbonden. Er zijn geen significante
verschillen in samenhang gevonden tussen kinderen met of zonder overgewicht. Kinderen met
overgewicht zijn niet minder fysiek actief dan kinderen zonder overgewicht. Voor vervolgonderzoek
wordt geadviseerd om gebruik te maken van een meer objectief en valide meetinstrument voor fysieke
activiteit en overgewicht.
English abstract
Research shows that children are less physically active. This can cause problems on physical and mental
well-being as they age. Too little is still known about important predictors of physical activity.
Therefore, it is important to know what motivates children to become more physically active in order to
increase their physical and mental well-being. The purpose of this study is to find out whether there is a
correlation between physical activity, global self-esteem, and athletic self-esteem so that this can be
used to get children more physically active. To this end, the following research question was formulated:
What is the relationship between physical activity, global self-esteem and athletic self-esteem in children
from grade 6 to grade 8 in the Dutch school system? It was also examined whether the correlation is
different for overweight or non-overweight children. The present study is a quantitative, cross-sectional
study which is part of the "Be Motivated, Be Active" study. Physical activity was measured using a self-
, 2
developed questionnaire the "Deelname sportieve activiteit vragenlijst" which is based on the
Modifiable Activity Questionnaire (MAQ). Global and athletic self-esteem was measured by means of
the “Competentiebelevingsschaal voor Kinderen” (CBSK), the Dutch version of the Self-Perceptions-
Profile for Children (SPPC). The correlation was examined with the Spearman Test. The Mann-Whitney
U test was used to examine differences between overweight and non-overweight children. The Fisher
Test was used to examine the difference in consistency in children with and without obesity. Research
showed that there was no, significant, correlation between physical activity and global or athletic self-
esteem. This means that global self-esteem and athletic self-esteem do not appear to be important
predictors of physical activity. However, a significant, moderate, correlation has been shown between
global self-esteem and athletic self-esteem. Thus, global self-esteem and athletic self-esteem appear to
be related to some extent. No significant differences in correlation were found between overweight and
non-overweight children. Overweight children are not less physically active than children without
overweight. Suggestions for follow-up research are discussed.